Wiebeltjes

Blog van een fifty-something

Toet op reis


1 reactie

Piep Piep Auto Toet Toet

Suvvertje had dus een piep veroorzaakt door een slippende riem in combinatie met koud en vochtig weer. Eerst vond Yep die piep nog wel meevallen maar nadat hij een dagje met Suvvertje op stap was geweest was hij het met mij eens: Tijd om daar eens goed naar te kijken en de oorzaak weg te nemen.

Lief kind heb ik toch hé!

Er zit alleen een nadeel aan een kind met kennis van zaken en tijd genoeg om elk piepje, knarsje, trillertje tot op het chassis te onderzoeken. Met een beetje pech gebeurt er wat er gebeurt is en vindt hij allerlei kleine mankementjes die binnen nu en een jaar grote mankementen, en daarmee hoge kostenposten, zijn. Het grote woord, inruilen, viel.

Dat was even slikken!

Via ‘Geen Geld’ sprong ik naar ‘Meer dan een Pinda kan ik niet betalen’ om te eindigen bij ‘Dan moet de badkamer/keuken nog maar een jaartje langer wachten’. Want als er een ding is waar ik helemaal gallisch van kan worden is dat wel het idee dat ik net bijna mijn hele bankrekening over heb gemaakt naar de aannemer om dat ineens autoloos te zijn.

Tijd om serieus rond te kijken!

Op het internet. Waren vergelijkend onderzoek doen. Ik startte met de Panda en schrok hoe duur dat ding tegenwoordig is. Zeker gezien het beetje auto wat je krijgt. Ik bekeek de Aygo. Wel betaalbaar maar natuurlijk wel een zeer lage instap. Momenteel geen probleem maar ik word er niet jonger op. Ik zocht verder en vond nog wat leuke modelletjes maar allemaal veel en veel te duur. Tijd om beide mogelijke auto’s qua specificaties naast Suvvertje te leggen.

En toen zag ik hem…!

Het broertje van Suvvertje maar helemaal anders. Het was liefde op het eerste gezicht inclusief specificaties om je vingers bij af te likken. Toen Yep ook nog wat crash-test liet zien was ik verkocht en schoof een groot deel van het potje ‘Badkamer/Keuken’ naar het nieuwe potje ‘Auto’.

Ondertussen zijn alle piepjes, knarsjes en trillertjes zo goed als verdwenen. Suvvertje loopt weer als een tierelier. Alleen de wetenschap dat… maakt dat het idee inruilen nog niet in de ijskast staat. Verre van. Ik moet alleen nog even aan het idee wennen om een bak met geld uit te geven.

Wordt vervolgd!

© Rianne

Toet ldvd


9 reacties

Talent

Ik heb een talent waar niemand jaloers op is. Ik ben een kei in het ‘kweken’ van blaren. Kleintjes, grote, onder mijn voet, op mijn hiel, op mijn wreef… Ik draai er mijn handen niet voor om. Maar wat mij nu gelukt is! Ik heb een blaar tussen twee tenen.

Het begon dinsdag. Ergens aan het einde van mijn wandeltocht voelde ik hoe mijn sok niet meer om mijn voet zat maar een poging deed om een soort van voetschoen te vormen. Oftewel: er zat een stukje sok tussen twee tenen in te schuren. Wat ik had moeten doen was even op een bankje, muurtje, whatever gaan zitten om mijn schoen uit te doen, mijn sok uit de plooi te trekken, mijn schoen weer aan te doen en verder te wandelen. Maar ik verkeerde al in een staat van onderkoeling en het idee mijn lieflijk achterwerk op een ijs- en ijskoud bankje etc. te vleien trok mij niet aan. ‘Ik ben zo thuis’, zei een klein, ongeïdentificeerd stemmetje. Bovendien, de rest van de week zou ik geen stap meer verzetten.

Het liep dus anders. Suvvertje heeft al een tijdje een nare piep en Yep had woensdag eindelijk tijd om er naar te kijken en, nog belangrijker, er iets aan te doen. Uiteindelijk had Yep zelfs twee dagen nodig om Suvvertje van haar piep af te helpen. Dus wandelde ik twee dagen op rij naar de opstapplaats van het pendelbusje. Het is maar een kilometer enkele reis maar toch. Voeg daar de wandeling naar en van het pannenkoekenhuis aan toe en de (kapotte) blaar was een feit.

Maar ach.. Als een tijdelijk ontvelde en bloederige teen alles is waar je je druk om kunt maken? Dan heb je volgens mij nergens over te klagen. Dat doe ik daarom dus ook niet!

© Rianne

Toetopvang


5 reacties

Pannenkoek

Begin december kregen mijn rechtstreekse collega’s en ik een uitnodig voor de AfdelingsKerstBorrel. Zes van de zeven zagen het niet zitten. De meeste van ons wonen niet echt in de buurt, een aantal van ons werken op vrijdag maar een halve dag of helemaal niet en ik houd sowieso niet van Borrels. Zelfs niet voor de kerst. Na een kort overleg waar uit kwam dat wij liever iets met z’n zevenen gingen ondernemen dan met Jan en Alleman meldde onze Teamleider ons collectief af en zette het idee ‘gezamenlijk lunchen’ om in een initiatief waarbij de big baas ook werd uitgenodigd.

Donderdag was het zo ver. Om kwart over twaalf verlieten wij onze werkplek om na een korte wandeling door het bos plaats te nemen aan een lange tafel in een pannenkoekenrestaurant. Als je mij 5 jaar geleden had gezegd dat 8 (semi-)ICT-ers samen zo veel lol kunnen maken had ik je verbaasd aangekeken. Maar wij kunnen het wel. Lol maken dus. En dat zonder alcohol want na het verorberen van de pannenkoeken keerde wij weer werkwaarts. Een initiatief wat voor herhaling vatbaar is. Want echt, goede collega’s is het halve werk!

© Rianne

Toet iPad


Een reactie plaatsen

Nog minder..

Ik maak op Facebook al een tijdje gebruik van de optie ‘Op deze dag’ om mijn tijdlijn met terugwerkende kracht op te schonen. Daar is die optie niet voor ontwikkeld. Integendeel zelfs. Eigenlijk wil Facebook dat je naast nieuwe status updates ook nog een oude status waar je warme herinneringen aan hebt deelt met je vrienden. Tenminste, dat stel ik mij zo voor.

Dat wil trouwens niet zeggen dat ik rücksichtlos alles schrap wat Facebook mij aanbiedt. Sommige statussen zijn te schattig, leuk, lief, emotievol om zo maar te verwijderen. Maar jubelberichtjes over hoge punten, vage statussen die mij nul komma niks zeggen, etensborden, gedeelde plaatjes, filmpjes en meer van die flauwekul verdwijnen als sneeuw voor de zon.  Maar foto’s verwijderen… Vooral foto’s waar veel op geregeerd is, dat lukt niet zo best.

Herformulering: Dat lukte niet zo best. Dinsdag las ik een vraag op Facebook over het opschonen van foto’s en ik dacht ‘It’s now or never’. Een half uurtje later had ik een aantal albums ‘onttagged’ (waardoor ze bij mij niet meer zichtbaar zijn), een aantal albums volledig verwijderd en de rest opgeschoond.

Omdat ik toch bezig was schoonde ik mijn lijst met ‘vind ik leuk’ items op en langzaam maar zeker begint mijn tijdlijn er uit te zien zoals ik graag wil. Leeg met uitsluitend berichten van mensen die ik als vrienden zie. Leeg, zodat ik met twee of drie keer per dag even scrollen op de hoogte ben van alles waarvan mijn vrienden vinden dat ik op de hoogte moet zijn. Kijken of ik dit net zo prettig blijf vinden als bewuster kiezen tussen negeren, op de ‘like’ knop drukken of reageren.

Ik ben tevreden. Nu alleen nog van de door vrienden ‘ge-like-te’ winacties op mijn tijdlijn af zien te komen zonder lieverds te ontvrienden… Wish me luck!

© Rianne

Toet en de mini's (2)


1 reactie

En Venlo heeft…

Istanbul heeft de Kapali Çarsi (overdekte markt), Groningen De Souk, Rotterdam De Markthal en sinds vorig jaar heeft Venlo Beej Benders. Een tijdje geleden had ik er al over gelezen, over deze markthal in Venlo, maar het was er nog niet van gekomen om er naar op zoek te gaan. Iets met niet al te hoge verwachtingen mijnerzijds.

Maar ja, toen ik zondag aan mijn to-do-lijstje voor dinsdag begon schreef ik daar ook ‘wandelen’ op. Helaas is wandelen in de vrieskoude lekker maar is het niet altijd even aanlokkelijk genoeg om mijn warme huis te verlaten dus bedacht ik een route met drie doelen (en twee mogelijkheden om de route en het aantal doelen in te korten mocht dat om wat voor reden dan ook nodig zijn).

Aangetrokken door het zonnetje verliet ik dinsdag rond half 12 mijn huis en eenmaal op de dijk liep ik naar het Zuiden en doel een: het gesticht binnenlopen om even met Vriendin bij te kletsen. Het tijdstip was bewust gekozen. Om twaalf uur gaan de collega’s lunchen en dat is een natuurlijk moment om op te stappen/verder te wandelen. Verder naar het zuiden, over de brug, qua richting rechtsomkeer maken en daarna over de Stadsbrug.

De zon die scheen, de lucht was blauw en mijn gezicht, oren en benen hadden last van de kou. Als het aan hen had gelegen had ik doel twee links laten liggen en had ik de kortste route naar de supermarkt (doel drie) genomen. Maar ik was sterk en liep langs de kademuur (met interessante teksten over het ontstaan van Venlo, de Romeinen, de Middeleeuwen) door naar het noorden.

Ik dwaalde door een stukje Venlo wat ik nog nooit eerder gezien had en voor de zoveelste keer verwonderde ik mij over het feit dat door een vreemde stad dwalen een vakantiegevoel oproept terwijl dwalen door ‘mijn’ stad een beetje onnozel overkomt. Terwijl ik telkens wanneer ik dat doe weer nieuwe en mooie straatjes ontdek. En veel beter de weg weet dan ik vooraf voor mogelijk houd.

Bij de Venlose markthal aangekomen kijk ik door het raam naar binnen en aarzel. Even maar, dan loop ik naar binnen, pak een mandje en loop de groente afdeling op. Binnen vijf minuten weet ik: De volgende keer moet ik hier rechtstreeks naar toe lopen zodat ik niet zo moe ben dat ik geuren en kleuren niet meer in mij op kan nemen. Ik weeg wat groentes af en dwaal dan een beetje door de ruimte. Langs de vis, het vlees, de hapjes, om de koffiecorner die niet in een hoek zit heen. Zei ik al te veel indrukken?

Ik loop naar de kassa (twee exemplaren tel ik) en reken af. ‘Heb je een klantenkaart’, vraagt de caissière. Nee, die heb ik niet. Of ik er een wil? En ik die eigenlijk wars is van klantenkaarten hoor mijzelf ‘ja’ jubelen. Ja, dit is een winkel waar ik vaker naar toe wil. Inclusief trolley zodat ik niet constant hoef te denken ‘Kan mijn rugzakje dit wel aan?’.

Iets zegt mij trouwens dat ook Yep en Vriendin deze winkel wel weten te waarderen. Wat een ontdekking! Waar een wandeldoel al niet goed voor is.

© Rianne

Zuster Toet


4 reacties

Stopweekje

Maandagochtend, voor mijn gevoel veel te vroeg, sta ik onder de douche. Ik was mijn gezicht, proef ijzer en zie dat mijn handen rood zijn van het bloed. Ik heb een bloedneus. Ooit, in mijn puberjaren, was dat schering en inslag maar tegenwoordig heb ik nog maar zelden een bloedneus. Tenminste, niet zo’n echte.. Niet zo eentje waarbij het bloed rijkelijk vloeit en je dicht kan knijpen wat je dicht wilt knijpen zonder dat het helpt.

Na een minuut of vijf stopt het bloeden. Een mooi moment om onder de douche vandaan te komen. Ik doe mijn ding maar aarzel bij de neusspray (tegen hooikoorts). Met een ‘Ik lees vanavond de bijsluiter wel en als het geen kwaad kan kan ik dan altijd nog even wat snuiven’ laat ik het bijna lege flesje staan.

Na een maandag zonder bloedneuzen kom ik thuis en google de bijsluiter van mijn neusspray. Bij  het beginnen met het medicijn krijgen 30-50 op de 100 mensen last van een bloedneus. Ik niet. Ik ben die 1 op de 1.000 die na langdurig gebruik last van bloedneuzen krijgen (neuzen ja, vorige week heb ik ook al bloedneuzen gehad, alleen niet zo heftig als maandag). Advies: Een paar dagen stoppen.

Komt dat even mooi uit. Sinds ik in december gestopt ben met het slikken van de hooikoortsmedicatie heb ik nauwelijks meer last van slik- en maagproblemen gehad. Omdat ik wel last van hooikoorts heb (momenteel gelukkig niet) ben ik al een tijdje aan het overwegen om acupunctuur als middel tegen hooikoorts bij mijn huisarts bespreekbaar te maken. Nu ik ook met de laatste medicijnen gestopt ben is het moment om een afspraak te gaan maken zo onderhand daar.

Ik houd jullie op de hoogte.

© Rianne

Boek van Urgh


1 reactie

Boek van Urgh 135: Oefenen

Nog steeds grijnzend, of alweer grijnzend (wie zal het zeggen), verschijnt Voorouder Eén de volgende avond vroeger dan normaal in het vuur. De dorpsbewoners kijken hem verwachtingsvol aan. Zullen zij vanavond horen wat het plan van Krkt is?

De volgende morgen start Mnaa haar steengooi les met het samen zoeken naar stenen. ‘De vorm maakt niet zo veel uit’, zeggen haar handen, ‘Alleen te grillig, te veel verschillende diktes in een steen, dat werkt niet. Verder moet de steen lekker in je hand liggen’. Zij raapt een steen op, voelt even en geeft de steen dan aan Krkt. ‘Dit is een goed steen’, zegt zij. Krkt speelt met de steen in zijn handen, gooit hem omhoog, vangt hem op en voelt wat Mnaa bedoelt al vindt hij de steen wat licht. Hij geeft de steen terug en gaat op zoek naar stenen die voor hem goed voelen. Wanneer zij beide een stapeltje stenen voor zich hebben liggen begint Mnaa met de les stenen raak gooien. Dat blijkt lastiger te zijn dan zij had gedacht. Mnaa krijgt de woorden om uit te leggen hoe zij zo trefzeker gooit niet gevonden. ‘Ik snap er niets van. Doe het eens voor’, zegt Krkt. Mnaa knikt gedwee, pakt een steen, weegt die even op haar hand, haalt diep adem, richt haar blik op de boomtak die als doel dienst doet, zwaait haar arm krachtig naar achter, dan naar voren en gooit de steen zo hard zij kan. Met haar ogen volgt zij de steen en ziet en hoort hoe de steen met een doffe klap tegen de tak aan knalt. Krkt volgt haar voorbeeld. De steen vliegt met een grote boog tussen de takken door. ‘Je laat te vroeg los’, zegt Mnaa. Krkt gooit nog een steen. Deze land iets voor de tak op de grond. ‘Nu was je te laat’, zegt Mnaa. ‘Hoe weet ik wanneer ik los moet laten?’, vragen zijn handen. ‘Hoe weet jij wanneer je los moet laten?’. ‘Oefenen’, antwoord Mnaa simpel. ‘Kijken, gooien, voelen en met je ogen en in gedachten de steen volgen. Weten waar hij gaat raken. Ik heb zo veel stenen gegooid dat ik nu weet, voel, hoeveel kracht ik moet gebruiken en wanneer ik los moet laten om iets te raken’. Ze lacht even schaapachtig. ‘Ik ben bang dat ik je dit niet kan leren. Ik weet eigenlijk zelf niet precies wat ik doe. Ik voel. Maar de vorm van de steen is belangrijk. Het gevoel bij de steen ook’.

Met een gezicht waarop staat te lezen ‘Wat heb ik nu aan jou?’ gooit Krkt de volgende steen. En nog een, en nog een. Wanneer het stapeltje stenen bij zijn voeten is verdwenen heeft hij de tak nog steeds niet geraakt. Hij voelt de hand van Mnaa op zijn arm. ‘Jij laat de steen los zonder te kijken’, zeggen haar handen. ‘Als je de steen loslaat moet je kijken waar de steen naar toe gaat. Dan weet je, en kan je het gevoel krijgen, wanneer je de steen wel los moet laten. Bovendien gooi je te hard. Dat komt later wel. Als je het gevoel hebt. En ik zou de boomstam als doel nemen, niet de tak’. Krkt kijkt haar even aan maar doet er even het zwijgen toe. Dan zeggen zijn handen ‘Ik ga stenen zoeken’. Mnaa knikt. ‘Ik ga de strikken controleren. Ik zie straks wel hoe het gaat’, antwoord zij en loopt weg.

Aan het eind van de middag, als zij de strikken heeft geleegd, de gevonden dieren heeft gevild en naast het vuur te drogen heeft gelegd zoekt zij Krkt weer op. Eenmaal in de buurt hoort zij een aantal korte doffe klappen vlak achter elkaar die haar vertellen dat het hem ondertussen gelukt is om de stam keer op keer te raken. Dan is het stil en hoort zij hem door de struiken bewegen. Op de open plek aangekomen ziet zij hoe Krkt stenen aan het zoeken is. Als hij haar ziet staan grijnst hij breed. ‘Precies op tijd’, zeggen zijn handen wanneer hij de gevonden stenen op een hoopje voor haar voeten laat vallen. ‘Het gaat al een stuk beter dan vanmorgen’, zeggen zijn handen. ‘Ik wilde net de tak als doel gaan nemen’. Onder toeziend oog van Mnaa verlegd Krkt zijn aandacht van de stam naar de tak en na een paar vergeefse pogingen lukt het hem om ook dat doel vaker wel dan niet te raken. Als de zon achter de bomen verdwijnt lopen zij samen terug naar de grot.

Na het eten, wanneer zij zich klaarmaken om te gaan slapen vraagt Mnaa ineens: ‘Wat is het plan waar je het gisteren over had Krkt?’. De jongeman lacht en antwoord: ‘Ik wil mijn idee, de basis van het plan, eerste uitproberen. Maar daarvoor moet ik nog beter leren stenen leren gooien. Dat is nodig voor mijn plan’.  Hij dempt het vuur waardoor het te donker wordt om verder te praten en kruipt tussen de slaaphuiden tot hij naast Mnaa ligt. Al snel verraad hun rustige ademhaling dat zij beide in slaap gevallen zijn.

Voorouder Eén doet er na zijn laatste zin even het zwijgen toe. ‘Morgen vertel ik jullie over het plan van Krkt’, zegt hij dan. ‘Voor jullie zal dat plan niet zo bijzonder zijn, maar voor Krkt en Mnaa….’. Hij lacht even en gaat, voordat de dorpsbewoners hem iets kunnen vragen, in rook op. ‘Ik hoop’, zegt Tork, ‘Dat wij voor de winterwende-viering weten waar dit verhaal naar toe gaat want man man man, wat weet Voorouder Eén een verhaal te rekken’.  Urgh grinnikt even om de woorden van Tork maar geeft geen antwoord. Omdat hij het antwoord niet weet. 

© Rianne