schilderij-nageschilders.jpgIk heb er wel eens vaker gewaag van gemaakt: Ons geheugen werkt op een vreemde manier. Zo denk je jaren niet aan een ervaring uit het verleden en zo proef en ruik je de herinnering bijna zo levendig is deze. Het overkwam mij maandag op weg van Ikea naar huis. Het regende en niet zo zuinig ook. Het water kwam even met bakken uit de lucht en hoewel de ruitenwisser van mijn auto op de hoogste stand enorm zijn best deed werd het zicht mij door een waterval ontnomen.

Nu regent het vaker in Nederland en ook wel eens zo hard. Maar hevige regen in combinatie met een temperatuur boven de 25 graden.. Ik zou het geen unicum willen noemen, maar het gebeurt niet dagelijks. De regen, de temperatuur, de haast Tropische geur, het stapvoets moeten rijden. Het bracht een herinnering terug.

Van december 1985 t/m april 1986 verbleven mijn ouders in Singapore. Als goed dochter in bezit van heel veel vakantie-uren en voldoende geld voor een vliegticket ging ik vier weken die kant op. Mijn eerste tropische regenbui beleefde ik toen mijn moeder en ik net van het kleine winkelcentrum, waar wij de dagelijkse kleine boodschappen deden, terug naar het huis waar mijn ouders verbleven terugliepen. De hemel brak open en veroorzaakte een hel op aarde. De ene na de andere badkuip water werd over ons uitgestort. Daar was geen paraplu tegen bestand en na de eerste minuut hoefde we ook niet meer te pogen om een taxi aan te houden. We waren nat tot op ons hemd, wat zeg ik.. We waren nat tot op onze botten.

Mijn kekke, strakke lange diep gele rok was eigenlijk geen geschikt wandelkledingstuk. Zelfs op de heenweg liep ik al een beetje moeizaam. Op de terugweg was het helemaal een crime. De rok plakte aan mijn benen vast. Het water liep vanuit mijn rok in mijn schoenen maar dat gaf niet want ook vanaf de straat liep het water mijn schoenen in terwijl mam en ik tegen een heuveltje op zwoegde. Ik verwenste mijn rok vanuit het diepst van mijn hart. De top van de heuvel kwam in zicht, de top van de heuvel werd overwonnen en we liepen heuvelafwaarts. Ik werd ingehaald door een geel spoor. Het duurde maar even totdat ik door had dat ik dat gele spoor creëerde. Of beter gezegd: Mijn rok. Mijn kekke, strakke lange diep gele, speciaal voor de reis in Nederland aangeschafte Made in India rok bleek niet kleurvast te zijn.

Maandag deed mij aan die dag denken. Al zat ik dit keer lekker droog en had ik beslist geen gele rok aan.

© Rianne, juli 2014

eierdoos

Zonder vooropgezet plan heb ik gisteren iets gedaan waarvoor ik een medaille verdien. Ik ben naar IKEA geweest en … let op lieve lezer… ik ben met lege handen, ja, je leest goed… IK … BEN … MET … LEGE … HANDEN … WEER … NAAR … BUITEN … GELOPEN.

Als ik daar geen medaille voor verdien, dan weet ik het ook niet meer.

In eerste instantie was ik er niet blij mee. Ik moet nl. nog drie lampen hebben voor aanstaande zaterdag want dan komt een vriend om die lampen op te hangen. Enige haast is dus wel geboden. Maar alle lampen die ik in de catalogus wow vond, vielen in het echt tegen of waren gewoon te groot voor mijn huis.  En toen… Brainwave…. Nu heb ik er nog maar twee nodig, en laat ik nu twee geschikte lampen (halletje en badkamer) bij Karwei hebben gezien.

Mijn brainwave? De eierdozenlamp boven de eettafel gaat richting de zithoek, de (veel te grote maar oh zo wonderschone) plastic zakkenkap op het kleine voetje gaat boven de eettafel… en het kapje wat bij het kleine voetje hoort wordt in ere hersteld. Ben ik ook nog eens eco-vriendelijk bezig. Net als die twee lampen-kappen. Dat geeft nog een beter gevoel dan een medaille.

plastic tassen

 

© Rianne, juli 2014

Val je zo maar binnen en wil je meer weten over Urgh en zijn voorgeschiedenis lezen, klik dan hier.

Een paar uur later zit het volledige gezelschap pratend en lachend rondom het vuur te eten. Het is Zan die vraagt ‘En Urgh, wat zijn de plannen voor morgen?’.  Urgh aarzelt even. Het is zo veel gemakkelijker om namens Elm te praten dan namens zichzelf. Maar dan begint hij de taken uit te leggen en mensen toe te wijzen. Net alsof hij namens Elm praat.

Het is nog vroeg wanneer Urgh de volgende morgen wakker wordt met de zon in zijn ogen. Samen met Kleintje loopt hij naar het strandje, kleedt zich uit en gaat het water in, al stoeiend met Kleintje. Na een tijdje vindt Kleintje het welletjes geweest, verlaat het water, schudt zich uit en gaat in de zon liggen met zijn oren waakzaam omhoog. Urgh zwemt wat verder de rivier in en bekijkt van een afstand de grot, zijn grot. De grot die in de ogen van de dames pas geschikt is voor bewoning wanneer de doorgang tussen de beide groten groter is dan hij nu is.  Volgens  Yali en Gaya zou een zwangere vrouw niet door de opening kunnen lopen. Azel betwijfelt of vuursteen hard genoeg is om het voor elkaar te krijgen om de opening groter te maken. Het is dat Zan, Tas en Zoe erg tevreden zijn over de hoeveelheid wild die hier zit, de beschutting van de plek en de hoeveelheid schapen anders was de teleurstelling voor Urgh te groot geweest.

Ineens hoort hij iemand zijn naam roepen. Hij kijkt en ziet Tas enthousiast staan springen aan de rand van de weide. Zij wijst naar de rotsformatie die als een natuurlijke pier hem het zicht op het volgende strandje ontneemt en gebaart hem er omheen te zwemmen. Dan loopt zij weer weg.

Terwijl hij zich bewust wordt van zijn omgeving realiseert Urgh zich dat hij langer dan gedacht in het water ligt. Aan de stand van de zon te zien is het al bijna midden op de dag. Hij fluit Kleintje die het water weer in springt Voorzichtig zwemt Urgh samen met de wolf richting de rotsen, op zoek naar een plekje waar zij over de rotsen heen kunnen kruipen of zwemmen. Wanneer hen dat eindelijk lukt en hij het volgende strand ziet staat Tas al te wenken dat zij nog verder moeten, voorbij de bocht in de rivier.

Eenmaal voorbij de bocht in de rivier valt zijn mond open. Hij ziet niet een grotopening, hij ziet er wel vijf. Met krachtige slagen zwemt hij naar het strandje waar Yali al klaar staat met zijn krukken. ‘Goed idee van jou Urgh’, zegt zij, ‘Om ook de volgende strandjes te gaan bekijken.  Deze groten zijn wel geschikt voor bewoning door een of twee gezinnen en de weides er boven zijn net zo goed beschut als die boven jouw grot’. Samen, met een wolf die rond hun benen dartelt, lopen ze over het met vuurstenen bezaaide strand richting de strook zand en een natuurlijk pad naar boven.

Na inspectie van de grotten kan Urgh niet anders dan de vrouwen gelijk te geven. Elke opening leidt naar een grot met daarin twee, drie of vier ruime openingen naar achtergelegen grotten waarvan sommige voorzien zijn van grote en kleine nissen. Alle grotten eindigen bij een klein ondergronds stroompje. Wanneer Urgh klaar is met zijn inspectie staat Zan voor hem. ‘Ik stel voor dat Azel, Yali samen met de jongens en de vrouwen de tenten en de voorraden gaan halen. Tas, Zoe, Gaya en ik gaan dan het avondeten vangen terwijl jij nadenkt over de beste grot-indeling. ‘Ik de grot-indeling maken’, zegt Urgh, ‘Dat kunnen we toch beter met z’n alleen doen?’ ‘Nee’, zegt Yali, ‘Jij bent de wijze van deze grotten, jij bepaalt de indeling’. Even later ziet Urgh de beide groepen vertrekken. Het is Tas die zich nog even omdraait en hem toe roept ‘En Urgh, de mooiste grot is voor jou! Vergeet dat niet’.

Dan zijn Urgh en Kleintje alleen.  Urgh loopt nogmaals de vijf grotten in en uit om te beoordelen wie waar gaat slapen, nee, gaat wonen.  De twee grotten met slechts twee achterliggende grotten zijn zo verdeeld. De grot het dichts bij het pad naar de weide is voor Kleintje en hem. De ander, het dichts bij het strand is voor Yali en Azel zodat Azel en ruimte heeft om te werken, en de grondstoffen dicht bij zich heeft.

De grot naast die van hem met de drie achterliggende grotten is voor Zan, Tas en Zoe. De andere twee grotten kunnen goed dienst doen als mannen en vrouwen grot. Tevreden over zijn beslissing gaat Urgh voor zijn grot op de grond zitten en kijkt uit over het water. Daar zit hij nog wanneer de verzamelaars terug komen met het eten. Hij vertelt hen welke indeling hij heeft bedacht. ‘Da’s een goeie’, zegt Tas, ‘Maar euh, waar moet Gaya slapen? In de vrouwengrot?’.

Urgh’s wangen en oren krijgen een diepe rode kleur en dan zegt hij, ‘Dat kan, maar ik zou het erg prettig vinden wanneer Gaya mijn grot wil delen’. Hij kijkt de medicijnvrouw recht in de ogen en zegt ‘Ik weet dat Onna je gevraagd heeft mij nog een kans te geven. Gaya, zou jij mijn vuurpartner willen worden?’.  Voor Gaya antwoord kan geven komen Azel, Yali samen met de jongens en de vrouwen het pad opgelopen.

© Rianne, juli 2014

Midden-aarde

Toet en CoDit weekend volg ik een Reiki-cursus. Een opfris-cursus in mijn geval. Als aspirant-master heb ik de meeste stof en inwijdingen al gehad maar daar waar ik ooit zei dat aspirant-master voldoende voor mij is dwarrelen er tegenwoordig wel eens master-ideeën door mijn hoofd. De Reiki-master bij wie ik de opfris-cursus volg hangt een andere stroming aan dan mijn eigen master waardoor sommige dingen toch net iets anders verteld en aangeleerd worden dan ik heb geleerd. De vrijdagavond was machtig interessant. Erg prettig, als je het mij vraagt, want anders was het idee om zaterdag, de warmste dag van het jaar, binnen door te moeten brengen, vast niet zo aanlokkelijk geweest als nu.

We beginnen de cursusdag met een geleide meditatie. Ik heb deze al eerder gedaan en weet wat er komen gaat. En toch was daar de verrassing want terwijl ik via het denkbeeldige lijntje (een stevige staalkabel) dat zich via mijn linkervoet een weg baant naar het middenpunt van de aarde afdaal (ik weet het, da’s fysiek en technisch niet mogelijk maar ik deed het toch maar mooi even) zie ik ineens dat ik twee verstekelingen heb opgepikt. Toet en Rozifantje dalen mee af. We zoeken ons een weg door aardlaag naar aardlaag. Soms gaat het makkelijk, soms moeten we wat meer kracht zetten. Dan zegt de Reiki-master dat we aan het laatste deel van de reis zijn aanbeland. Gedrieën schieten we in een soort vrije val naar het midden van de aarde en ik maak de staalkabel vast aan een dwarsbalk die heel erg handig net voor mij verschijnt.

We kijken rond in de immens grote, oranje rood gekleurde ‘grot’ waar we ons bevinden. ‘D’r klopt iets niet’, zegt Toet. Rozifantje knikt. ‘Tis niet warm genoeg. Dat oranje rode spul is lava, dat is kokend heet en het voelt niet kokend heet’. Hij heeft het nog maar net gezegd of de grond wordt te heet onder onze voeten. Gelukkig zegt de Reiki-master net op dat moment dat we terug naar boven mogen gaan. Met Toet hangend aan mijn tuniek en Rozifantje hangend aan de staart van Toet stijgen we op. We gaan sneller en sneller om de kokende lava die haar best doet ons ‘te pakken’ voor te blijven. Via het puimsteen en het graniet, een kleilaag en een zandlaag zitten we ineens weer veilig op de bank.

Dan mag ik via mijn rechtervoet een lijntje naar beneden laten lopen. Het wordt dit keer geen staalkabel maar een soort bungy-jump-elastiek. Wanneer we langzaam afdalen zeg ik tegen de jongen ‘Doe mij een lol en praat niet over wat er in jullie ogen allemaal niet klopt maar denk koele gedachten’. Twee piepende stemmetje beloven dat te doen. Al snel zijn we beneden. Het lava is tot rust gekomen, de staalkabel zit nog steeds stevig vastgebonden. Dan hoor ik de opdracht om beide verankeringen  los te koppelen en terug te keren in mijn lichaam. Het bungee-koord schiet in vliegende vaart naar boven. Ineens meen ik weer kokende lava achter mij te horen maar dan zitten we al weer op de bank. ‘Zeg op’, zeg ik tegen de jongens, ‘Wie van jullie dacht aan de hitte van de lava’. Twee paar zwarte ogen kijken mij onschuldig aan. Twee piepstemmetje bezweren mij dat zij het niet waren. Dan ruik ik de geur van geschroeid wol en zie hoe Rozifantje achter de brede rug van Toet duikt en zijn smeulende sjaal afgooit.

Terwijl de mijn mede cursist haar ervaringen met de Reiki-master en mij deelt denk ik verwonderd ‘Ben ik eindelijk van Me en Myself verlost, zitten de jongens in mijn hoofd’. Just my luck!

© Rianne, juli 2014

In de nacht van dinsdag op woensdag word ik rond twaalf uur wakker van wat kabaal buiten. Iets met een brommer of motor en ik meen de stem van mijn kind te horen. ‘Kan niet’, denk ik, ‘Die ligt in bed’. Ik draai mij om en slaap verder.

De volgende avond tijdens het eten vraagt Yep ineens: ‘Was jij om twaalf uur wakker?’. Ik knik van ja. ‘De overbuurman kreeg zijn brommer niet ge-kick-start. Ik lag net in bed en dacht dat het wel eens lang kon duren dus ben ik hem maar even gaan helpen’.  Ik zeg dat ik begrijp dat deze behulpzaamheid vooral eigen belang was maar dat ik het wel heel aardig van hem vind. Hij knikt. ‘Ik heb maar niet gezegd dat hij kick-start als een meisje’, zegt dat lekker kind van mij.

Nou ja… Vanwege het nachtelijk lawaai moest ik aan dit nummer denken. Stukje jeugdsentiment van het zuiverste water. Voor mij in ieder geval.

Normaal – Oerend hard

Voor meer Zwijmelen op Zaterdag verwijs ik eenieder met liefde en plezier naar Marja, Opperzwijmelaarster.

© Rianne, juli 2014

Veel sneller dan ik zou willen is de vakantie voorbij. Niet dat ik nog kamers heb die een grote beurt of zo nodig hebben (zo groot is mijn huisje niet) maar de strijk, om een dwarsstraat te noemen, is nog niet gedaan. Gelukkig loopt de strijk nooit weg. Correctie: Helaas loop de strijk nooit weg bedoel ik te zeggen.  Gelukkig ben ik op maandag altijd vrij waardoor het toch nog een klein beetje op vakantie lijkt. Niet dat er nog wat bijzonders op de planning staat. Even poetsen (fluitje van een cent) en dan een bureaukruk die hier niet meer gebruikt wordt naar een vriendin brengen.

Op de terugweg doe ik de boodschappen. Eigenlijk wilde ik gebruik maken van het feit dat ik ruimschoots de tijd had om het eten op tafel te zetten en nog een keertje een rundvleescurry maken maar ik was bij de L.idl (ik had nog voor 5 euro aan statiegeldflessen van hun staan en nu ziet de hal er ook wat opgeruimder uit) en kon het rundvlees niet vinden. Dan maar wat anders bedenken. Het werden kapucijners met een twist. Een curry twist om wel te verstaan.

kapucijners andersIk begon met het fruiten van een in ringen gesneden ui, twee fijngesneden teentjes knoflook en een fijngesneden stukje gember (van ongeveer anderhalve centimeter in het vierkant. Toen dat lekker begon te geuren voegde ik er blokjes gesneden kipfilet aan toe en liet deze rondom bruin bakken. Daarna voegde ik er 200 ml kokosmelk en een halve pot pittige curry van P.atak aan toe. Voor de ‘bite’ deed ik er twee handjes rode linzen, twee handjes rijst en drie kleine aardappelen in kleine stukjes en een flinke scheut water bij (het zit anders zo aan de bodem van de pan gekoekt.. Dit liet ik op een klein pitje langzaam garen.

Terwijl mijn keuken (en dus mijn hele huis) steeds lekkerder begon te ruiken spoelde ik de kapucijners onder de kraan af. Daarna plukte ik wat rode en groen basilicum en wat munt en sneed dit klein boven de kapucijners. Na ongeveer 20 minuten pruttelen voegde ik de kapucijners aan het prutje toe. Na ongeveer 10 minuten roerde ik er nog 150 gram spinazie, wat rucola en wat fijngesneden koriander doorheen. Na een minuut of 5 was dat wel geslonken en draaide ik het gas uit en deed het deksel op de pan om op die manier de rijst nog een minuut of 5 na te laten garen. Conclusie: Een heerlijk eenpansgerecht wat eigenlijk in een handomdraai klaar is en waar lekker mee te combineren valt.  Misschien dat ik er de volgende keer nog wat naan-brood bij bak. De aardappels en/of de rijst kan je weglaten.

Smakelijk eten zou ik zeggen. En voor hen die vandaag al niet meer hoeven te werken: Prettig weekend!

© Rianne, juli 2014

Zij of wij?

zij en het schilderijMijn eerste grote frustratie na de scheiding had te maken met het feit dat ik voor mijn gevoel als vrouw alleen in heel veel zaken niet voor vol werd aangezien. De eerste keer dat het mij overkwam was toen ik met een ellenlange lijst van nieuw aan te schaffen witgoed en kleine huishoudelijke apparaten bij een grote witgoedreus binnenliep en te horen kreeg ‘Kom vanavond maar terug met meneer, dan maken we een mooi prijsje’.  Woest ben ik de zaak uitgelopen en heb alle onderdelen van mijn lijst elders aangeschaft.

Het bleek geen op zichzelf staand geval te zijn. Na die eerste keer heb ik nog vaker dit soort situaties meegemaakt. En ik niet alleen. Ik hoor met enige regelmaat mijn alleenstaande uiterst zelfstandige vriendinnen hierover klagen. Alleenstaande mannen hoor ik er nooit over dus ging ik er van uit dat dit soort opmerkingen vooral voortkomen uit het brein van ongeëmancipeerde mannen (maar ook vrouwen) wiens vrouwbeeld nog uit de jaren 20 van de vorige eeuw stammen. PUNT.

Afgelopen zaterdag was ik samen met een vriendin in een winkel waar ik mij trakteerde op een lampje. Ik reken af en we raken aan de praat met de verkoper/eigenaar van de zaak. Op een gegeven moment zegt hij dat hij binnen onafzienbare tijd niet altijd de winkel had maar ook stofzuigers ging verkopen. Bij de mensen thuis. ‘Altijd op afspraak en alleen dan wanneer beide partners bij het gesprek aanwezig kunnen zijn’. Met een ‘Dan hoef je bij mij niet te komen want ik ben alleenstaand’, meende ik hem in een hoek gezet te hebben. Om mijn woorden enigszins te verzachten voegde ik er aan toe ‘Da’s een geintje toch? We hebben het hier over een stofzuiger. Dan beslist die persoon die er het meest gebruik van gaat maken toch wat voor een exemplaar er in huis gehaald wordt?’

Hij bleek bloedserieus te zijn. Zo’n aanschaf, dat deed je samen.

Maandag lees ik op Facebook de status van een alleenstaande vriendin. Zij is boos want gebeld door een man van een telemarketingbedrijf die naar Meneer had gevraagd. Ik herken de frustratie en reageer ook in die trant en ga wat anders doen terwijl dit voorval nog door mijn hoofd speelt. Ineens hoor ik in gedachten vriendinnen en collega’s die in een relatie zitten opmerkingen maken als ‘Dat moet ik thuis even overleggen’ en ik vraag mij ineens af ‘Wat is nu eigenlijk normaal in deze? Zij die in een relatie zitten en ‘alles’ overleggen of wij die niet in een relatie zitten en er van uitgaan dat iedereen zelfstandig beslissingen kan (en wil)  nemen?

Zoals altijd zal de waarheid wel ergens in het midden liggen en is het wijsheid niet altijd vanuit je eigen referentiekader en de bijbehorende emoties te reageren wanneer bovenstaande opmerking(en) gemaakt worden. Leermomentje zal ik maar zeggen.

© Rianne, juli 2014

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 176 andere volgers

%d bloggers like this: