Wiebeltjes

Toet Reizen


4 reacties

Irritatiefactortje

Het begon vrijdag op weg naar huis. Nog voor ik het dorp wat Venray genoemd wordt uit was had ik het eerste irritatiefactortje al gespot. Hij reed, samen met zijn vrouw, in de auto voor mij. Of beter gezegd: Hij stond stil. Pas toen de rotonde vijf minuten helemaal leeg was (lichtelijk overdreven) durfde de beste man het aan om de rotonde op te rijden. Hij nam mijn afslag en reed met de intens gevaarlijke snelheid van 60 km per uur voor mij uit. Yippie. Het werd pas echt yippie toen hij, na het passeren van het bordje 80km zijn snelheid terug liet zakken naar 50 … euh 45…. euh… 40 km per uur omdat zijn afslag in zicht kwam.

Zonder kleerscheuren en iets minder zen dan gewenst bereikte ik de snelweg. SNELWEG dus. Oké, ik ga even eerlijk zijn. Het bord mag dan 130 km zeggen, dat rijd ik daar zelden tot nooit. Alles tussen de 110 en 120 vind ik hard zat. Op drukke momenten kan ik met 100 ook nog wel leven maar toen werd het tijd om naar links uit te wijken. De linkerbaan was vol. Er verscheen een klein gat vlak voor mij maar de bestelwagen voor mij zag zijn kans en nam die plek in. En ik… ik ging vol op de remmen. Gelukkig reed ik ondertussen nog slechts 90 km per uur want de bestuurder in de auto voor mij reed een gevaarlijk 80 km per uur. Toen ik eindelijk naar links kon zag ik tijdens het voorbij rijden dat de beste man zijn gezicht droog maakte met een enorme zakdoek.

Niet dat de linkerbaan echt opschoot. Iemand had besloten dat vooraan in de file rijden hartstikke leuk is en reed een km of 15 met wel 90,1 km per uur links. Ondertussen kwam mijn afslag in beeld en ging ik via rechts de afrit op. Ik heb goede remmen. De mevrouw voor mij op de afslag reed wel 60 km per uur. Terwijl ik mij afvroeg of dit een stakingsactie van clever vermomde undercover agenten was of dat iemand vanwege het lange weekend een heel blik bejaarden had opengetrokken stopte ik bij het stoplicht achter een auto met daarop de welbekende sticker ‘Pas op! Baby aan boord’.

Ik weet het. Later wanneer ik groot ben word ik vast ook zo’n slakkengang-bejaarden die eigenlijk liever niet meer de grote weg op gaat maar in het kader van ‘thuiszitten is ook niet alles’ vasthoudt aan de vrijheid die het rijbewijs en een auto je schenkt. Daarom, en alleen daarom, liet ik na een klein moment van zwakte de snelheid van mijn medeweggebruikers mijn humeur niet meer beïnvloeden.

Rustig sukkelde ik achter de auto met ‘baby aan boord’-sticker aan. De bestuurder bleek een waar irritatiefactortje te zijn. Zonder zijn knipperlicht aan te zetten schoot hij naar de linkerbaan. Toen hij daar niet snel genoeg vooruit kwam schoof hij, wederom zonder zijn knipperlicht te gebruiken terug naar rechts. Hij gaf gas om door het oranje stoplicht te scheuren en ging toen vol op de rem. Ik werd heel even boos en zei iets niet bepaald zen en weinig lady-like. Maar echt, zo’n knurft die zelf niet kan rijden en dan de rest van weg-gebruikend Nederland aanspoort op te passen omdat hij een baby aan boord heeft… Opknoppen moeten ze zo iemand….  Voor een vuurpeloton zetten… Of gewoon een lang weekend met de schoonfamilie in een Centerparcs-huisje stoppen.

© Rianne, 24 april 2014

sanquin


8 reacties

Als een jonge meid…

Sinds mijn post niet meer op de deurmat valt maar in een bak een verdieping lager dan waar mijn huis woont wil het nog wel eens gebeuren dat post een tijdje ligt te wachten alvorens ik haar vindt. Bij tijd en wijle (weinig tijd, vaak wijlen) denk ik er aan de brievenbus leeg te maken. Soms omdat ik iets verwacht vaker omdat ik er per ongeluk aan denk en toevallig mijn handen niet vol heb. Afgelopen woensdag was zo’n moment. Er lag een hele stapel post op mij te wachten. De bovenste brief (voor Yep) lag er nog niet zo lang zag ik aan het poststempel maar de onderste, mijn oproepkaart voor de bloedbank kan er goed al twee weken liggen.. Aangezien ik volgens de kaart twee weken de tijd had na ontvangst van de kaart om mij te melden zat er (in mijn ogen) niets anders op dan aansluitend aan de warme hap mij bij de bloedbank te melden.

Toet ldvd

Het resultaat: Ik heb de bloeddruk van een jonge meid (105/60), een pols die netjes binnen de normaal-waarde blijft (77 slagen p/m) en een HB (ijzer) gehalte van 8,4. Binnen een half uur na de intake stond ik 0,5 liter bloed lichter en voorzien van een joekel van een drukverband als een tevreden mens weer buiten in de wetenschap dat ik mijn burgerplicht (groot woord maar toch…) voor de komende vier maanden weer vervuld heb.

Dus B-negatievelingen in den lande: Weet dat er weer vers bloed op voorraad ligt… ;-)

© Rianne, 23 april 2015

10624693_558304954298144_2592808096241607822_n


9 reacties

Rijp voor ‘t Gesticht

Ik heb niets tegen computers, sterker nog, zonder computers had ik geen werk of in  ieder geval net dit werk maar ze moeten wel doen wat ik wil dat ze doen. En nee, mijn eisen zijn niet absurd, de lat ligt niet echt hoog. Ik wil gewoon kunnen inloggen, een excel bestandje kunnen openen, een word documentje op kunnen slaan, een mailtje met bijlage kunnen versturen. Dat soort basale dingen heb ik het dus over.

Jaren heb ik voor afdeling A gewerkt. Wanneer ik iets in Office (2003) deed dan opende de map van afdeling A zich vanzelf. Toen ik bij afdeling B kwam regelde mijn nieuwe leidinggevende toegang tot de map van afdeling B. Omdat er niets geregeld werd vanuit afdeling A werd ik na opstarten doorgesluisd naar de verkeerde map maar met een paar klikjes per document extra zat ik weer goed. En ach, wat is een paar klikjes op een mensenleven. Niets toch?

Aan het begin van dit jaar werd mij de toegang tot de map van afdeling A ontzegt. ‘Eindelijk’, dacht ik, ‘Probleem opgelost’, maar niets bleek minder waar. Office wilde nog steeds in die map opslaan en zoeken maar ik had geen toegang meer en zo kwam er een klikje bij om die melding weg te werken. Ondertussen had ik een nieuwe versie van Office (2010) op mijn pc geïnstalleerd gekregen en die versie heeft een heel groot geheugen. Aangezien ik nogal vaak in dezelfde documenten moet werken kon ik regelmatig terugvallen op de lijst ‘Onlangs geopend’. Dat scheelde een klik op een borrel. Ikke blij dus.

Tot vorige week donderdag. Ineens kon ik vanuit het nieuwe Office pakket niet meer bij de documenten van afdeling B. Startte ik Office 2003 dan deed die zijn best om de map van Afdeling A te openen. Waar ik geen rechten voor heb. Het gevolg: 3 klikjes extra en een heleboel ellende want de oude Office versie heeft beduidend minder functionaliteiten dan de nieuwe versie.

Ik belde de helpdesk en er werd een call aangemaakt. Ik werk zelf bij ICT dus ik weet welke calls voorrang krijgen. De calls waar bloed uit komt. Maw alles wat te maken heeft met de patiënt. Ik heb niets, noppes, nadah met de patiënt te maken dus er zit niet anders op dan op mijn beurt te wachten.

Ondertussen ben ik een week verder. Mijn pc wordt trager en trager en het lijkt of er nog wat autorisaties omgevallen zijn. Ik klik mij het lap-lazerus, het aantal Zen momenten loopt de spuigaten uit en met enige regelmaat blokkeert mijn pc. Volgens planning wordt mijn werkplek binnen nu en drie weken vervangen door een geheel nieuw en gemoderniseerd exemplaar. Ik hoop dat ik niet zo lang hoef te wachten tot ‘mijn’  probleem is opgelost want de kans dat er bloed uit gaat komen is dan wel klein, de kans dat er bloed gaat vloeien wordt elke dag groter. Daarbij begin ik langzaam maar zeker helemaal krankjorum mesjogge te worden en ben ik rijp voor ‘t Gesticht.  Duimen jullie mee dat ik daar een betere werkplek krijg? ;-)

© Rianne, 22 april 2015

Even proberen of hij er toch misschien per ongeluk nog bij kan..


8 reacties

Dapper!!!

Ik wist al een tijdje waar haar huis woont al was ik nog nooit bij haar op bezoek geweest. Tot Therezi van Therezi’s Makkelijke Moestuin mij een aubergine en een paprikaplantje aanbod en ik ja zei. Maandag na vier uur kon ik de plantjes ophalen. Dat het flatgebouw waar zij woont hoog is wist ik, dat zij op de negende verdieping resideert niet. Daar kwam ik achter toen ik naar de bel aan het zoeken was. Even aarzelde ik. Even kwam de gedachten in mij op om naar huis te gaan en met een of andere k^&-smoes onze afspraak te cancellen. Therezi woont op de negende verdieping van een galerijflat en ik… Ik heb hoogtevrees. Ja, jullie lezen het goed: HOOGTEVREES. En niet zo zuinig ook.

Na even aarzelen drukte ik toch op de bel, nam de lift naar de negende verdieping en stapte de galerij op. Strak vooruit kijkend liep ik vlak langs de eerste woning en werd helemaal blij. Het bleek haar woning te zijn. Ik was al gearriveerd. Met een zucht van verlichting liep ik naar binnen en zo door naar het balkon waar het een waar lusthof van plantjes bleek te zijn. Hoewel mijn plantjes binnen op de vensterbank stonden liep ik na even aarzelend in de deuropening te hebben gestaan zo achter Therezi aan het lange maar smalle balkon op om alle stekkies, plantjes, zaailingen whateffer te bewonderen. Door alle plantjes en het enthousiasme van Therezi vergat ik bijna dat ik hoogtevrees heb,

BIJNA. Want toen ik een half uurtje later met twee plantjes in een tasje terug liep naar het trappenhuis zorgde ik er wel voor om niet naar beneden te kijken en bleef zo dicht mogelijk bij het gebouw. Toch.. Toch voelde ik mij enorm dapper dat ik het heb aangedurfd om naar boven te gaan. Het wordt nog eens wat met mij!

© Rianne, 21 april 2015


9 reacties

Gremlin

Niet alleen ik mag momenteel graag op het balkon vertoeven, ook Gremlin heeft de weg naar buiten weer gevonden. Leuk hoor, wat gezelschap. Alleen… hij snoeit van alles. Ook planten die niet gesnoeid hoeven te worden. Het idee van blauwe bes van eigen balkon heb ik al laten varen. Zucht…

Zucht.

Maar verder is hij heel lief …

Als hij slaapt …

© Rianne, 20 april 2015

Maas


2 reacties

Lamme Urgh 70: Welkom in deze wereld

Val je zomaar binnen op een Urgh-dag of ben je vergeten wat aan deze aflevering vooraf is gegaan, kijk dan hier.

Zan wil nog wat zeggen maar de afwezige blik op het gezicht van Urgh verteld hem dat zijn zorgzoon in gesprek is met de voorouders. Een gesprek wat moeilijk belooft te worden. De ouder jager staat op en loopt langzaam, met stramme benen naar de hut waar zijn vuurpartner en zoon zich bevinden. Er zit niets anders op dan samen met hen de beslissing van Urgh af te wachten.

‘Wat wil je van ons Urgh?’, vraagt de lange blonde man nors. ‘In je hart heb je de beslissing al genomen. Waarom dan nog met ons overleggen?’ ‘Wil jij dat wij nog meer bewezen gebruiken met voeten treden om jou nu te steunen met de beslissing die je zonder overleg met ons al genomen hebt?’, snauwt Ergh. ‘Ik had je moeten doden toen ik de kans kreeg’, gromt Murw. Urgh kijkt de drie mannen voor hem even aan en schudt dan zijn hoofd van nee. ‘Neen, jullie hoeven mij niet te helpen met beslissen, en jullie hoeven mijn beslissing niet te steunen. Ik heb slecht een vraag’.

‘Stel je vraag’, zegt de lange blonde man, ‘Misschien krijg je antwoord. Misschien ook niet’. Urgh knikt, kijkt de kring rond en zegt dan ‘Kan een van de aanwezige medicijnvrouwen mij vertellen of het volgende kind van Ani weer een eeuwig kind is?’ Het is Onna die het woord neemt ‘Het spijt mij Urgh maar de vraag of Ani nog een kind krijgt mogen wij niet beantwoorden Urgh. Maar mocht zij nog een kind krijgen dan is de kans heel groot dat het weer een eeuwig kind wordt. Zowel Ani als Zan zijn al op leeftijd en zouden geen kinderen meer moeten krijgen’. Urgh kijkt even peinzend voor zich uit en zegt dan ‘Dank je voor dit antwoord. Ik ga nu mijn beslissing aan Ani en Zan mededelen. Over een paar dagen zie ik jullie weer. Dan worden de nieuwgeborenen aan jullie voorgesteld’. De lange blonde man wil nog wat zeggen maar Urgh heeft zijn ogen al losgemaakt van het vuur en is druk doende zijn krukken te zoeken. Voorzichtig staat hij op en loopt naar de hut van Zan waar alle moeders, kinderen en medicijnvrouwen vertoeven.

Eenmaal binnen loopt hij naar Marg en Elm en hun zoon. ‘Welkom Run, welkom in deze wereld’, zegt hij tegen de kleine jongen en geeft Elm een kleine armband met groene kraal om rond de pols van zijn zoon te knopen. ‘Welkom Teem’, zegt hij tegen de zoon van Yali en Azel. ‘Welkom in deze wereld’. Ook Azel krijgt een kleine armband met groene kraal in zijn hand gedrukt. Dan loopt hij naar zijn vuurpartner, knielt bij haar neer, bekijkt zijn dochter lang en aandachtig. ‘Welkom Klee’, verzucht hij zachtjes, ‘Welkom op deze wereld. Je bent net zo mooi als je moeder en dat wil wat zeggen met een vader als ik’. Voorzichtig knoopt hij een kleine ketting voorzien van een groene kraal rondom de nek van het kleine meisje.

Als laatste loopt hij naar Zan en Ani. ‘Welkom Zen’, zegt hij en geeft Zan een kleine armband met een groene kraal. ‘Welkom in deze wereld eeuwig kind’. ‘Wat!’, schreeuwt Nana, ‘Waarom heet je hem welkom. Je weet dat eeuwige kinderen…’. Urgh laat haar niet uitpraten. ‘Ik weet wat de traditie wil maar ik heb anders beslist. Dit kind van Ani en Zan blijft hier totdat het zijn tijd is om naar de voorouders te gaan. Vandaag is zijn tijd nog niet gekomen’.  De oude vrouw kijkt hem scherp aan. ‘Jij weet niet wat je doet, wat je net gedaan hebt’, zegt zij dan, ‘Jij neemt de verkeerde beslissingen. Het tweede kind van Pew laten leven, nu dit eeuwig kind weer. Zo verzwak je het dorp’. ‘Misschien’, antwoord Urgh, ‘Maar vooralsnog lijkt het er niet op dat Storm een zwak kind is. Lijkt Pew er weinig problemen mee te hebben twee kinderen tegelijkertijd te zogen. Lijkt Luna er geen last van te hebben haar eten te moeten delen met haar broertje’. Nana kijkt hem zwijgend aan. ‘Je zegt dat ik een zwak leider ben’, zegt Urgh, ‘Toch heb je zelden weerwoord. Dat ben ik anders van je gewend Nana’. Zonder iets te zeggen wendt de oude vrouw haar ogen af. ‘De baby moet drinken’, zegt zij dan stuurs, ‘Zou jij eerst naar zijn schouders willen kijken. Er zijn wat botten gebroken en jij bent de beste botten-zetter die ik ooit aan het werk heb gezien’.  Urgh knikt en laat zich naast Ani op zijn knieën zakken. Om hem zijn armband om te doen heeft Zan de huid waarin de kleine Zen gewikkeld zat los gemaakt. Voorzichtig zoeken de vingers van Urgh naar de botbreuken. Links lijkt alles op zijn plaats te zitten, rechts voelt hij een kleine breuk. ‘Dit gaat pijn doen kleine man’, zegt hij tegen de baby terwijl hij de botten op z’n plaats duwt. Zen zet het op een brullen en brult nog steeds wanneer Pew hem weer stevig in zijn huid wikkelt om hem daarna aan Ani te geven zodat Zen eindelijk kan gaan drinken.

“Totdat zijn schouder genezen is’, zegt Pew, ‘Moet je hem zo vasthouden dat alleen zijn gezonde arm tegen jouw lichaam komt. Anders schieten de botten weer over elkaar heen’. Ani knikt. Ondanks de pijn, ondanks de zwakte door bloedverlies, ondanks dat Zen anders is dan de andere kinderen juicht het in haar. Ze hoeft haar baby niet af te staan aan de wilde dieren. Ze mag hem voeden. Ze mag hem zien opgroeien. Wanneer Zen haar tepel vindt en begint te drinken barst haar hart van vreugde haast uit elkaar. Ze is moeder.

© Rianne, 13 april 2015

Toet Reizen


11 reacties

Het zal ook eens niet..

Vanwege mijn energie-level heb ik de laatste jaren wat familie-verjaardagen gemist. Met name de exemplaren die op een doordeweekse dag gevierd werden. Vrijdag werd Grote Broer een jaartje ouder. Aangezien er na vrijdag voor mij drie rustdagen volgen kon ik hem weer eens een keertje persoonlijk gaan feliciteren.

Na mijn werk nam ik de toeristische route naar Mams. Tenzij een mens enorm wil omrijden is dat de meest logische route. Yep was al bij Mams en na koffie, een hapje eten en wat lummelen vertrokken wij tegen een uur of acht richting het uit de kluiten gewassen dorp ten Noorden van Eindhoven wat Grote Broer al jaren zijn woonplaats noemt. Na een gezellige avond, gevolgd door nog wat napraten bij Mams keerde Yep en ik zaterdagochtend heel vroeg huiswaarts.

Nog maar net op de ring van Eindhoven gearriveerd zagen wij de omleidingsborden staan. Voor dit weekend. Het zal ook eens niet. Vorige week geen aankondiging gezien en nu dit.

‘Volg route D’, stond er op de borden. Dat deden we. Vanaf Someren werden wij naar de super-toeristische route langs het kanaal geleid. Dat betekent met een snelheid van  maximaal 80 km per uur over een weg vlak langs het water rijden. Normaal een traktatie voor het oog maar een uur voorbij middernacht zie je er geen steek. Zelfs de flitspalen vallen nauwelijks op. Neem maar van mij aan, er staan daar ongelooflijk veel flitspalen. Ik heb ze niet geteld, maar het kunnen er goed 10 geweest zijn.

Na een omleiding van zeker 3 maal de tijdsduur van de normale route mochten wij eindelijk de grote weg weer op en waren we na even doorkarren thuis. En dan nu maar hopen dat ik binnen nu en pak ’em beet drie maanden geen cadeautje van het CJIB op de deurmat vind. Want soms reed ik wel eens een pietsie harder dan 80 km.

© Rianne, 18 april 2015

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 188 andere volgers