ZoZ: Limburgs klaaglied

Uit wel ingelichte bronnen (mijn moeder) heb ik begrepen dat ik als kind carnaval leuk vond. Ik kan mij er weinig tot niets meer van herinneren.

Tijdens mijn eindexamenjaar ben ik ook carnaval gaan vieren. Ik ben alle avonden op stap geweest dus ik zal het wel leuk hebben gevonden.

1989.02 carnavalToen ik de vader van Yep net had leren kennen heb ik met hem carnaval gevierd in zijn geboortedorp en dat was ook niet verkeerd al valt het als natuurlijke Bob aan het eind van de avond niet mee tussen al die bezopen mensen.

De eerste jaren na de scheiding ben ik met Yep naar het kindercarnaval geweest. Dat vond ik wel leuk. Het allerleukste? Om 9 uur kon ik samen met Yep naar huis want dan was het kinderbedtijd. En oh, de meeste ouders waren dan nog net niet compleet bezopen en nog redelijk aanspreekbaar. ;-)

Hoe het komt dat ik als geboren Brabantse (en nu al weer dik 25 jaar woonachtig in Limburg) niks, noppes, nadah met carnaval heb? Ik zou het niet weten. Wellicht komt het doordat ik 50% Fries bloed heb (en 0% Brabants bloed btw) maar misschien heeft dat er helemaal niets mee te maken en is het toeval.

In ieder geval vind ik het een mooi moment om Martine Bijl weer eens van stal te halen met het Limburgs klaaglied. ‘t Is een oudje maar het nummer blijft leuk (vind ik).

Voor hen die wel van carnaval houden: Veel plezier!

Voor meer zwijmelen op zaterdag verwijs ik graag naar Marja.

© Rianne, 5 februari 2016

Afkloppen en aftellen

Ik probeer altijd om de twee maximaal drie maanden een weekje of een lang weekend vrij in te plannen. Iets met bijtanken om er voor te zorgen dat ik op de been blijf. Iets met ‘Ziekzijn is niet fijn’. Dit ‘jaar’ is dat regelmatige vrij plannen jammerlijk mislukt. Vanwege een onderbezetting binnen de afdeling en een aantal CAO wijzigingen met grote impact op de salarisverwerking (ingangsdata 1 januari en 1 februari 2016) ben ik al vanaf half oktober 2015 met slechts af en toe een extra snipperdagje aan het rennen.

Mijn geest vindt dat rennen leuk maar mijn lijf is ondertussen echt wel aan rust toe. Ik vind het daarom ook een waar mirakel dat de griepgolf (tot nu toe) nog steeds aan mijn deur voorbij is gegaan. En dat voor iemand die al jaren roept dat zij een perfect petrieschaaltje is voor elk loslopend virusje en elke ronddwarrelende bacterie. Ik lijkt wel een gezond mens.

Ik wijt dat aan het glutenvrij eten, een regelmatig leven en dagelijks 50 mg dicloflenac maar klopt voor de zekerheid mijn boute afspraak wel even af. Knock on wood en zo.

Ondertussen is het jaar 2015 salaristechnisch gezien afgerond, zagen de stroken voor januari er goed uit en staat a.s. woensdag de laatste controles van de nieuwe inrichting voor de verwerking van februari op de planning, zijn wij vanaf volgende week weer op volle sterkte en ben ik aan het aftellen. Nog 9 dagen werken en dan ben ik een hele week vrij.  Ik kan haast niet wachten tot het zover is!

© Rianne, 4 februari 2016

Beter Goed Gejat (31)

Zo, de bak met leuke plaatjes, grappige of inspirerende spreuken zit weer vol. Tijd voor een aflevering van Beter Goed Gejat. Ik pluk de plaatjes meestal van Facebook en neem in de titel de naam van de pagina mee. Iets met bronverwijzing en zo.

© (dat beetje tekst dus): Rianne, 1 februari 2016

Je kan mij ook niets laten doen..

In 2012 maakte ik deel uit van de projectgroep die belast was met de implementatie van een nieuw HR, Inkoop & Logistiek, Financieel en Roosterpakket. Die implementatie heeft de gehele projectgroep bloed, zweet en tranen en heel heel heel veel tijd gekost maar we hebben het binnen de gestelde deadline gehaald. Nipt, maar gehaald is gehaald.

Als dank voor onze inzet kregen alle betrokken in april 2013 een bon van € 150,00 te besteden aan een hotelovernachting. Ik stopte de bon in mijn agenda, luisterde naar de verhalen van collega’s die de bon al in hadden gewisseld en vergat het ding. Ik ben niet zo van de overnachtingen elders.

Begin 2015 kregen wij weer een bon. Ik stopte hem in mijn agenda, zag het andere exemplaar zitten en mompelde: ‘Goh, nu heb ik er twee om op te maken’. Een van de collega’s wist mij te vertellen dat ik haast moest maken met het inwisselen van bon 1 want die was maar beperkt geldig. ‘s-avonds keek ik op het net en zag dat ik tot 4 april 2016 de tijd had om de bon in te wisselen. Ik vroeg Harriette of zij een keer met mij op stap wilde en … vergat de bon.

Van de week dacht ik er weer aan en maandag, na het uitstapje met de trolleybrigade prikte Harriette en ik een weekend en namen achter de laptop plaats om een hotel te zoeken en te reserveren. ‘Telefoonnummer?’, vroeg Harriette en ik noemde mijn telefoonnummer. ‘E-mail adres?’, vroeg Harriette en ik zei mijn e-mail adres. ‘Weet je dat zeker?’, vroeg Harriette en ja, ik wist het zeker. Dat ik geen bevestiging van de reservering kreeg weet ik aan traag internet.

Eenmaal thuis had ik nog geen bevestigingsmail. Ineens realiseerde ik mij dat ik inderdaad een foutje had gemaakt in het e-mail adres. Zucht. Je kan mij ook niets laten doen. Ik zocht het adres van het hotel en belde. ‘Met Rianne Wiebeldum’, zei ik. ‘Ik zie net uw reservering’, zei de dame aan de andere kant van de lijn. Ik legde uit welke fout ik had gemaakt en gaf het goede e-mal adres door. Ik kreeg de bevestiging dat een glutenvrij ontbijt geen probleem was en met een ‘Ik hoop dat het dan beter weer is dan nu’ gevolgd door een ‘Tot ziens’ namen wij afscheid. Voor de veiligheid stuurde ik ook nog een mailtje naar de organisatie waar wij de boeking hadden gedaan. Inclusief mijn verontschuldiging.

Maar goed. Het paasweekend brengen wij lekker in Scheveningen door. Ik heb er zin in.

© Rianne, 1 februari 2016

Wij wazzen het niet..

ontbijtZondagochtend. Ik zet mijn ontbijt (koffie verkeerd, citroenwater, zomerfruitcake en mango) op het tafeltje bij de bank en ga in de badkamer met de was aan de slag.  Bij terugkomst in de kamer zie ik beide heren bij mijn ontbijt zitten.

Toet neemt een slokje van mijn water en ik zie zijn normaal zo immobiele snuitje van walging vertrekken. Hij knijpt zijn oogjes samen en zijn mondje wordt nog kleiner dan het normaal is. ‘Yakkijukkibah, dit water is bedorven. Het smaakt kei-zuur en mijn snorharen vallen er bijna van uit’, hoor ik hem tegen Rozi zeggen. ‘Is die meuk voor jou ook zo smerig?’.

Rozi geeft geen antwoord maar zuigt met zijn slurfje nog een stukje zomerfruit van de cake en smekt dat het een lieve lust is. ‘De keek is wat droog’, zegt hij tussen twee smekjes door, ‘Maar dat roze en paarse spul is lekker zoet en zacht’. En hop, daar verdwijnt weer een stukje fruit van mijn cake.

Toet pakt de lepel uit mijn koffie en likt deze af. ‘Yukkijeppiebah. Ze is vergeten er suiker in te doen’, bromt bij. ‘Ga eens aan de kant Rozi, ik wil ook wat van dat zoete zachte spul hebben’. Hierbij geeft het Rozi een duwtje waardoor Rozi achterover van het tafeltje valt. Met zijn rechterpootje veegt hij zo wat vruchtjes van de cake en stopt deze in zijn mond. ‘Je hebft gelijfk Rozi’, zegt hij met volle mond zodat de stukjes fruit in het rond vliegen. Dit spul is lekker’. Weer gaat zijn pootje richting mijn cake.

Achter hem schraap ik mijn keel. ‘Wie zit hier mijn ontbijt op te eten?’, vraag ik streng. ‘Ik wafs heft niet’, zegt Toetje met volle mond en wrijft met beide pootjes over zijn snuitje zodat daar wat roze en paarse vegen verschijnen. ‘En Rozi is niet eens in de buurt duszzzz….’. Ik kijk hem even streng aan. ‘Je bent vergeten suiker in je koffie te doen’, zegt Toet dan. Ik trek een wenkbrauw omhoog en blijf hem en Rozi strak aankijken. ‘Wij wazzen het wel’, zegt Rozi dan. ‘Ja. Wij wazzen het wel’, beaamt ook Toet. ‘Maar er is nog genoeg over voor jou hoor’, voegt hij er royaal aan toe. ‘Wij heeften alleen voorgeproefd’. ‘Wij willen niet dat je ziek wordt van het eten’, piept Rozi. ‘Maar alles is nog geod’, bromt Toet. ‘Behalve het water. Dat is zuur en er zitten prutsels in’.

Terwijl ik een hap  van mijn bijna vruchtloze vruchtencake neem en de jongens een stukje mango geef bedenk ik hoe blij ik ben met twee ‘koninklijke’ voorproevers in huis. Not dus.

© Rianne, 1 februari 2016

Voor meer verhalen over de boyszz, klik hier. Wil je een eigen Toet in huis nemen? Hij is hier te bestellen. Rozifantje is een creatie van Appelig en ‘One-of-a-kind’. Gelukkig maar, denk ik wel eens.  ;-)

Boek van Urgh_102: Een nieuwe dag begint

cropped-urgh2

Eenmaal in de hut van Urgh, bij het zachte licht van een fakkel die in de grond geprikt staat, kijkt Krom vertwijfeld naar de slaapplek die Gaya hem aanwijst. ‘Daar kan ik toch niet liggen’, piept hij. Gaya kijkt hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Met die ribben en die piepende ademhaling is het beter voor je om niet te liggen maar om zittend te slapen’, reageert zij. ‘En verder zou ik stoppen met dramatisch doen. Je gaat vannacht niet dood. In ieder geval niet aan je verwondingen. Als er van binnen iets kapot was gegaan had je bloed opgegeven en dat doe je niet. Ga zitten, dan maak ik even een slaapdrank voor je zodat je vannacht in ieder geval goed kunt slapen. Van slapen knap je op’. Voordat Krom op de woorden van Gaya kan reageren hoort hij zijn moeder zeggen, ‘Dat dacht ik al Gaya. Dat het allemaal wel meevalt. Maar waarom ziet Pew dat niet?’ ‘Omdat zij zijn vuurpartner is en heel veel om hem geeft’, antwoord Azel. ‘Ik heb Gaya ook wel eens helemaal in paniek gezien wanneer Urgh weer iets stoms had gedaan. Dan leek het ook net of het allemaal erger was dan het het was’. Ondanks het slechte licht is het duidelijk dat er een blos over het gezicht van Gaya trekt. ‘Inderdaad’, zegt zij dan zacht. ‘Als een geliefde persoon gewond raakt vergeet je wel eens om koel en beheerst te blijven’. ‘Waarom’, begint Krom aarzelend, ‘Waarom moet ik dan hier slapen?’. Gaya grinnikt eens naar hem. ‘Omdat je een gebroken arm en gebroken ribben hebt. Zou je in je eigen hut slapen was je waarschijnlijk wakker geworden van drie kinderen die zich vol enthousiasme op papa hadden gestort… Met eventueel een extra ribbreuk tot gevolg. Morgen kunnen we de kinderen uitleggen wat er aan de hand is en dat papa voorlopig geen boom is om in te klimmen’. Krom denkt even over de woorden van de medicijnvrouw na en laat zich dan onhandig op zijn knieen zakken om het zich daarna, in afwachting van de beloofde slaapdrank, makkelijk te maken op de huiden die zijn slaapplek zijn.

Buiten de hut, onder het afdak naast het kleine vuur, maakt Urgh het zich gemakkelijk. Naast hem staat de mand met de nog levende wolvenwelpjes en Kleintje. Nadat de twee  kleinste welpjes het leven hadden gelaten had ook de wolvin haar laatste adem uitgeblazen zodat het voeden van de laatste drie welpjes volledig bij de hutbewoners is komen te liggen. Overdag zijn vooral K’wan en Pol, met de hulp van Zen, met de beestjes in de weer. ‘s-nachts ontfermt Urgh zich, samen met Kleintje, over de welpjes, en slaapt tussen de voedingen door een onrustige slaap.

Bijgelicht door de eerste zonnestralen loopt K’wan de weide op, klaar om voor de welpjes te zorgen. Tas, die de laatste wacht heeft, steekt haar hand in een begroeting op, wijst dan naar Urgh en legt haar wijsvinger tegen haar lip ten teken dat K’wan stil moet zijn. De onrustige nachten hebben hun tol geeist en Urgh lijkt in een diepe slaap verzonken. Zo zacht als hij kan sluipt K’wan dichterbij, vastbesloten de kleintjes te voeren voordat zij hongerig en wel Urgh wakker piepen. Helaas. K’wan’s plan mislukt hopeloos. Terwijl hij zijn hand uitsteekt naar de kleine kom waar het voedsel van de welpen in wordt bewaard slaat Urgh zijn ogen open, gevolgd door de welpjes die meteen beginnen te piepen. Met een paar grote halen van zijn tong probeert Kleintje de welpjes nog stil te krijgen maar de honger is te groot. Zo snel hij kan schept K’wan wat van de speciaal voor de beestjes gemaakte voeding in een kom en samen met Urgh voedt hij de kleintjes. Wanneer de welpjes hun buikje vol hebben en zich weer opkrullen voor een volgend dutje haalt K’wan twee kommen thee. Zwijgend drinken de mannen van hun thee waarbij K’wan zo af en toe steels over zijn kom heen naar Urgh kijkt. ‘Zeg het maar K’wan’, zegt Urgh, ‘Ik kan zien dat je iets dwars zit’. K’wan zet zijn kom neer en zijn vingers beginnen aarzelend te praten. ‘Ik ben gisterenavond geschrokken over wat jij tegen de jagers hebt gezegd. Was jij niet onnodig hard voor hen en voor jezelf? Zij doen hun best en jagen is gevaarlijk zoals jijzelf ondervonden hebt’. ‘Misschien’, antwoord Urgh, ‘Misschien ook niet.  Zoals je zegt, jagen is gevaarlijk. Mijn eigen ervaring leert dat wanneer er lange tijd geen jachtongelukken gebeuren jagers overmoedig worden, onnodige risico’s nemen. Zoals ik lange tijd geleden. Zoals Krom nu. Ik heb gisterenavond gepoogd iedereen wakker te schudden. Het had veel minder goed met Krom af kunnen lopen en het had ook zo maar de laatste jacht van Mus kunnen zijn. Ik neem niemand iets kwalijk maar ik wil wel dat de jagers de regels weer beter gaan volgen en niets aan het toeval over laten. De tijd nemen om op een veilige manier hun prooi te doden. En iemand had Durk het fluitje voor ‘gevaar’ moeten leren. Dan had Krom meer kans gehad om aan de bok te ontsnappen. Dat probeerde ik duidelijk te maken gisterenavond’. K’wan denkt even na ‘Ik denk dat ik het snap. Ik vind het wel lastig. Voor mij horen ongevallen bij de jacht. Dieren, zeker wanneer ze in doodsangst verkeren, zijn altijd gevaarlijk. Bij ons raakte er eigenlijk altijd wel iemand gewond tijdens de jacht. Als je alleen maar met je handen praat en niet weet hoe je moet fluiten kan je niemand waarschuwen’. Even laat hij zijn handen in zijn schoot rusten. ‘Ik vind het wel prettig dat de jagers hier altijd met buit en zonder ernstige verwondingen terug keren van de jacht’. Urgh knikt. ‘Ik ook K’wan, ik ook. Ik hoop dat mijn woorden voldoende zijn om de jagers dat in te laten zien’. Urgh drinkt zijn theekom leeg. ‘Zou je mij nog een kom thee in willen scheppen?’, vraagt hij aan de kleine man. K’wan pakt de kom van Urgh aan en schept hem vol.

Dan wordt de huid voor de ingang van de hut achter beide mannen opzij geduwd en verschijnen Azel, Krom en Klee. Het is gedaan met de rust van de nacht. Een nieuwe dag is aangebroken.

© Rianne, 31 januari 2016

YNAB #5

YNAB#5

Sinds mijn vorig blog over YNAB (YouNeedABudget) is er het een en ander veranderd in YNAB-land. Er is een compleet nieuwe versie van het programma uitgekomen met een paar nieuwe features maar er zijn ook een aantal fijne onderdelen verdwenen. Wellicht dat die in de toekomst nog terugkomen, maar dat is even afwachten.

Een van de wijzigingen, en wellicht het grootste struikelblok of ik in de toekomst YNAB blijf gebruiken, is het feit dat het programma vanaf nu geen eenmalige aanschaf is, maar een jaarabonnement. Aangezien ik nog tot oktober of zo de tijd heb om hier over na te denken, maak ik mij er voor nu geen dikke benen over.

Wat is er buiten de prijs nog meer veranderd? De driemaandenview, het transporteren van een budgetoverschrijding naar de volgende maand, het toekennen van de inkomsten aan een bepaalde maand, de leeftijd van je geld, totale ‘activiteit’ per maand en doelen stellen.

Het is niet langer mogelijk om in een oogopslag het budget + uitgaven van vorige maand, het budget en de lopende uitgaven van deze maand, en het budget van de volgende maand te zien. Dat was even wennen maar uiteindelijk zeggen de uitgaven van de volgende maand weinig tot niets. Soms moet je ineens een groot bedrag ineens afrekenen (eigen risico bijvoorbeeld) en als je dat bedrag als lijdraad gebruikt zit je al snel in de financiele problemen.

Voorheen kon je er voor kiezen een (kleine) budgetoverschrijding op een onderdeel te transporteren naar de maand erop. Dat kan nu niet meer. Nu moet je het geld voor die uitgaven uit een ander potje waar wel nog ruimte is die maand halen. Ook dat was even wennen maar uiteindelijk klopt de redenatie ‘Wat je niet hebt kan je niet uitgeven’ die achter deze wijziging zit.

In het verleden kon je inkomsten slechts aan twee maanden toekennen. De lopende maand, of de volgende maand. Nu gaat al het geld in de pot ‘te budgetteren’ en kan je zelf beslissen voor hoeveel maanden dat geld toereikend moet zijn.

Daarnaast, en dit is nieuw en een goede hulp op weg naar ‘leven van het inkomen van vorige maand’, krijgt je geld een leeftijd. In een teller bovenaan de app wordt bijgehouden hoe oud het geld wat je uitgeeft is. Dat van mij is nu meer dan een maand oud en er zit nog genoeg in de pot om het nog wat ouder te laten worden. Een dag of 90 betekent dat je een redelijke financiele buffer hebt voor het geval er een calamiteit op je pad komt. Met andere woorden: Hoe ouder des te beter.

In deze versie kan je in een oogopslag zien wat je voor de maand gebudgetteerd hebt, hoeveel geld je al uitgegeven hebt, hoeveel geld er in totaal beschikbaar is t/m die maand en wat de inkomsten voor die maand zijn. Dat is een handig hulpmiddel wanneer je een keertje uit de band springt. Je ziet dan hoeveel geld er  beschikbaar is om mee uit de band te springen.

Als laatste kan je per subbudget een doel stellen. Je hebt de keuze uit ‘xx bedrag op datum xxxx, xx bedrag, of xx bedrag per maand’. Zo heb ik op het potje ‘zorgverzekering’ een doel gezet wat bestaat uit: 1 maand zorgverzekering, 2 x lenzen aanschaf en 1 x eigen risico. Zodra het totale (niet uitgegeven) bedrag in een maand daarboven komt kan ik een lager bedrag gaan budgeteren en de rest in het noodfonds storten. Of rechtsstreeks naar mijn spaarrekening wanneer het doel van het noodfonds al bereikt is.

Omdat ik een nieuw programma een leuke reden vond voor een nieuw budget ben ik in januari helemaal opnieuw begonnen met het salaris van december. Een deel van het geld heb ik gebruikt om in december een aantal potjes (oa zorgverzekering aangezien ik in januari bijna mijn gehele eigen risico van 2015 aan de zorgverzekeraar over mocht maken) vol te laten lopen, en de rest is in het januari budget en het bijbehorende noodfonds gestort.

Met het oog op de dure maand die februari gaat worden (oa mijn studie moet betaald worden) ben ik blij om te zien dat ik in februari naast het standaard budget genoeg geld in the pocket heb om, zonder aan mijn spaargeld te komen, aan mijn verplichtingen te voldoen. Dat geeft een prettig en geruststellend gevoel. Ik YNAB nog even door.

© Rianne, 30 januari 2016