Google is your friend

Woensdagmiddag loop ik even bij de collega’s beneden binnen die knoerthard aan het werk zijn om, voorafgaand aan een kwaliteitsaccreditatie-traject, de laatste losse eindjes aan elkaar te knopen. Ik word met gejuich ontvangen. ‘Ken jij Latijn?’, vraagt een van de collega’s. ‘Nope jongen, ik ben slechts een HAVO-klantje’, antwoord ik maar kijk toch even op zijn scherm om te zien waar hij me bezig is. Summa Cum Laude weet ik nog wel te vertalen.

Op zijn scherm staat van alles maar hij staart met name naar het stukje anni gevolgd door een rits Romeinse cijfers. ‘Het eindigt op 8 en begint met 19’, zeg ik behulpzaam, onderwijl in mijn geheugen gravend hoe het ook al weer zat met de Romeinse cijfers. ‘Google eens op Romeinse cijfers’ zeg ik. Braaf doet hij wat ik zeg en vindt een ‘vertaal’-programmatje. Helaas werkt dat alleen van Arabische naar Romeinse cijfers en niet vice versa. Boven het vertaalprogramma staan gelukkig alle Romeinse cijfers. Ik kijk even en stel voor dat hij  1980 invoert. Het Romeinse cijfer wat verschijnt lijkt deels op het cijfer in zijn document. ‘Maak er dan maar 1988 van’, zeg ik. Bingo.

Hij springt nog net niet van zijn stoel af zo blij is hij en roept ‘High Five’. De rest van de collega’s op de kamer komen naar de oplossing kijken. ‘Jij bent duidelijk nog uit de tijd dat er goed onderwijs werd gegeven’, zegt een van de andere jonge snuiters. Hoewel ik deels denk dat hij gelijk heeft wuif ik zijn opmerking weg. ‘Ach, antwoord ik. ‘Dat valt wel mee. Gewoon onthouden: Google is your friend. Dan komt alles goed’.

Minions - Google

Op weg terug naar mijn werkplek bedenk ik mij hoe bijzonder het eigenlijk is dat ik als ‘oude rot’ eerder aan zoiets nieuwerwets als Google denkt dan een stelletje jonge honden. Zal de opleiding uit een andere tijd wel zijn ;-).

© Rianne

De kogel is door de kerk, moskee, synagoge euh…

Maandagmiddag ging Yep eerst zijn eigen auto poetsen en daarna was Suvvertje aan de beurt. Tegen de klok van drie uur stond zij in het parkeervak te glimmen dat het een lieve lust was. ‘Zullen we nu dan maar een andere auto gaan kopen?’, vroeg ik aan Yep. Die zei geen nee en een goed half uur later liepen we bij de dealer naar binnen.

Met behulp van de folders en internet had ik mij goed voorbereid en ik wist dus precies wat ik wilde hebben. Ik had nog twee vraagtekens: Wat ging Suvvertje nog opbrengen en voor welke kleur zou ik gaan.  Mijn eerste idee om voor het standaard rood te gaan werd mij van diverse kanten afgeraden. Rood, met name niet metalic rood, heeft nogal de neiging om vaal te worden en als ik een ding niet wil, dan is het in een vale auto rondrijden. Vies vind ik prima, maar vaal.. Nee.

schermafbeelding-2017-03-06-om-16-03-50

Enfin. Om een lang verhaal kort te maken. Uiteindelijk ging het tussen de kleuren flame-orange en neon-blauw. Na twee minuten dubben was de kogel is door de kerk, moskee, synagoge euh… Whatever. Ik ging voor flame-orange en de auto kon besteld worden. Zo gezegd, zo gedaan. Omdat de kleurkeus duidelijk in een opwelling was gemaakt controleerde de verkoper niet alleen de levertijden van het gevraagde model met automaat in flame-orange maar ook in neon-blauw. Trouwe lezers voelen ‘em vast al aankomen: Over een kleine drie maanden rijd ik in een neon-blauwe auto. De levertijd voor flame-orange was namelijk 5 maanden en eventjes wachten had ik al ingecalculeerd, maar bijna een half jaar wachten. No way.

Voor nu zeg ik: Word vervolgd!

© Rianne

Ergens tussen toen en nu

Ergens tussen toen en nu, meer precies sinds de verhuizing naar ons huidige huisje, ben ik gestopt met het kopen van verse snijbloemen. Iets met klein behuisd zijn, twee motorisch gestoorde bewoners en een konijn met Houdini en sloop-neigingen.  Het feit dat op een na alle bloemvazen het eerste jaar de winterse vrieskou op het balkon niet hebben overleefd maakte ook niet dat ik regelmatig tussen de snijbloemen stond. Want wat heb je aan bloemen als je geen vazen hebt? Niks toch.

Een dikke week geleden mocht ik wel weer eens tussen de snijbloemen toeven. In de week na haar operatie ging ik bij Vriendin op bezoek en Groningse Vriendin vroeg of ik namens haar een bos tulpen mee wilde nemen.  Ik beloofde haar dat te doen en zo stond ik op een winderige zondagmiddag ineens op de snijbloemenafdeling van een tuincentrum. Ik werd op slag verliefd op een stevige bloemvaas met tulpen maar om nu 30 km enkele reis heen en weer met een vaas met tulpen en een bodempje water rond te gaan rijden… Leek mij niet zo’n geweldig idee dus kocht ik alleen tulpen namens Vriendin voor Vriendin.

De maandag daarop volgend reed ik wederom naar het tuincentrum. Ik was compleet door het kooi-materiaal van Gremlin heen en ik kan dat arme konijn natuurlijk niet tot zijn oren in zijn eigen sjit laten zitten. Na het afrekenen schoot ik de snijbloemenafdeling op. De vaas met tulpen was verdwenen. Teleurgesteld wilde ik al weer vertrekken toen mijn oog op een hele mand met stevige bloemvazen viel. Tulpen in een vaas zetten kan ik zelf ook wel en zo had ik zomaar ineens weer bloemen in huis.

Nu hoef ik er alleen nog maar aan te denken om verse snijbloemen te kopen. Deze week is het gelukt. Is het geen plaatje?

© Rianne

 

Meer, mindert .. Het is allemaal reladief

‘Ja maar, kijk dan’, hoor ik Toet roepen. ‘Kijk dan zelf. Ik houd zoveel van Gremlin’, en terwijl hij dit zegt strekt hij zijn armen zo ver mogelijk uit, ‘En jij veel minder. Want jij bent kleinert’. Rozi is het er niet mee eens en stampt eens stevig op de grond. ‘Ik houd ook twee armen en een lijfje van Gremlin. Da’s dus net zo veel als jij. Omdat ik kleinert ben lijkt het missjiems wel dat ik minder van hem houd maar Zij zou zeggen dat dat reladief is’. Hij slaat zijn korte voorpootjes boos over elkaar en kijkt mij aan. ‘Toch?’

Ik geef Rozi gelijk. ‘Jij trekt hem voor’, stelt Toet. ‘Omdat-ie zo klein is natuurlijk. Maar ik houd duidelijk meer van Gremlin dan hij’ en probeert zijn armen langer dan lang te maken. Net als Toet strek ik mijn armen uit. ‘Wedden dat ik win’, zeg ik dan.

Zachtjes foeterend onder zijn adem slaat ook Toet zijn armen boos over elkaar heen. ‘Jij speelt vals’, bromt hij dan. ‘Jij is een groot mens. Wij zijn maar kleine knuffels’. ‘Het is reladief’, piept Rozi nogmaals. ‘Wij houden allemaal evenveel van Gremlin’. Toet legt zich er bij neer.

Dus niet blijkt even later. ‘Jullie mogen dan twee armen en een lijf van Gremlin houden. Ik houd veel meer van hem. Wel van hier tot aan de maan en weer terug’. Triomfantelijk kijkt hij mij aan. ‘Jij is groter, dus de afstand tussen jou en de maan is kleinert dan de afstand tussen de maan en mij’. ‘In dat geval houd jij meer van Gremlin dan ik’, moet ik beamen.

w_me-myself-iToet slaat zijn armen om Gremlin’s nek heen. ‘Ik houd van ons allemaal het meest van jou’, fluisterd hij Gremlin in zijn oor. ‘Niettus’, toeter Rozi ineens. ‘Ik is de kleinertste van ons allemaal. Dus ik houd het aller-aller-allermeesters van Gremlin’. Toet kijkt beteuterd toe hoe Rozifantje met zijn slurfje Gremlin achter zijn oren krabbelt.

‘Missjiems heb jij toch wel gelijk Rozi, en is het allemaal reladief’. ‘Zei ik toch’, zegt Rozi grootmoedig. En Gremlin? Het zal hem een worst zijn wie het meeste van hem houdt. Als hij maar geaaid wordt.

© Rianne

Voor meer verhalen over de boyszz, klik hier. Wil je een eigen Toet in huis nemen? Hij is hier te bestellen. Rozifantje is een creatie van Appelig en ‘One-of-a-kind’. Gelukkig maar, denk ik wel eens. 

Morgen is er weer een dag..

17499153_1292010167532479_4241169789567170139_n

Ik ging op tijd naar bed, viel meteen in slaap. Niets stond een heerlijke nachtrust in de weg.

Om half twee werd ik wakker… Waardoor…?

Om twee stond ik op en verhuisde naar de bank…

Tegen half vijf kreeg de slaap de overhand en dommelde in… Niet voor lang want Gremlin probeerde met veel kabaal zijn kooi te slopen ..

Terug naar bed…

Ik zal geslapen hebben want tegen zeven uur was ik weer wakker en stond op.

Een  uurtje later toch nog even terug naar bed gegaan. Niet geslapen, wel gedoezeld..

Lieve wereld… Verwacht vandaag niet te veel van mij. Het zit er niet in!

Gelukkig hebben we morgen weer een dag… Misscchien pluk ik hem wel..

© Rianne

Zomertijd? Liever niet!

Soms is het lastig dat woorden meerdere betekenissen kan hebben. Zo ben ik dol op de zomertijd. Tenminste wanneer daar de tijd dat het zomer is mee bedoeld wordt. Aan die andere zomertijd, dat geklungel met de klok, daar heb ik de pokke-p aan.

Nu snap ik wel dat in een tijd dat bij gebrek aan daglicht alles bij kaarslicht, petroleumlamplicht of andere niet zo heel stralende lichtbronnen, zomertijd economisch gezien een top uitvinding was. Maar fysiek…

Fysiek was en is zomertijd niet iets waar iedereen blij van wordt en nu ik ouder en wijzer aan het worden ben hoor ik van steeds meer mensen dat zij, net als ik,  last hebben van het verzetten van de klok.

Misschien omdat de mensen in mijn omgeving ook ouder en wijzer worden. Of misschien wel omdat we dankzij social media makkelijker kunnen klagen. En er makkelijk een mogelijke oplossing geboden kan worden in de vorm van een petitie.

Voor dit jaar zijn we natuurlijk te laat. Maar hoe fijn zou het zijn wanneer we die ellende nog maar twee keer mee hoeven te maken. Dit weekend de klok verzetten naar de nep-tijd, in de herfst de klok verzetten naar de echte tijd … EN ER DAN NOOIT MEER AANKOMEN!

Ik kan blij worden van dat idee. En wie weet.. Wanneer voldoende mensen de petitie tekenen, lukt het ons. Doe je mee?

© Rianne

Aangenaam..

Na mijn vierde ziekmelding in 2016, terwijl ik nog midden in het onderzoekscircu zat, maakte mijn bazin een gezamenlijke afspraak bij de bedrijfsarts. Zij dacht aan werkstress en vroeg zich hardop af wat zij voor mij kon betekenen. ‘Coaching’, zei de bedrijfsarts, mijn bazin ging akkoord. Een week later zat ik tegen te collega die mij ging helpen met het zoeken van een coach te briesen. ‘Ik heb geen werkstress. Ik krijg stress van dat gezeur over mijn gezondheid’. Ik zei nog meer. Geen aardige dingen. Collega liet mij eerst uitrazen, zei toen een paar slimme dingen, we raakte in een goed gesprek verwikkeld en zij eindigde met de woorden ‘Zie het als een cadeautje. Je baas wil in jouw gezondheid investeren en je wordt er nooit stommer van’.

Me Myself and I

Collega had en heeft natuurlijk volledig gelijk. Je wordt er nooit stommer van. Alleen…  ik wil eigenlijk niet aan mijn issues werken. Wat heeft het voor nut oud zeer te doorleven? Om 54 jaar oude koeien uit de sloot te halen? Ik weet het toch allemaal wel. Heb het een plek gegeven. Heb er geen last van. Basta.

Onderussen is er aardig wat water door de Maas gestroomd, zit ik midden in mijn coachingstraject en men oh men, wat heb ik in het hier en nu nog regelmatig last van het daar en toen ontwikkelde compensatiegedrag in combinatie met onzekerheid. Wat vond ik de opdracht ‘Heet jezelf elke ochtend welkom terwijl je in een spiegel kijkt’ belachelijk. Maar zei het niet en deed braaf wat van mij gevraagd werd. Zo ben ik nu eenmaal.

Ondertussen vind ik er niets belachelijks meer aan. Het werkt. Of misschien ook niet. Komt het vooral doordat ik het issue uit het verleden tijdens die ene sessie benoemd heb en daarmee bespreekbaar heb gemaakt. Richting anderen maar vooral richting mijzelf. Mijn welkom heten gebeurt steeds enthousiaster en met elk welkom groeit het besef dat ik er mag zijn, gezien mag worden, sterker nog: gezien wordt.

Daarom ben ik blij met een leidinggevende die mij genoeg de moeite waard vindt om geld en tijd in mij te investeren. Ben ik blij met de collega die mij geholpen heeft om het cadeautje te accepteren. Ben ik blij met de coach die de gevoelige snaar weet te raken. Ben ik blij met mijn vrienden die mij het gevoel geven dat ik er toe doe. Er mag zijn. Ben ik blij met mijzelf, dat ik mijn kont niet tegen de krib heb gegooid maar serieus met mijzelf aan de slag ben gegaan en nog ga.

Nee, mijn momenten van stress zijn nog lang niet over. Maar langzaam leer ik grenzen te stellen, mijn (niet altijd zichtbare) onzekerheid te overwinnen, mijn plekje te ‘claimen’. Leer ik dat een mens nooit te oud is om zichzelf te worden. Word ik mijzelf.  Aangenaam. Rianne is de naam.

© Rianne