Wiebeltjes


6 reacties

We moesten even wennen

Gremlin

 

Hij woont al weer even bij ons: Gremlin. We hebben lang aan elkaar moeten wennen. Daar waar Bruinemans op de bank sprong, regelmatig geaaid wilde worden en dol was op snoepjes (konijnensnoepjes natuurlijk) had Gremlin wat meer tijd nodig. Geaaid worden was eng. Op de bank zitten ook. Op springen heb ik hem nog nooit betrapt. Gapen kan hij wel als de beste. Buitenspelen is leuk, als je hem maar met rust laat.

De laatste maanden werd hij wat aanhankelijker. Ging, wanneer ik ‘s-morgens zijn voerbakje vulde, er even voor liggen om geaaid te worden. Even maar, dan kroop hij weer in zijn slaaprol. Vorige week zette ik hem met slaaprol en al op de bank. Dit keer leidde dat niet tot paniek. Hij ging spelen, kwam dicht bij me zitten, ging in zijn ‘Ik wil geaaid worden’ houding liggen. Ondertussen zijn we zo ver dat hij op zijn deken blijft zitten om geaaid en opgepakt te worden en niet meer in het hok vlucht wanneer ik er aan kom. En eenmaal op de bank zit hij graag op schoot. Alleen het springen wil niet zo lukken. Maar optillen is zo gedaan.

Dit gaat een konijnenknuffelige winter worden. Zeker weten.

© Rianne, 29 oktober 2014

Toet - Studie


8 reacties

Ik probeer het nog een keer

Zij die hier al wat langer lezen weten dat ik een soort werk-student, maar dan anders, ben. Het werken daar heb ik weinig moeite mee maar de studie staat voor de vierde.. euh … vijfde keer dat ik er aan begonnen ben stil. Zo gaat het weken goed, zo komt er even de klad in en zo ligt het weer maanden helemaal stil. Iets wat helemaal niet nodig is, want ik heb best wel tijd (als ik de laptop eens aan de kant zou gooien) en energie (zelfs wanneer ik wel drie maal per week wandel/ren/iets anders actiefs doe) over. Ik heb ondertussen de laatste les al lang in huis wat betekent dat ik binnen nu en twee jaar (misschien korter) toch echt klaar moet zijn. Nu heb ik de hoop dat wanneer ik maar regelmatig huiswerk inlever, de ‘schoolleiding’ coulant is maar ja… Regelmatig huiswerk inleveren. Zucht.

En toen.. Toen zag ik op een forum waar ik regelmatig rondhang een item voorbij komen over een 61 Days Challenge. Stel jezelf een dagelijks doel waar je de komende 61 dagen (vanaf 1 november a.s.) aan wilt werken. Ik aarzelde maar heel even en melde mij toen aan bij de club omdat ik het idee heb dat een beetje extrinsieke motivatie mij in deze kan helpen. Mijn doel: Vanaf 1 november elke dag minimaal een half uur studeren in de hoop wekelijks huiswerk aan te kunnen gaan leveren. Om er voor te zorgen dat ik bij tegenslag niet poef uit de club stap verzorg ik de doelenadministratie voor alle deelnemers. Daarnaast maak ik er hier melding van.  Middels dit blog. Dat werkt over het algemeen ook.

Dus ja. Ik probeer het nog een keer!

© Rianne, 28 oktober 2014

Toet achter de laptop


13 reacties

Censuur

Toen ik een kleine drie jaar geleden begon met bloggen deed ik dat gewoon onder mijn eigen naam. De optie om onder een pseudoniem te bloggen kwam niet eens in mij op. Wat maakte het nu uit of ik mijn verhaaltjes op Facebook plaatste of in een blog. Veel meer dan een paar vrienden zouden mijn blog toch niet gaan lezen. Dacht ik. Dat was verkeerd gedacht.

Vanaf het moment dat het mij duidelijk werd dat ik meer lezers had dan een handjevol vrienden op Facebook begon ik op de herkenbaarheid van de personages in mijn blog te letten. Er kwam een vorm van censuur. Er kwamen grenzen. Verhalen verdwenen in de prullenmand omdat de hoofdrolspeler niet te anonimiseren was zonder dat het verhaal aan kracht inboeten. Ik dacht eens wat vaker na voor ik op publiceren drukte. Kon ik in de problemen komen door mijn blog? Kon iemand anders in de problemen komen door mijn blog? Ik stelde mij vragen als:  Wil ik wel dat mijn kind dit leest? Wil ik wel dat mijn collega’s dit lezen. Wil ik wel dat vrienden dit weten. Wil ik wel…

Tja…

Een vraag heb ik mijzelf nooit gesteld. ‘Wat zal mijn moeder wel niet zeggen?’ Dat was niet nodig. Mijn moeder is een digibeet. SMS-en lukt niet eens. Nu is ze 81 dus is digibeet zijn niets om je voor te schamen.

Een paar weken geleden belde zij mij met de mededeling dat haar ‘alarm monitor met telefoon’ vervangen werd door een iPad en dat zij iPad les ging krijgen. Een week geleden belde zij met de vraag hoe ze mijn blog kon vinden. Een paar dagen later belde zij weer. Zij had wel anderhalf uur Wiebeltjes zitten lezen. Wist ik meteen waar die explosie in mijn statistieken vandaan kwam.

Welkom Mam! Ik ben trots op je!

En mocht ik nog een keer echt uit mijn plaat willen gaan… Dan is daar BloggersAnonymous. Een geweldig initiatief voor persoonlijke bloggers zoals ik, die ook wel eens minder vriendelijk of politiek correct willen zijn.

© Rianne, 26 oktober 2014

Maas


5 reacties

Lamme Urgh 52: Tork verteld

Val je zomaar binnen en wil je meer weten over Urgh en zijn voorgeschiedenis, klik dan hier.

De kommen van de drie mensen worden nogmaals gevuld en wanneer zij ook die leeg hebben is het tijd om te gaan slapen. Voor het eerst sinds lange tijd stelt Urgh samen met Zan een wachtschema op. ‘Nu je broer tegen de wensen van Elm in is gegaan, en Elm zelfs zijn partner wil offeren, weet ik niet wat hij doet wanneer hij er achter komt dat Tork met de vrouwen gevlucht is’. Zan knikt.  Het is Urgh die samen met Kleintje de eerste wacht neemt.

Iedereen in de grot is al lang wakker en aan het werk wanneer de storm pas gaat liggen. Urgh trekt zich met Zan, Azel, Tak en Tork terug in de leegstaande grot voor overleg, de twee verzwakte vrouwen in de capabele handen van Gaya, Yali en Ani achterlatend. Aangekomen in de andere grot gaan Urgh, Tork en Azel zitten terwijl Tak voor een klein vuurtje zorgt.  Het is Urgh die als eerste begint te praten. ‘Welke jagers worden er allemaal vermist?’, vraagt hij. ‘Alle jagers die hun bewondering voor jou en je werkwijze hebben uitgesproken’, is het antwoord van Tork. Urgh kijkt de oudere man die naast hem zit strak aan. ‘Ik wil namen Tork’, reageert Urgh. ‘Ik wil weten of Krom bij die jagers is en of Flak, Mig, Ong en Rag met hun mee gestuurd zijn’. Tork wacht even met antwoorden en zegt dan ‘Ja, Krom, partner van Pew, zoon van Azel is die noodlottige dag op jacht gegaan.  Ook de vier jonge jagers zijn door Elm met de jagers meegestuurd’. Hij slikt even. Alle vier de mannen kijken hem aan. ‘Ik heb geprotesteerd. Ik heb gezegd dat er veel sneeuw aankwam, dat het niet verantwoord was de jagers zo laat in het seizoen op mammoet te laten jagen maar volgens Elm hadden de voorouders gezegd dat het wel kon, dat de sneeuw nog weg zou blijven. Ik heb gezegd dat we er beter aan deden om volgens het plan kortere tochten naar de diverse windstreken te maken zodat de jagers bij plotselinge sneeuw dicht genoeg bij huis waren om thuis te komen. Maar hij luisterde niet. Hij werd boos en vroeg of ik ook over gelopen was naar het kamp van Urgh. Ik zag de waanzin in zijn ogen en zei nee. En liet de jagers gaan. Geen van hen is teruggekomen’.

Urgh kijkt hem even peinzend aan. ‘Hoeveel nachten tussen het vertrek en de sneeuwstorm?’, vraagt hij dan. Tork denkt na, en steekt dan acht vingers op. ‘Volgens mij zoveel nachten’, zegt hij. ‘Maar zeker weten doe ik het niet’. Nu is het Urgh die nadenkt. ‘Acht nachten’, zegt hij na een tijdje, ‘Dan moeten ze al in het Schuildennenbos zijn geweest, of in het grottengebied wat daar net achter ligt. Murw was er bij zei je?’. Tork knikt. ‘Dan hebben ze een kans. Die weet van wanten’. Azel schudt zijn hoofd. ‘Ik vertrouw Murw niet’, zegt hij dan, ‘Die wil te graag hoofdjager worden en doet alles wat hij moet doen om dat te bereiken’. Voordat Urgh of Tork is kan zeggen snoert Azel hen de mond. ‘Nee, zeg maar niets. De toekomst zal het leren’.

Het is Zan die de volgende vraag stelt. ‘Hoe is het mogelijk dat er niet goed gedroogd vlees tussen het andere vlees terecht kwam? Nana controleert altijd alles’. Tork haalt zijn schouders op. ‘Volgens Elm was het vlees wat jullie meegebracht hadden, wat jullie stiekem gedumpt hadden. Nana zei dat dat niet kon, dat het een vossenkarkas was en dat er al die tijd dat zij in het Grottendorp was geen vos gevangen was. Bovendien zei zij dat alle buit daar altijd meteen gevild en gedroogd werd. Elm bedacht wat anders. Als de vos niet uit het Grottendorp kwam, dan hadden Sim en Lan de vos vast gevangen en tussen het vlees verstopt. Op Nana’s vraag waarom de beide vrouwen dat zouden doen antwoordde Elm dat zij vast in opdracht van Urgh hadden gehandeld. Dat Urgh er alles aan deed het dorp over te nemen. Nana zei dat hij moest stoppen met de belachelijke beschuldigingen. Maar Elm was niet voor reden vatbaar. De voorouders hadden het hem verteld. Twee dagen voor de winterzonnewende werden beide vrouwen uit het dorp verdreven’. Met gebogen hoofd valt de jager stil. Toen de ergste sneeuwstormen gingen liggen ben ik op zoek gegaan. Lan’s door aaseters aangevreten lichaam lag vlak bij het dorp. Sim’s lichaam heb ik niet gevonden’.

Zachtjes pratend vervolgt Tork zijn verhaal. ‘Elm ging zich steeds vreemder gedragen, staarde alleen nog maar in het vuur om met de voorouders te praten. Al zijn eten moest voorgeproefd worden door Pew. Hij eiste dagelijks dat Nana voorouderdrank voor hem maakte en om er zeker van te zijn dat zij er geen vergif in deed moest Marg eerst een slok nemen. Elke dag sprak hij met de voorouders. Elke avond waarschuwde hij de dorpelingen namens de voorouders voor Urgh en zijn volgelingen. Op een dag kwam Pew bij mij. Onna had met haar gesproken. De waarschuwingen die Elm de dorpelingen gaf kwamen niet van de voorouders maar uit zijn eigen geest. Het dagelijks drinken van voorouderdrank en het steeds maar in contact staan met de voorouders had er voor gezorgd dat een vage voorouder, uit de tijd dat de stam nog een nomadisch bestaan leidde, hem steeds meer onder controle kreeg. Deze voorouder vond het dorp veel te groot en deed zijn best om het aantal bewoners zo klein te maken, de ellende zo groot, dat zij weer zouden gaan rondtrekken zoals het hoort.  Onna had Marg gevraagd er voor te zorgen dat ik Elm tegen zou houden. Er voor moest zorgen dat hij geen voorouderdrank meer kreeg zodat zijn geest weer schoon en van hemzelf zou worden. Voordat ik dat kon doen kreeg ik van Elm de opdracht om de twee jonge vrouwen van het leven te beroven omdat zij volgens de voorouders de oorzaak van alle problemen waren. Toen hij dat tegen mij zei zag ik de waanzin in zijn ogen. De waanzin die ook Ergh regelmatig over zich had wanneer hij te lang en te vaak in het vuur had gestaard. De waanzin die ook mij ooit in zijn greep had’. Terwijl hij somber in het vuur kijkt zegt Tork, ‘Ik vertrok met de vrouwen en wist niet wat te doen. Op de plek tussen de bomen waar ik jou ooit aanviel hoorde ik de stem van Nana die zachtjes zei: ‘Zoek Urgh’. En dat hebben we gedaan. Wat er nu met ons gebeurt is aan jou’.

‘Ik heb gisteren gezegd dat jullie mogen blijven’, zegt Urgh, ‘En daar blijf ik bij’. Dan verschijnt er een wrang lachje rond zijn mond. ‘De andere bewoners moeten dit ook weten en vanavond moeten we met de voorouders praten. Ik wil weten of Krom en de jonge jagers nog leven, of Sim nog leeft. Of Elm nog te redden is. Ik wil weten wie hier achter zit’. Met een diepe zucht staat hij op en loopt, op de voet gevolgd door de vier andere mannen.

© Rianne, 26 oktober 2014

Toet leest


16 reacties

Comfort zone

Kakel zei het gisteren al. Uit je comfort zone stappen is goed voor een mens. Ik denk dat zij daar gelijk in heeft. Toch ga ik niet dagelijks de grens over, zoek ik het onbekende meestal niet op. Maar deze maand. Deze maand zijn mijn grenzen meerdere keren enorm opgerekt. Niet altijd met succes btw. Een van mijn minder succesvolle uitstapjes dateert van het begin van deze maand hoewel de kiem al veel eerder werd gelegd.

Ergens in september kreeg ik een berichtje van een vriendin. Zij, woonachtig in het midden van het land, had een date gehad met een meneer die in een dorp op fietsafstand van Venlo woont. Aardige man, schreef ze, Leuke dag gehad samen, maar geen klik.  Ze had tijdens de date een aantal malen aan mij moeten denken. Vandaar dat bericht. Of ik interesse had.

‘Nee’, was mijn eerste reactie. Tenslotte heb ik eind vorig jaar besloten om te stoppen met actief zoeken. Niet dat ik vorig jaar nou zo actief zocht. Veel verder dan mijzelf in de etalage zetten ben ik niet gekomen. Maar goed. Ik vind het mijn goed recht om terug te komen op een overhaaste beslissing dus … Ik vroeg verder. Uiteindelijk had ik een naam. Ik bekeek zijn Facebook profiel en zijn professionele website en kreeg last van koud water vrees. Ik ga toch zeker geen wildvreemde man benaderen. Nee dus.

Een paar weken later denk ik ineens weer aan de man. Natuurlijk geen naam meer te vinden in mijn mailbestanden. Ik stuur vriendin een berichtje en krijg zijn naam weer door. Een paar dagen later zit ik met een vriendin op een terrasje. Ik vertel haar het verhaal. Nieuwsgierig opent zij Facebook, zoekt zijn profiel en verhip .. Hij en zij hebben een gezamenlijke vriend op Facebook.

Het duurt nog een week voordat ik uit mijn comfort zone stap en hem een berichtje stuur via Facebook.

Enfin… Gezien de tijd die ondertussen verstreken is denk ik niet dat ik ooit een reactie van hem krijg. Hij heeft of geen interesse, of ik ‘hang’ in de overige berichtenbak die via de Messenger-App niet zichtbaar is. Of hij zit door dat twijfelkonten van mij ondertussen in een relatie.

Zo voelt uit je comfort zone stappen best veilig. Net zo veilig als met een boek op de bank zitten.

© Rianne, 25 oktober 2014

Zwijmelen op Zaterdag


11 reacties

Zwijmelen op Zaterdag 49

Ik heb wel eens geschreven dat ik gek ben op leren, op studeren. Toch heb ik kans gezien mijn studie wederom op een laag pitje te zetten. Iets met een verschoven prioriteit. Met enige regelmaat voel ik mij daar schuldig over want nu leer ik niets meer bij. Kolder natuurlijk, maar soms heb ik de kolder in de kop. Ik leer namelijk nog iedere dag bij, de ene dag wat meer dan de ander. Soms hardleers en soms spontaan. En soms… soms probeer ik het leren te vermijden omdat ik denk dat ik het toch niet kan leren. Bijna 52 en dan nog met enige regelmaat, compleet onnodig, onzeker zijn. Een van de dingen waar ik een beetje vang voor was dat ik het niet meer zou kunnen leren is een werk gerelateerd iets. Als ICT-er ben ik verantwoordelijk voor 1/3 deel van een software pakket. Daarnaast ben ik achterwacht voor een ander pakket. Beide zijn HR gerelateerd. Da’s appeltje eitje Als je het proces en de procedures begrijpt, een beetje verstand hebt van computers, een beetje logisch kunt denken en geen knoppenangst hebt kom je een heel eind. Ik kom dus een heel eind. Maar die andere 2/3 van het pakket, het stuk inkoop en het stuk financiën vind ik maar eng. Fout. Vond ik eng. Ik ben over mijn koudwatervrees heen. Omdat ik wel moest. Omdat ik niet anders kon. Omdat ik mensen niet van het kastje naar de muur wilde sturen.

Woensdag zat ik alleen op kantoor. Niet helemaal, Harriëtte was mij gezelschap komen houden, maar zij werkt op een heel andere afdeling dus….! Wij waren beide druk aan het werk toen de telefoon ging. De helpdesk voor mijn afwezige collega. Ik slik even, neem de telefoon op en even later heb ik een echte klant aan de lijn. Ik hoor haar vraag aan en voel mij dom. Ik weet het antwoord niet. Dacht ik. Na wat rondbellen en navraag plegen bij Harriëtte (die net als de mevrouw aan de andere kant van de lijn tot onze klanten behoort) blijkt mijn eerste ingeving goed te zijn. Ik bel de mevrouw terug en vertel haar mijn teleurstellende boodschap. Helaas pindakaas, het kan niet! Ik zeg het wel wat netter. Een half uur later krijg ik weer een klant doorgezet. Weer breekt mij het angstzweet uit. Weer sta (zit) ik met mijn mond vol tanden maar na wat zoeken en wat hulp (van de helpdesk en van Harriëtte) en het snel doornemen van de handleiding voor de eindgebruikers kan ik de klant helpen. Er zouden nog twee telefoontjes volgen. Ook die twee klanten kon ik helpen. Ik was superduper trotst op mijzelf. Donderdag;s kreeg ik slechts een telefoontje. Eigenlijk was ik best wel teleurgesteld. En vrijdag… Vrijdagmiddag heb ik dat gedaan wat ik al heel lang had willen doen maar nooit goed durfde. Ik heb een middagje les genomen bij de beheerder van het inkooponderdeel van het pakket.

Ik zal niet zeggen dat hij nu met een gerust hart op vakantie kan gaan en de toko in zijn geheel aan mij over kan dragen maar de meeste klanten met een acuut probleem kan ik nu wel helpen en wanneer ik een aantal standaard werkzaamheden nog een of twee maal onder zijn begeleiding heb uitgevoerd hoef ik die niet meer te laten liggen tot hij of onze andere collega er weer is. Ik dacht niet dat het mogelijk was… maar toen ik vrijdag naar huis ging was ik nog trotser dan superduper. Ik begin allround te worden.

Crosby, Stills & NAsh – Teach your children

© Rianne, 24 oktober 2014

Toet - taart


22 reacties

Zinloos

Ik merk dat ik de laatste tijd steeds vaker steeds minder zin heb in lekker discussiëren. Tuurlijk zet ik nog wel eens een boompje op met vrienden, of voer een werk gerelateerde discussie maar via het net… Liever niet. Neem nu de hele Pieten discussie. Stond ik daar vorig jaar nog heel dubbel in, dit jaar ben ik definitief anti Zwarte Piet. Waarom?

Nouhou… Het is mooi dat de Turk Sint Nicolaas de Moorse kinderslaven vrijgekocht heeft en dat zij uit dankbaarheid voor hem zijn gaan werken…

Nouhou… het is mooi dat er gezegd wordt dat de zwarte kleur van Piet komt doordat hij via de schoorsteen de huizen binnen gaat en dat zijn zwarte kleur dus verder niets te betekenen heeft….

Maar… Hij wordt door ons wel ‘knecht’ genoemd…

Maar… Zijn gezicht mag dan egaal roetzwart worden door zijn tochten door de schoorsteen, zijn kleren blijven kraakhelder en die oorbellen en rode lippen spreken boekdelen.

Ik begrijp dat voor een groot deel van Nederland Zwarte Piet een mooie jeugdherinnering is. Ik begrijp dat ‘wij’ onze kinderen ook zulke herinneringen gunnen.

Alleen… Wij zijn niet meer hoofdzakelijk blank. Wij hebben de laatste zestig jaar steeds meer kleur gekregen waardoor een deel van wij regelmatig door het andere deel van wij opmerkingen naar het hoofd geslingerd krijgen als ‘roetmop’ of ‘Zwarte Piet’. Misschien niet eens rottig bedoeld, maar de ontvanger bepaald hoe iets binnenkomt, niet de zender. Uit eigen ervaring puttend was de eerste ‘brillenjood’ of ‘puistenkop’ niet eens zo erg. Dat werd het pas toen het met enige regelmatig herhaald werd. Toen de lading erachter steeds minder ‘leuk’ werd, het pijnlijk werd, het begon te tekenen. Waarna ik dapper bleef lachen om de ander niet te laten zien wat zijn/haar woorden met mij deden. Wanneer ik nu zeg dat dat vroeger pijn deed, zijn er naast de mensen die mij begrijpen en met mij meevoelen, ook mensen die vinden dat ik niet moet zeuren. PUNT. Meer wordt er niet gezegd.

Maar… Zou ik nu geen witte kaaskop zijn maar een gekleurde medelander, en ik zou zeggen dat het mij pijn doet dat ik van kleins af aan met enige regelmaat te horen heb gekregen dat ik een ‘roetmop’ of ‘Zwarte Piet’ ben dan zijn er mensen die mij begrijpen en met mij meevoelen. Alleen… de mensen die vinden dat niet moet zeuren laten het daar niet bij maar zeggen ook dingen als ‘Blijf van onze traditie af zeikerd, wij bedoelen het niet slecht en als het je niet bevalt, dan rot je  maar op naar je eigen land.’ Lekker hoor, wanneer Nederland je eigen land is. Trouwens, ook wanneer je wiegje hier niet gestaan heeft maar Nederland je (tweede) thuis is geworden. En wat te denken van opmerkingen als ‘Wat zit je nou te zeuren? Zwarte Piet is echt geen neger want Zwarte Piet werkt’. Maar we discrimineren niet. Neuheu… Onze gekleurde medemens heeft gewoon lange tenen en kan niet tegen een grapje. Want we discrimineren niet.

Oeps … Doe ik zo maar ineens mee aan die zinloze discussie. En dan te bedenken dat ik deze zinloze discussie eigenlijk alleen een beetje aan wilde stippen als opstapje naar die andere zinloze discussie: Die tussen voor- en tegenstanders van de griepprik. Maar ach, dat kan een andere keer nog wel.

Nou ja… Ik ben dan wel Anti Zwarte Piet, ik wil wel dat Piet blijf. In alle kleuren van de regenboog. Zodat Sinterklaas weer net als in de ‘witte’ jaren een feestje wordt waar alle kinderen mooie herinneringen aan hebben. (Hoewel, Toon Hermans had niet zulke goede herinneringen aan Sinterklaas… Zucht, je kan het ook nooit goed doen..).

Toon Hermans – Sniekelaas

© Rianne, 23 oktober 2014

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 147 andere volgers