Wiebeltjes

Toet achter de laptop


4 reacties

Hoe Jip en Janneke-taal voor miscommunicatie zorgde..

Binnen de instelling waar ik werk is een onderdeel van de afdeling ICT al een tijdje bezig met de uitrol van nieuwe werkplekken. Overal komen nieuwe PC’s met een ander besturingssysteem en een recentere office versie dan waar we nu mee werken. Ik ga niet zeggen met welke office versie en met welk besturingssysteem wij nog werken. Ik mag dan geen echte ICT-er zijn, maar ik schaam mij er toch wel een beetje voor.

Buiten dat zo’n uitrol enorm tijdrovend is levert het op een gegeven moment ook problemen met bestaande applicaties op die niet zo een twee drie op te lossen zijn totdat iedereen over is op het nieuwe besturingssysteem. Van onze collega’s die met het patientenregistratiepakket werken hadden wij al wat staaltjes van de problemen gehoord dus toen Jongeman een week of drie geleden een gebruiker aan de lijn had die bepaalde schermen niet meer kon benaderen, en het niet mogelijk bleek haar pc op afstand over te  nemen wist hij genoeg. ‘Werkt u op een nieuwe werkplek?’. Het antwoord was ja. Niet dat daarmee het probleem meteen opgelost was maar de echte ICT-ers wisten toen wel in welke richting ze de oplossing moesten zoeken.

De work-around ‘Zoek een oude werkplek op’ was een belachelijke maar wel een die werkt. Begin deze week kwam de echte work-around beschikbaar.  Eentje die bleek te werken. Zoals dat hoort werd er via intranet over het probleem en de oplossing gecommuniceerd. Het aantal meldingen verminderde met 100%. Tot vrijdagmiddag. De middag waarop ik alleen op kantoor zit.  De telefoon gaat. De helpdesk met de melding dat een gebruiker van ons systeem zich met een probleem heeft gemeld. Of ik haar even kan helpen. Nu is betreffende onderdeel van het pakket niet mijn sterkste kant dus nog voordat het gesprek doorgezet is ben ik bezig met het opnemen van de diverse werkinstructies. Het programma om PC’s op afstand over te nemen stond al open.

De dame aan de andere kant van de lijn doet haar verhaal en ik weet wat er aan de hand is. ‘Heeft u een nieuwe werkplek?’, vraag ik. ‘Nee’, zij heeft geen nieuwe werkplek’. ‘Hebt u al geprobeerd of het op de werkplek van een collega wel lukt?’. Dat heeft zij geprobeerd maar daar lukt het ook niet. Ik zoek ondertussen naar haar gebruikersnaam in de lijst van gebruikers. Zij staat er niet bij. ‘Weet u zeker dat u nog geen nieuw werkstation heeft?’, vraag ik voor de zekerheid. Zij wist het zeker en of ik even haast wilde maken want ze had het probleem nu al dik twee weken en er moest nu toch echt een bestelling de deur uit.

Ik beloof haar wat dingen uit te zoeken en haar dan terug te bellen. Langsgaan was geen optie want zij zat die dag op de andere locatie. Ik neem werkinstructies door, speel wat met knopjes maar kom er niet uit. Ten einde raad bel ik de key-user van dat onderdeel van het pakket. Die werkt op de andere locatie. Ik leg haar het probleem uit, en wie het probleem heeft. ‘Ze zegt dat ze nog geen nieuwe werkplek heeft’, voeg ik er aan toe. ‘Anders wist ik de oplossing wel’. De key-user (een gebruiker met heul veul operationele kennis van het pakket) belooft even langs te gaan. Vijf minuten later belt zij mij. ‘Mevrouw heeft een nieuwe werkplek’, zegt zij, ‘Wat moet zij doen om…’.

Na een korte zucht geef ik snel de instructie door zoals deze begin van de week op intranet gepubliceerd is. Een minuut later is het probleem opgelost en kon de bestelling de deur uit. ‘Tja’, zei de beheerder van een ander pakket toen hij het verhaal hoorde, ‘Ze werkt vast nog steeds aan hetzelfde bureau. Dus heeft zij geen nieuwe werkplek’. Hij heeft waarschijnlijk gelijk. Doen ze bij ICT voor de verandering eens aan communicatie en ook nog in Jip en Janneke-taal.. Tref ik de enige gebruiker die niets van die communicatie mee heeft gekregen. Gelukkig is het nu weekend. Hoef ik drie dagen niet naar mijn werkplek. ;-)

© Rianne, 27 maart 2015

Toet boos


8 reacties

Allergie-veld

Bij tijd en wijle ontmoet je mensen die acuut je allergie-veld inschieten. Dat schijnt iets te maken hebben met het feit dat deze mensen jou een spiegel voorhouden, een vergrootglas van je eigen mindere kwaliteiten lijken te zijn. Eigenlijk moet je deze mensen dus dankbaar zijn. Dankzij hen kan je iets over jezelf leren en iets aan jezelf verbeteren. Of in ieder geval bewuster met je eigen tekortkomingen leren omgaan.

Op het moment dat ik besef aan welke eigen slechte karaktereigenschap de ander mij doet denken komt de persoon meestal zo het allergie-veld uit. Dan zie ik de persoon weer als persoon (vaak ook nog een gewaardeerd persoon) met een of meer wat mindere karaktereigenschap(pen).

Maar soms…

Soms ontmoet je een mens waarvoor je allergie-veld het formaat van 10 voetbalvelden heeft. Iemand wiens hele persoon weerstand oproept. Een weerstand die volgens mij niets maar dan ook niets met spiegels, vergrootglazen, microscopen en / of eigen mindere puntjes te maken heeft maar vooral met de persoon zodat je na een halve dag vergaderen met deze persoon ineens denk ‘Waarom haal jij eigenlijk adem zoals je adem haalt?’ en nog wat irrelevante niet ter zake doende gedachten.  Donderdag had ik zo’n ontmoeting. Dankzij de overige aanwezigen heb ik deze dag zonder kleerscheuren overleefd, ben ik maar eenmaal over de flos gegaan (ik begin het te leren dus misschien is dat de spiegel wel), zijn er spijkers met koppen geslagen en staan de neuzen weer (ongeveer) dezelfde kant op. Dat resultaat maakte deze ongemakkelijke dag waardevol. Ik hoop wel dat ik morgen allergie-vrij mag doorbrengen. Duimen jullie voor mij?

© Rianne, 26 maart 2015

10377538_928628773864779_4306749870974242942_n


5 reacties

Rood

Toen ik van de week even het dorp inliep om een broek te kopen, liep ik ook bij de verschillende schoenenzaken binnen. Hoewel ik prachtige schoenen heb voor onder mijn retro en-/of petticoat-jurken zijn die wel wat gesloten voor de lente/zomer. Bovendien, na mijn aanschaf van een rode petticoat had ik mij bedacht dat rode schoenen onder dat ding wel heel kek zouden staan. Maandag, nadat ik bij de HEMA binnen was gelopen voor een broek liep ik op weg terug naar mijn auto alle schoenenwinkels die ik tegenkwam binnen. Bij de tweede zag ik een paar schitterende rode pumps staan met een hak waarvan ik dacht ‘Daar kan ik wel op lopen’. Maar ik had haast en bovendien: het is nog geen lente dus…

Woensdag zaten we eens niet met z’n tweeën maar met z’n drieën op kantoor. Zodoende kwam ik op het idee om, toen ik aan het eind van de ochtend door mijn werk heen was, te vragen of het goed was dat ik de middag vrij nam. Beide collega’s vonden het geen probleem en zo toog ik na de lunchpauze naar huis, pakte de te kleine broek en vertrok richting dorp. Eerste wisselde ik een te kleine broek in voor een die past (al moet ik er nog geen strak shirt op dragen) en liep op weg naar mijn auto even bij die ene schoenenwinkel binnen. Passen kon geen kwaad, toch? Tien minuten later was ik de trotse eigenaresse van een paar rode pumps met 7.5 cm hak (en 1 cm zool dus eigenlijk is de hak maar 6,5 cm hoog).

Daarna was het overhemd van Yep aan de beurt om geruild te worden. Heb ik wel eens verteld dat de winkel van mijn vriendin gevaarlijk is? Voor mijn beurs? Vast wel. Zo niet, bij deze. Ten eerste was het te druk om een praatje te maken (what;s new) en ten tweede bleef er aan het eind van de dag, nadat Yep (die ook naar de winkel was gekomen) en ik meegeholpen hadden om alles binnen te zetten, nog een handtas aan mijn vingers plakken. Eentje met voldoende ruimte voor alle zooi, niet te zwaar en…. in mijn ogen past dat ding goed bij retro-jurken en petticoats.

Laat de lente maar komen.. De zomer mag ook. Ik ben er klaar voor.

© Rianne, 25 maart 2015

ZEN


4 reacties

Zetje

Voorzichtig maak ik mijn ogen open en schrik van de hoeveelheid licht die mijn slaapkamer binnen stroomt. ‘Ik heb mij verslapen!’, denk ik en zit meteen rechtop in bed. Ik heb mij niet verslapen. De wekker vertelt mij dat het kwart over zes is. Deze laatste week voor de zomertijd is het gewoon al weer lekker vroeg licht. ‘Mooi op tijd om te gaan rennen’, zegt Me, die nogal van uitsloven houdt. ‘Dacht het niet’, reageert Myself, ‘Het is veel te koud. Die neus van jou voelt aan als een ijsklontje’. I houd wijselijk haar mond en staat op.

In plaats van rennen op de dijk begin ik even later aan mijn Qi Gong oefeningen. Nu ik aan les twee ben begonnen is er een oefening aan het programma toegevoegd. Een hele bijzondere voor een wiebelkont zoals ik. Stilstaan en gezond (diep en regelmatig) ademhalen zonder ergens aan te denken. Uiteindelijk moet ik dat 25 minuten vol houden maar nu begin ik met 60 ademhalingen, oftewel om en nabij de 5 minuten. Daarna werk ik de rest van het programma af. Nu nog zes oefeningen met drie herhalingen elk, maar die herhalingen mag ik binnenkort op gaan schroeven via vier naar vijf. Het wordt zo een heel programma op de vroege ochtend maar tot nu vind ik het leuk om te doen en elke beweging is er een en mooi mee genomen.

Na een dag lekker werken ga ik lekker op tijd naar huis. Het plan is ‘rennen op de dijk’ maar… ‘Ik heb hoofdpijn, zegt I. ‘Ik moet wat eten!’, zegt Myself en volgens Me kan ik beter eerst iets te drinken pakken en dan boodschappen gaan doen. Myself vindt dat een goed plan. ‘Kan je daarna lekker gaan lummelen’. ‘En studeren’, zegt I met een pruimenmondje.

Ik ben benieuwd wie van de dames (Me, Myself of I) mij van de week het zetje geeft om te gaan rennen. Wat heb ik anders aan die dames?

© Rianne, 24 maart 2015

'Jammer dat deze sokken niet bij mijn jurkje en manteltje passen', zegt Toeterke, 'Maar gelukkig heb ik nog geen koud nekje'.


9 reacties

Tegenvallertje

Hoewel het niet hard gaat en het echt wel afhankelijk is van mijn fysieke activiteiten merk ik dat mijn gewicht nog steeds in een voorzichtige neerwaartse spiraal zit. Als gevolg van deze langzame daling wordt de enige spijkerbroek die ik heb met de week een beetje groter. In eerste instantie had ik er weinig last van. Ik heb ooit per ongeluk een JoJo-broek gekocht. Aan de achterkant zit een riempje waarmee ik de broek een klein beetje kan laten ‘krimpen’. Sinds deze week zit het riempje op z’n strakst. Dat heeft als voordeel dat ik niet meer constant mijn broek loop op te ‘huffen’ want hij blijft nu weer redelijk zitten.

Er zit maar een nadeel aan dit systeem. Het overtollige broek-gedeelte moet wel ergens blijven. Door het aangetrokken riempje is mijn broek een goede vijf centimeter smaller geworden waardoor zich aan de achterkant zich een dikke jeansprop heeft gevormd die lekker over mijn ruggengraat schuurt.

Wat een inleiding om te vertellen dat ik het tijd vind voor een nieuwe broek. Een collega wees mij op de spijkerbroeken van de HEMA. Goede pasvorm, lekker veel stretch en … niet onbelangrijk… een zeer betaalbare prijs. Alleen… Welke maat zou ik hebben? Het JoJo-exemplaar is al zeker 5 jaar oud maar na lang speuren vond ik een maatlabeltje. 44 staat daar op.

Vorige week donderdag liep ik bij de HEMA binnen, nam een maat 42 broek uit het rek en dacht… Dat past niet. Maandag, tijdens het shoppen met de trolley-brigade liet ik het samengedrukte pakketje broek zien en vriendin dacht dat het ook wel een maat zou schelen. Aan het eind van de middag liep ik bij de HEMA binnen en kocht, ondanks dat-ie er wel erg smal uitziet, een maat 42.

Thuis, tijdens het passen, kreeg ik een klein tegenvallertje te verwerken. De broek oogde niet alleen te klein, hij is ook te klein. Niet extreem veel, maar wel zo veel dat-ie niet dicht gaat. Hoewel, ik denk dat wanneer ik het echt had gewild dat ik de knoop en de rist wel dicht had gekregen maar of het opstuwen van die ene hardnekkige vetrol nu zo’n goed idee is waag ik te betwijfelen. Dat betekent terug brengen want ik koop geen kleren meer op de krimp. Ruilen voor een groter exemplaar, daar moet ik even over nadenken. Iets zegt mij namelijk dat dat ook geen goed idee is. Dan wordt de noodzaak om door te gaan met krimpen weer een beetje kleiner. De ‘een kilootje meer is niet erg’-collectie is al meer dan groot genoeg. ;-)

© Rianne, 23 maart 2015

Maas


3 reacties

Lamme Urgh 66: Gaya’s verdriet

Val je zomaar binnen op een Urgh-dag of ben je vergeten wat aan deze aflevering vooraf is gegaan, kijk dan hier.

Yali zet de kom thee naast Urgh neer en loopt terug naar de grote grot. ‘Ik heb Urgh en Elm gevonden’, zegt zij tegen Gaya en Marg, onderwijl nog twee kommen thee inscheppend, ‘Zij zitten bij Azel in de werkplaats en krijgen les in het maken van kommen. Elm is niet echt handig…’.

Elm mag dan niet echt handig zijn, aan het eind van de dag, wanneer de mannen terugkeren naar de gezamenlijke vuurplaats  om te eten geeft hij trots zijn eerste, zelf gemaakte, kom aan Marg. Dankzij het in de rivier zandschuren van de kom zijn alle bloedvlekken die in eerste instantie op en in de kom zaten verdwenen. Ook de wonden aan met name zijn linkerhand zijn goed schoongespoeld. Marg neemt de kom met een glimlach in ontvangst. Al zegt zij het niet, zij is trots op haar vuurpartner die zo zijn best doet om zich nuttig te maken voor het dorp. Het lijkt er op dat Elm minder moeite heeft met het feit dat hij geen leidende rol meer heeft in het dorpsleven dan Nana die keer op keer de leidende rol bij het medicijnvrouwenvuur naar zich toe lijkt te trekken, al geven Gaya en Pew geen krimp en negeren de buien van de oudere vrouw.

In de weken die komen en gaan vinden ook de nieuwkomers hun routine in de werkzaamheden in en rond de grotten. De lente gaat over in de zomer en de zomerzonnewende komt er aan. Dat Tas en Flik zich tijdens het feest zullen verbinden is geen verrassing. Dat Tork het voorbeeld van zijn broer heeft gevolgd en Pon, een van de alleenstaande dames, gevraagd heeft zijn vuurpartner te worden eigenlijk ook niet. De grote verrassing van deze zomerzonnewende is toch wel dat Oz en Nana zich gaan verbinden. ‘Als ik dan niet meer voor het hele dorp mag zorgen’, had Nana gezegd, ‘En ook Elm en Urgh mijn zorg niet meer nodig hebben, dan zorg ik wel voor Oz’.

Op de dag van de zomerzonnewende is het bloedheet. Bij het vuur op de weide zijn Ani, Yali en Meg druk bezig met de bereiding van het feestmaal. De heerlijkste geuren hangen rond het vuur. Hoewel er dit keer geen reden is om het vuurritueel uit te voeren omdat alle toekomstige partners uit hetzelfde dorp komen heeft Urgh besloten dat er wel een vuurritueel plaatsvindt. Het vuur van het vuurritueel versterkt de aanwezigheid van de voorouders waardoor de voorouder-drank veel minder sterk hoeft te zijn en iedereen maar een klein slokje nodig heeft. Azel en Zan zijn op verzoek van Urgh druk doende een smalle, ondiepe greppel te graven waar straks het smalle vuur voor het vuurritueel in ontstoken zal worden.

De een na de andere grotbewoner neemt na het verrichten van de voor die dag aan hen toegewezen taken een duik in de rivier om straks schoon en frisgewassen de voorouders tegemoet te treden. Aan het eind van de middag, wanneer Gaya de voorouder-drank naar het vuur op de weide brengt, komt zij Yali, Meg en Ani tegen die op weg zijn naar de rivier om zich te wassen. ‘Kom je mee naar de rivier?’, vraagt Yali. Gaya knikt. ‘Ga maar vast’, zegt zij met een scheef lachje. ‘Even de voorouder-drank bij het vuur neerzetten en dan kom ik ook’. De drie vrouwen vervolgen snel hun weg naar de rivier. Onder de verzengende zon koken is zwaar en warm werk. Met een verdrietige uitdrukking op haar gezicht kijkt Gaya de drie vrouwen na.

Voordat zij zich omdraait om de kom met voorouder-drank naar Urgh, die al bij het vuur zit,  te brengen trekt zij haar gezicht in de plooi. Voorzichtig, om niets te morsen, knielt zij met de kom voorouder-drank in haar handen voor Urgh, en zet de kom op een kleine verhoging naast haar vuurpartner. Urgh maakt van de gelegenheid gebruik om haar even dicht tegen zich aan te trekken om haar te knuffelen. Met een ‘Urgh, ik wil mij nog graag even wassen’, maakt zij zich los uit zijn armen en rent de weide af. In haar haast loopt zij tegen Elm, die net de weide oploopt, aan en valt. Wanneer de voormalig dorpswijze haar overeind helpt ziet hij dat er tranen in haar ogen staan. Voor hij iets kan zeggen rent Gaya het pad af en haar grot in.

‘Wat is er aan de hand met Gaya, vraagt hij verwonderd aan Urgh. ‘Ze is de laatste tijd zo afwezig en ze lijkt zo verdrietig. Gaat het niet goed tussen jullie?’. Urgh wrijft eens langs zijn neus en zegt met een wrang lachje op zijn gezicht, ‘Dat Meg en Ani zwanger zijn kon Gaya nog wel aan al heeft zij het er heel moeilijk mee. Maar dat de buik van Yali groeit en zij dus nog niet bij de wijze vrouwen hoort zoals Nana en Gaya dachten toen zij geen maanstonde meer kreeg, dat doet Gaya pijn. En daardoor mij ook. Gaya is zo aan het veranderen. Is bang dat ik haar niet langer als vuurpartner wil nu zij nog niet zwanger is. Alsof ik ooit iemand anders als partner wil. Gaya is mijn alles’. Urgh staart even naar zijn schoenen, kijkt dan zijn zoogbroeder en voormalig dorpswijze aan en zegt ‘Elm, wat moet ik doen om Gaya duidelijk te maken dat ik haar niet wil missen?’ Ondanks het sombere onderwerp schiet Elm in de lach. ‘Dat vraag je mij?’, zegt hij, ‘De man die ooit zijn vuurpartner uit het dorp heeft gezet omdat hij dacht dat da de voorouders gunstig zou stemmen. Aan mij, de man die nog steeds niet kan geloven dat zijn vuurpartner de verbinding niet verbroken heeft na die actie’. Na dat gezegd te hebben doen de beide mannen er het zwijgen toe.

Wanneer Gaya een uur later samen met de andere vrouwen als laatste van de Grotbewoners de weide betreedt heeft zij zich weer volkomen in de hand en kan de ceremonie beginnen. Azel ontsteekt het vuur, iedereen neem een slokje vooroudeirdrank en dan begint Urgh, onder toeziend oog van de voorouders, met de verbindingsceremonie. Na het uitwisselen van de laatste persoonlijke geschenken, worden de etenskommen gevuld en is het tijd voor het feestmaal. Gaya vult een kom vol lekkers voor Urgh maar neemt zelf slechts wat soep. Met kleine slokjes begint zij te drinken. ‘Is dat alles wat je eet?’ vraagt Urgh voordat hij zijn tanden in een heerlijk gebraden konijnenbout zet. ‘Ik ben misselijk’, antwoord Gaya. ‘Het eten maa…’.

Voordat zij haar zin af kan maken laat zij de kom uit haar handen vallen en rent bij het vuur vandaan. Dichterbij het etende mensen dan zij zou wensen keert haar maag zich om. Dan staat Tas naast haar, ondersteunt haar. Urgh zet zijn kom neer, pakt zijn krukken en krabbelt overeind. De stilte rondom het vuur is oorverdovend. Het is Meuw die uitspreekt wat iedereen denkt. ‘Wat is er met Gaya aan de hand? Welke ziekte heeft zij onder de leden?’.

Dan verschijnt Kali, Gaya’s moeder, in het vuur. Haar felle, vuurspuwende ogen boren zich recht in de van Urgh. Dan begint zij te lachen. ‘Hehe jongen, is het je dan eindelijk gelukt mijn dochter zwanger te maken. Het werd wel tijd’. Vol ongeloof kijkt Urgh haar aan. Zwanger? Zijn Gaya? ‘Sinds wanneer wordt je ziek van zwanger zijn?’, vraagt hij verbaasd, ‘Daar heb ik nog nooit van gehoord’. Het is Nana die zijn vraag beantwoord. ‘Je bent een man’, zegt zij simpel. Urgh hoort het al niet meer. Zo snel zijn benen en krukken hem dragen kunnen hobbelt hij naar zijn vuurpartner toe, die zich net voor de tweede keer voorover buigt’. Haar ogen schitteren weer, de droeve blik is verdwenen. Ze wordt moeder.

© Rianne, 22 maart 2015

Toet draait zich terug, confiskeert mijn koffie, vraagt om een schepje suiker en zegt Ik, te dik? Hoe kan dat nou. Ik ben twee maanden geleden nog naar de sportschool geweest. Een keer per twee maanden naar de sportschool gaan helpt niet, vertel ik hem. Bovendien Toet, je bent een beetje een snoepkont en een vreetmuis. Toet kijkt mij vragend aan. Snoepkont? Vreetmuis?, vraagt hij. Hij denkt even en zegt, Dat valt toch wel mee? Ik schud van nee en zeg Nee Toet, het valt niet mee.


9 reacties

Wie wil meedoen met ‘Waar doet ze het van?’ (Flair)

foto

Van de week ben ik benaderd door een van de journalisten van de Flair met de vraag of ik mee wil werken aan de rubriek ‘Waar doet ze het van?’. In deze rubriek wordt een vrouw geïnterviewd over haar financiële situatie. Inkomen, vaste lasten, uitgaven, sparen etc. Tijdens het nadenken over het wel/niet in gaan op dit verzoek heb ik mijn financieel plaatje weer eens geüpdatet (daar werd ik vrolijk van). Ondanks mijn vrolijkheid heb ik toch besloten niet deel te nemen aan het interview. De reden: Ooit kocht ik met enige regelmaat de Flair maar de laatste vijf-zes jaar voel ik mij niet meer helemaal thuis bij de Flair en heb het blad (en Claire) losgelaten. Ik ben een soort van groter gegroeid en val voor mijn gevoel niet meer in de doelgroep. Wel heb ik de journaliste beloofd in mijn kring rond te vragen of iemand anders wel mee wil doen.

Vandaar dit blog. Het interview zal telefonisch plaatsvinden. Je mag het artikel voorafgaand aan publicatie doorlezen. Er komen geen foto’s bij, en alleen je voornaam wordt gebruikt.

Heb je hier belangstelling voor, stuur mij dan een mailtje via mijn contactformulier. Zet in het mailtje je naam en e-mailadres (en eventueel een link naar je blog). Ik zal het mailtje doorzetten naar de journaliste en zet jou in de cc. Op deze wijze heb jij de naam en het e-mail adres van de journaliste en vice versa. Daarna verloopt alle communicatie tussen jullie beide rechtstreeks.

Reageren kan tot en met zondag 29 maart a.s. Maandag 30 maart zet ik de mailtjes door.  Ik zou zeggen: Kom maar op met die reacties. Wie weet ga ik binnenkort de Flair weer af en toe lezen ;-)

© Rianne, 22 maart 2015

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 183 andere volgers