Balkonia_16 #03

Dit blog heet dan wel balkonia maar het meeste zaaigoed staat nog binnen. Iets met te weinig zon en te veel regen, hagel en sneeuw. Wel heb ik afgelopen maandag mijn balkon vlondervrij gemaakt. De vorige eigenaar had de standaard stoeptegels bedekt met houte vlonders en deze begonnen slecht te worden. Eigenlijk twee zomers geleden al, maar toen wist ik nog niet precies wat ik wilde. Nu ook nog niet, maar ik ben van mening dat hele stoeptegels prettiger zijn om over te lopen dan kappote vlonders. Bovendien zijn stoeptegels makkelijker om schoon te maken. Dus… Mag ik binnenkort een keertje gaan schrobben. Voor nu laat ik de regen haar werk doen.

Dan de plantjes. Het zaaigoed groeit als kool. Het feit dat met name de boerenkool, andyvie en prei door elkaar zijn gekomen geeft nu niet meer. Alle plantjes zijn zo groot dat ik de verschillende soorten wel kan herkennen. In de bak met pizza kruiden herken ik vooral de tomaten. De rest (basilicum, oregano en nog wat) eindigt waarschijnlijk door elkaar in een bak. Gebeurt in het wild ook. Die twee lange stengels zijn augurkenplantjes die ik voor een collega apart heb gehouden.

Ondanks het winterse weer doen de planten buiten het ook prima. De aardbeienplantjes steken hun kopje al bijna boven de hangbak uit. De kruiden van vorig jaar lijken het overpotten overleefd te hebben en de tuinkers en rucola zijn goed gegroeid. Appelboom Kobus bloeit dat het een lieve lust is. Ik heb alleen nog maar weinig bijen gezien dus of het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes dit jaar een grote oogst gaat opleveren?

De augurken buiten zijn iets minder groot dan die van binnen maar dat zal wel met koud-watervrees te maken hebben. De framboos is ook bloemetjes aan het ontwikkelen, net als de blauwe bes. En zelfs de radijs en de brocolli hebben het winterse weer overleefd.

Al met ben ik tevreden. Als alles zo doorgroeit verschijnt hier binnenkort wel een berichtje: Gratis af te halen.

Het moge duidelijk zijn. Mijn balkon en ik zijn klaar voor de lente en de zomer.

© Rianne

ZoZ: Patience

Hoewel ik bij tijd en wijlen met waar engelengeduld iets kan uitleggen, nogmaals uitleggen en ach, vooruit, ik leg het nogmaals uit, zijn er ook momenten waarop ik GodsGruwelijkOnGeduldig kan zijn en daardoor onvriendelijk word. Ik heb vooral last van Ongeduld wanneer ik de persoon waarmee ik te maken heb te hoog inschat of wanneer die persoon een air en gedrag tentoon spreidt wat zegt ‘Ik weet het allemaal al dus waar heb je het over’. Het euvel ligt dus geheel en al bij mijzelf maar wijzen is gewoon veel makkelijker..😉.

Laatst ging ik met een groep mensen op stap. Al wandelend mochten wij hints verzamelen, alibi’s en getuigenverklaringen checken en uiteindelijk een ‘moord’ oplossen. Hiertoe kregen wij van de organisatrice een boekje met getuigeverklaringen, krantenknipsels, verhoorverslagen en een kaart overhandigd. Tja… En toen begon het… Een Beste Man pakte de kaart en hoewel zijn kaartlees-talent niet groot was, wilde hij wel de weg wijzen. Dat schiet niet echt op.

Op de kaart waren met symbolen de punten aangegeven waar informatie over de moord verzameld moest worden, alibi’s gecheckt etc.  Het viel alleen niet mee om twee symbolen (en dus de vraag en de locatie) te matchen. Na een dik uur wandelen door regen en wind besloot de groep dat het tijd was om koffie te gaan drinken. De kaart vertelde mij dat we ongeveer 500 m hadden afgelegd. Nog dik 4 km te gaan. Ik voelde een enorme portie ongeduld over mij neerdalen.

Eenmaal weer buiten had ik ineens het tweede boekje met kaart en uitleg wat onze groep rijk was in de hand. Snel scande ik de opdrachten en stond het boekje toen af aan een Pittige Dame met veel meer talent voor kaartlezen dan ik zei de gek of Beste Man. In vliegende vaart wandelde lieten wij de route onder onze voeten doorgaan, zochten de antwoorden op de opdrachten en wachtte op de rest van het gezelschap. Beste Man schreef de antwoorden braaf op en de rest van het gezelschap, met uitzondering van een interessantdoend vrouwmens dat zo ongeveer elk antwoord in twijfel trok om telkens toch tot de conclusie te moeten komen dat wij het goed gezien, bedacht, verzonnen hadden, vond het allemaal wel prima. Een klein uurtje later zat de tocht er (bijna) op. Terwijl Pittige Dame en ik de getuigenverklaringen nog aan het controleren waren zat de rest van de groep al ergens op een verwarmd terras. Euhhhh…

Nadat wij ons bij de groep gevoegd hadden gingen Pittige Dame, Beste Man en ik puzzelen om de moordenaar te achterhalen. Nou ja, Beste Man leverde de opgeschreven antwoorden aan, Pittige Dame puzzelde en ik deed mijn best haar gedachtengang te volgen. Wij (lees: Zij) had(den) na enige tijd de moordenaar, het moordwapen en de correcte getuigenverklaring gedetermineerd … en toen besloot dat vrouwmens om de uitkomst te willen controleren. Iets met wel zeker willen weten dat… Zucht!

En weten jullie wat…

Ik heb haar laten leven. Heb uit ongeduld niet eens wat onaardigs gezegd. Het word nog eens wat met mij.

Guns ‘n’ Roses – Patience

Voor meer Zwijmelen op Zaterdag verwijs ik graag door naar Marja.

© Rianne

Heel blijven …

Volgens mij heb ik mijn bewegingsschema onlangs nog met jullie gedeeld. Zo niet, bij deze: Maandag, woensdag en zaterdag hardlopen, dinsdag fitness en donderdag yoga. Omdat ik ik ben lukt het mij de ene week beter om mij aan dit schema te houden dan de andere week en zo kwam het dat ik mij vorige week woensdag aan het einde van de middag bij de fitness meldde met de mededeling ‘Is het wel handig dat ik mij nu ga uitsloven want vanavond wil ik gaan rennen’.

Uitsloven was dus inderdaad niet handig. Alle activiteiten waar mijn benen moe van zouden kunnen worden werden uit het programma geschrapt. Aangezien ik zeer fier ben op de vooruitgang die ik momenteel al rennend boek bracht ik dat ook even ter sprake. De fitness-instructeur keek mij even strak aan en zei toen ‘Dan ga je je doel, op 25 juni 5 km rennen met eventueel een paar wandelminuutjes, makkelijk halen. Het is nu dus vooral van belang dat je heel blijft’. Daarna deed hij mij de belofte dat, mocht het mij lukken om les 28 en 29 (resp 30 en 32 minuten aan een stuk rennen) volgens schema te volbrengen dat ik mij dan maar bij hem moest melden.. ‘Dan lopen we de route van te voren een keer en weet je een beetje wat je kunt verwachten’.

Het ‘heel blijven’ is niet tegen dovemans oren gezegd. Deels omdat ik de afgelopen jaren heb mogen ervaren dat wanneer mijn renprestaties in een opwaartse spiraal zitten ik nogal eens geneigd ben om niet goed op mijn lijf te letten met alle gevolgen (ie. terugval) van dien. Dus… Heb ik mij woensdag en vrijdagavond aan het schema van Evy gehouden, heb ik maandag en woensdag het rennen overgeslagen (het weer slaat op mijn spieren met een paar extra ontstekingen tot gevolg) en voelde ik mij donderdagavond ook niet geroepen om door de regen en de koude te gaan rennen.

Heel blijven! Ik die mijn best… Dit keer moet het lukken…

© Rianne

Beter Goed Gejat (42)

Hoewel er dagelijks 100.000 verschillende quotes op het net verschijnen merk ik dat vinden van originele quotes steeds lastiger wordt en ben ik met dit blog door mijn voorraad heen. Gelukkig is het Koningsdag en budweer… Dus drie maal raden wat ik vandaag ga doen. Legitiem over het net surven!.

 

© Niet van mij. Zoals gewoonlijk begint de titel van elke foto met de naam van de Facebookpagina waar ik de quote gevonden heb.

Race tegen de klok

Na al die jaren weet ik het nog steeds niet. Had Yep last van examenstress of was het gewoon een gevalletje slordigheid? Aangezien het hem in zijn gehele schoolcarriere (voor zover ik weet😉 ) niet eerder was overkomen schaar ik het onder examenstress.

We gaan zes jaar terug in de (examen)tijd. Ik ben net op het werk wanneer ik een SMSje van Yep krijg. ‘Ben jij nog thuis? Ik ben mijn rekenmachine vergeten en over 40 minuten begint het examen’. Ik lees het SMSje, vloek en loop bij mijn baas binnen. ‘Mag ik… Want Yep’. Ik mocht maar.. ‘Dat red je niet. Je doet er al 30 minuten over om thuis te komen, dan moet je nog naar dat ding zoeken…’. Hij denkt even na. ‘Waarom loop je niet bij de controllers binnen en vraagt of een van hen toevallig een schoolrekenmachine bij zich heeft en of je die mag lenen..’.

Goed idee. In de eerste kamer heb ik pech, in de tweede geluk. Het juiste apparaat is aanwezig en ik mag het lenen. Snel stuur ik hem een SMSje dat ik een rekenmachine heb weten te ritselen en dat ik er aan kom. Of hij de concierge even wil inlichten want..

Ondertussen was er al 1o van de 40 minuten verstreken. In vliegende vaart rijd ik van Venlo naar Panningen. Ik parkeer dubbel voor de school en ren met het rekenmachine in mijn hand naar binnen. De concierge ziet mij aan komen rennen. ‘Moeder van Yep?’, vraagt hij en op mijn knik grijpt hij het rekenmachine en loopt er mee naar de aula. De surveillerend docent staat nog in de deuropening, neemt het rekenmachine aan en doet de deur dicht. Het examen kan beginnen.

Via de bloemist rijd ik terug naar mijn werk. De collega was blij met de bloemen. Een paar weken later was zij zo mogelijk nog blijer om te horen dat Yep ruimschoots geslaagd was voor zijn wiskunde examen.  Net als ik trouwens.

Ik wens alle ouders en examenkandidaten een stressvrije examenperiode toe!

© Rianne

YNAB #9: April doet wat zij wil

In aflevering 8 uit deze serie schreef ik dat ik in april de hand op mijn knip moest houden. Hoewel de maand nog niet helemaal ten einde is kan ik toch stellen dat mij dat mij dat prima gelukt is zonder op een houtje te bijten. Dankzij een beetje opletten heb ik deze maand een kleine 400 euro minder uitgegeven dan gebudgeteerd. Was ik niet met yoga begonnen (maar gelukkig heb ik dat wel gedaan want ik vind het heerlijk) was het overschot nog groter geweest. Nog een paar van deze maanden en ..

Maar goed… Daar gaat het fout. In het kader van april doet wat zij wil ging ik twee weken geleden aan de slag met de inrichting van mijn slaapkamer. Nadat ik het bed en wat van het kleine spul bij de achterwand vandaan had geschoven viel mij een lange strook met beschadigde muur op. ARGHHHH! WATERSCHADE!! Daar zat ik nou echt (not) op te wachten. Maar waar kwam het water vandaan? Mijn badkamer zit dan wel aan de andere kant van die muur maar er lopen geen leidingen door die muur en wasbak en douche zitten aan de andere kant van de badkamer. Nu verspocht het plafond wel constant maar op de vloer staat nooit water… Dus…

Daar de daken van dit complex op een aantal plaatsen lekken (en dus vervangen worden) begon ik met een mailtje naar de Vereniging van Eigenaren. Binnen drie werkdagen werd ik gebeld om een afspraak te maken zodat een expert de schade op kon komen nemen.

Maandag om kwart over 8 stond de beste man voor de deur. Zijn eerste conclusie: Ja, het is waterschade en zijn tweede conclusie: Het komt uit de badkamer. Via poreus kit langs het bad is er water tussen bad en badwand gekomen wat zich onder de tegels door een uitgang heeft gezocht en  gevonden. Dus, al, reeds, mag ik even balen?

Kreun… Dat betekent badkamer vervangen. Nu was ik dat al wel van plan maar nu nog niet. NU ben ik aan het sparen om de keuken en badkamer over een jaar of zo gelijktijdig te vervangen.

Na via de app even tegen de dames van de trolleybrigade aan te hebben geklaagd stuurde ik eerst een mail naar een ex-collega met connecties in de bouwwereld met de vraag of zij een goed klusbedrijfje kent wat mij kan helpen bij de komende werkzaamheden. Daarna snorde ik mijn verzekeringspolis op. Liet eerst door de administratie de grote van mijn huishouden aanpassen (dat scheelt weer een paar centen) en diende toen via de site een schadeclaim in.

Binnen tien werkdagen hoop ik van alle kanten antwoorden te hebben gehad. Kan ik daarna gaan plannen, rekenen, tegels uitzoeken, etc etc etc.

Tja… Nummer 14 zei het al: Elk nadeel heb z’n voordeel: Binnen nu en een jaar (ik ken mijzelf) hoef ik niet meer in de badkuip te klimmen om te gaan douchen ..😉

© Rianne

Boek van Urgh 111: M’na’s voorstel

cropped-urgh2Elm knikt somber.’Daar was ik al bang voor’, antwoord hij. ‘Ik hoop dat Urgh het zo lang volhoudt’. De opgeluchte sfeer na de redding van de beide mannen is volledig omgeslagen. Somber kijken de aanwezigen van het vuur naar hun dorpswijze, wachtend tot de wind gaat liggen en zij hulp voor hem kunnen gaan halen. Maar zal die hulp op tijd komen? Dat is de vraag die hen allen bezig houdt.

Met enige regelmaat tillen Elm en Zan de van koorts ijlende man wat op zodat Marg wat druppels van het bittere vocht in zijn mond kan laten vallen. Wanneer de kom bijna leeg is kijkt Marg peinzend van de geweekte kruiden naar het been van Urgh. Zijn knie is flink gezwollen maar vooral de kleine, strak gespannen wond net boven zijn enkel baart haar zorgen. De huid staat strak en is vurig rood en in het midden druppelt het pus er uit. Bovendien lijkt het of er een stuk boot uitsteekt.  Vanaf de wond begint zich een donker gekleurde lijn te ontwikkelen. ‘Pew, welke kruiden zitten hier allemaal in?’. ‘Brandnetel, salie en kamille’, krijg zij als antwoord. ‘Dat dacht ik al’, antwoord Marg. ‘Dat mengsel heeft M’na wel eens voor een van de schapen gemaakt toen deze een ontstoken wond aan een poot had. Heb je wat klei of een stuk leer voor mij?’. Zonder het antwoord af te wachten giet zij de rest van het vocht op de grond van de grot en plakt de kruiden op de wond aan Urgh’s been. ‘Wat doe je nou?’, roept Pew, ‘Dat is om te drinken, niet om…’. ‘Als het voor schapen werkt’, bromt Zan, ‘Werkt het ook voor mensen. Kijk eens naar die streep op Urgh’s been. Dat is niet goed Pew, dat is niet goed. Hij heeft het vuur in zich’. ‘Ik weet dat dat niet goed is’, jammert Pew, ‘Maar ik ben niet goed met wonden. Ik weet vooral veel van ziektes maar dit.. Hier moeten Gaya en M’na naar kijken. Maar ik denk dat de voorouders hem roepen’.

K’wan fluit een keer. De mensen rond het vuur kijken hem aan. ‘Nee, ik geloof niet dat de voorouders hem roepen’, zeggen zijn handen. ‘Urgh stond aan het einde van zijn levenspad tegenover Onna. Hij wilde mij komen helpen maar Onna zei hem toen dat wanneer hij dat deed hij niet meer terug kon gaan naar Gaya, Klee en jullie. Als het zijn tijd was had zij hem niet terug laten gaan maar was opzij gegaan, had hem in de wereld van de voorouders welkom geheten, had hem zeker niet weggestuurd. Denken jullie ook niet’.  Elm kijkt hem peinzend aan. ‘Nee, ik denk niet dat Onna hem terug zou sturen als het zijn tijd is. Dan is er nog hoop. Alleen….’. Met een snelle blik kijkt hij even naar het vurige donkere puntje wat net boven de klei-pakking op het been van Urgh uitkomt. Ondanks de kruidenpakking lijkt de streep te groeien.

De dag gaat over in de nacht. De draaistorm gaat liggen, een gewone lentestorm steekt haar kop op. Regen en wind striemen over het pad, tegen de buitenwand van de rotsen, in de opening van de grot. Binnen, in de kleine grot achter de tussenmuur en het scherm, is Urgh nog steeds niet bij kennis gekomen al lijkt zijn koorts wat gezakt en ziet de wond aan zijn been er iets minder strak en rood uit. Alleen de vurige streep op zijn been groeit. Niet snel, maar hij groeit.

Het wordt ochtend. De wolken waaien wat open, de zon laat voorzichtig haar eerste stralen zien. De wind gaat nog flink te keer maar dat belet Tak en Zan niet om samen aan de tocht naar de hoger gelegen grot te beginnen om beide medicijnvrouwen te halen. Uit voorzorg hebben ze het lange touw en de mand die eerder gebruikt is om de twee mannen en de jagers over het pad omhoog te trekken bij zich. Ze komen maar langzaam vooruit over het glibberige pad. Bij de middelste grot aangekomen horen horen ze gefluit van boven komen en een touw wappert voor hun neus. In de opening van de hoger gelegen grot staat Tork. Het touw zit deels rond zijn middel geknoopt. Met de hulp van het touw en  Tork, de mand met touw op zijn rug gebonden, kruipt Zan naar de hoger gelegen grot. Tak blijft in de middelste grot achter. Tas en Krom, die al die tijd zonder eten, drinken of vuur, in de grot hebben doorgebracht, niet wetend of beide mannen hun verblijf op het strand tijdens de storm overleefd hebben willen meteen weten hoe het met Urgh en K’wan gaat. ‘Met K’wan gaat het goed’, is het korte antwoord. ‘Maar Urgh heeft het vuur in zich. Het kruipt onder zijn huid door van zijn enkel naar boven’. Tas slaat van schrik haar hand voor haar mond. ‘Het vuur in zich.. Wat is dat en waarom haalt Pew het vuur er niet uit?’. ‘Pew heeft niet genoeg training gehad om het vuur te genezen’, antwoord Tak. ‘Daarom gaat Zan nu Gaya en M’na halen. Misschien….’. Hij haalt zijn schouders op. Boven hen wordt er gefloten. Leunend in de grotopening zien Tas en Tak hoe de mand met daarin M’na naar beneden komen. Samen met Tak helpt hij de kleine vrouw uit de mand. Snel trekken Tork en Zan de mand weer naar boven. Dan gebruikt Zan het touw van de mand om naar beneden te komen. ‘Gaya?’, vraagt Tas. Zan schudt zijn hoofd. ‘Die is snikkend in elkaar gestort en jammert dat zij niet weet hoe je het vuur moet bestrijden en dat zij Urgh nooit meer levend zal zien. Ani en de andere vrouwen vangen haar op. M’na zegt dat zij wel weet wat te doen dus…’. De kleine vrouw houdt haar buidel met kruiden omhoog en seint dan ‘Kom, we gaan. Als iemand het vuur in zich heeft is er haast geboden’. M’na stapt weer in de mand en dit keer zijn het Tas en Zan die de mand laten zakken. Zijn het Flik en Frag die de mand opvangen en M’na uit de mand helpen.

Met een verlegen lachje richting K’wan knielt M’na bij Urgh neer. Ziet de streep vuur die nog slechts tot een handbreedte onder zijn knie zit. Voelt zijn voorhoofd, trekt zijn oogleden open en bestudeerd zijn ogen. Voelt aan zijn knie. Dan haalt zij de klei-pakking van zijn been, ruikt aan de kruiden die er in zitten, schudt haar hoofd en gooit de pakking dan op het vuur. ‘Zie je wel dat je er niets op had moeten binden’, zegt Pew tegen Marg. ‘Nieuwe klei’, seinen de handen van M’na. Dan maakt zij de grote kruidenbuidel open die zij bij zich heeft en pakt een een paar van de kleine buideltjes. ‘Heb jij berkenblad’, vragen haar handen aan Pew. De jonge medcijnvrouw knikt en pakt de laatste paar berkenbladeren uit haar kruidenbuidel. ‘Kom’, seinen de handen van M’na. ‘Steen’, ‘mes, steen, brede repen leer’.

M’na wordt op haar wenken bedient. Het berkenblad verdwijnt samen met wat van haar kruiden in de kom. Met de steen maakt zij de kruiden klein. Voorzichtig voegt zij wat water toe. Pew negerend seint zij Marg om naast haar te komen zitten en begint tegen de jonge vrouw te praten. Het gezicht van Marg wordt lijkbleek. ‘Azel’, zegt zij dan, ‘M’na vraagt of jij hier een scherpe bijl hebt en of je haar wilt helpen. ‘Zij wil het been van Urgh net boven het vuur weghakken zodat het vuur niet verder kan groeien’.  ‘Zij wil wat?’, gilt Pew. ‘Dat kan niet, dan kan hij nooit meer lopen! Azel, doe het niet’. Azel kijkt van de gillende medicijnvrouw, naar zijn vuurpartner, naar Elm, naar K’wan. ‘Volgens K’wan kan het wel. Heeft de medicijnvrouw van zijn oude stam bij een jager ooit eens de arm afgehakt nadat een beer daar aan geknaagd had en hij het vuur in zich had gekregen. De man heeft daarna nog een aantal jaren geleefd totdat hij bij het schudde van de aarde door rotsblokken is bedolven. ‘Het kan niet’, snikt Pew. Yali heeft haar armen om de jonge medicijnvrouw heen geslagen.

Dan loopt Tas de grot in. Zij knikt naar de kleine vrouw van de Vroegere Stam die naast haar broer geknield zit. ‘M’na, doe er alles aan wat je kunt om mijn broer te redden’. De kleine vrouw knikt haar vriendelijk toe. Dan bindt zij een reep leer rond de gewonde knie van Urgh. Met behulp van haar mes draait zij de riem strakker en strakker rond het been. Wanneer zij tevreden is dat de band strak genoeg zit pakt zij de bijl die Azel in zijn handen heeft en zet hem drie vingers boven het hoogste punt van het vuur en wenkt Azel zijn werk te doen. Met een bleek gezicht neemt Azel de bijl van haar over. Voordat hij zijn arm met de bijl naar achteren brengt sluit hij even zijn ogen. ‘Het spijt mij jongen’, mompelt hij zachtjes, en dan brengt hij de bijl met al de kracht die hij in zich heeft naar beneden. De bewusteloze man regeert niet. De bijl snijdt door vlees en botten. Het gemangelde onderbeen van Urgh hangt dan nog slechts aan een stuk vel en een pees vast. M’na neemt de bijl van Azel over en snijdt de pees en huid door en brengt het kruidenmengsel op de nieuwe, flink bloedende wond aan. Marg smeert er een verse laag klei overheen. Voordat de klei met repen leer vastgezet wordt pakt M’na een stok uit het vuur en houdt dit dicht bij de klei zodat deze snel hard wordt. Pas dan mag Marg van M’na de klei vastzetten.

Met een volle kom schoon water knielt K’wan naast de medicijnvrouw neer. Met een klein maar dankbaar lachje rond haar mond dompelt zij haar handen in het water en wast het bloed, de kruiden en de klei van haar handen. ‘Vanaf nu moet Urgh het zelf doen’, seint de kleine vrouw. ‘Moet hij zelf beslissen of hij verder wil leven of naar de voorouders gaat. Maar nu is het zijn geest die de keuze maakt, niet zijn lichaam’. Zij maakt het zich gemakkelijk naast het lichaam van de dorpswijze. Kleintje, die niet van Urgh’s zijde  is geweken tijdens de operatie likt haar eenmaal over haar hand. Dan legt hij zijn kop weer tegen de hand van Urgh aan, wachtend op een teken van leven.

© Rianne

NB. Bovenstaande leest als zeer onwaarschijnlijk maar mijn inspiratie voor deze aflevering komt hier vandaan. Historiek.net – Succescolle amputatie in de prehistorie.