Koetjes en Kalfjes

Even terug in de mei-nacht

Het is warme en zwoele nacht in mei. Ik lig te draaien in mijn bed, ben om de haverklap wakker en kijk op de wekker. Het is zondagochtend rond de klok van vijf uur. Er wordt aangebeld. Kwajongens, is mijn eerste gedachten en draai mij om. Mijn tweede gedachten is Er is iets bij een van de buren. Ik zoek mijn bril, slinger mijn benen over de rand van het bed en loop naar beneden zonder licht aan te maken. Wanneer ik beneden kom valt het licht van de lantaarnpaal voor mijn huis vrijelijk door het ribbetljesglas in de voordeur naar binnen. Het is duidelijk dat er niemand voor de deur staat. Mopperend op die kwajongens loop ik de trap weer op.

Ik lig net weer aan de achterkant van mijn huis in mijn bed wanneer ik een tikkend geluid tegen mijn raam hoor. Net wanneer ik het af wil doen met fantasie hoor ik het weer. Er worden steentjes tegen mijn raam gegooid. Zoals gewoonlijk kan ik mijn bril niet vinden en duurt het even voordat ik voorzichtig langs het rolgordijn af naar buiten kijk, in de hoop de betreffende kwajongen te snappen. Ik zie niemand. Pislink en een tikkeltje over de flos loop ik naar beneden. Van slapen gaat het niet meer komen, dat is mij duidelijk.

Ik sta in de keuken en vul een glas met water. Hangend tegen het aanrecht begin ik te drinken. Het is stil in huis. Heel stil. Zo stil als het op een zondagmorgen rond vijf uur behoort te zijn. Ineens hoor ik dat er een sleutel in het slot van de voordeur wordt gestoken. Ik hoor hoe de sleutel omgedraaid wordt en hoe de deur enigszins knierpend open gaat. Met een aan zekerheid grenzende stelligheid weet ik dat iemand laatst inderdaad de reservesleutels uit het zeepbakje naast de keukendeur heeft gestolen, en dat die sleutels dus echt niet ergens in huis liggen. Zonder na te denken begin ik te gillen en ren naar de voordeur. Die wordt dichtgetrokken ruimschoots voordat ik er ben. Ik trek de voordeur open, schreeuw  Geef mijn sleutels terug vuile dief, dit is niet leuk! en kijk speurend rond. De ‘dief’  is weg, de hoekje om. Iets weerhoud mij er van om in pyjama op blote voeten achter de ‘dief’ aan te gaan.

Terwijl ik helemaal hyper sta uit te hijgen komt Yep naar beneden. Wakker geSMSt door de vriend die net terug is gekomen van een avondje stappen. Dezelfde jongen die ik verdenk van het weghalen van de reservesleutels. We blijven samen even beneden zitten maar het is vroeg, zo vroeg. Beide willen we nog even slapen. Ik loop naar de keuken om mijn sleutels te pakken om de voor- en de achterdeur op slot te draaien en de knippen er op te doen. Ik kan mijn sleutelbos niet vinden. Yep en ik lopen samen het laatste gebruik van de sleutelbos langs. Het laatste wat ik mij kan herinneren is dat ze op de schuur zaten toen ik daar mijn fiets neer heb gezet. Daar zijn ze blijven zitten. Dom dom dom.

Aan de sleutelbos hangt ook mijn autosleutel. Controle van de auto leert mij dat de deuren open zijn. Ik word hier een beetje niet blij van. Er loopt iemand rond met mijn sleutelbos. Een eng idee. Bovendien: Mijn huis kan ik via de knippen afsluiten, mijn auto niet. Terwijl Yep nog wat gaat slapen, blijf ik beneden zitten, met mijn ogen gericht op mijn auto. Tegen een uur of tien neemt Yep het waken over, en ga ik wassen en aankleden. Ik bel vrienden met een grote binnenplaats, leg uit wat er is gebeurt en vraag of ik mijn auto bij hen achter de vergrendelde poort mag zetten. Dat mag.

De maandag erop is een regeldag. Nieuwe sloten voor het huis (gelukkig de kosten retour gehad via de inboedelverzekering), nieuwe sloten voor de auto. Dat laatste duurde trouwens door allerlei verwikkelingen behoorlijk lang. Daarnaast aangifte doen bij de politie. Tot op het moment van aangifte doen was ik er eigenlijk nog steeds van overtuigd dat het een kwajongensstreek was. De politieagente die het verbaal opmaakte hielp mij uit de droom. Daarvoor was deze poging tot braak te goed georganiseerd door eerst te checken of de bewoners thuis zijn en/of diep in slaap zijn. Hadden ze de sleutels niet gevonden, zei zij, Hadden ze waarschijnlijk een raam ingetikt. Goed dat je niet achter ze aan bent gerend. Ik hoor haar aan en vraag Ze? Ze knikt. Volgens haar is het het werk van twee personen. Wie gelijk heef zullen we nooit weten.

Nu vragen jullie je waarschijnlijk af waarom ik dat verhaal vandaag vertel. Heel simpel. Tegenwoordig hangen de sleutels op een vaste plek in de gang. Elke bos, die van Yep, die van mij, de reservebos en de sleutels van mijn ouders, hangt aan een eigen spijker aan de boekenkast. Vanmorgen tegen een uur of vijf ging ik naar het toilet en zag, bij het licht van de lamp in het portaal wat via het glas in de voordeur mijn gang binnenviel, dat er twee spijkers leeg waren. De ene was logisch, Yep is een weekendje met zijn vader weg. De ander bos bleek in de huiskamer op tafel te liggen. Niets aan de hand dus. Maar toch was ik heel even terug in de mei-nacht.

© Rianne, november 2012

Advertenties

2 thoughts on “Even terug in de mei-nacht”

  1. Nou, daar wordt je niet vrolijk van. Wij hebben ook vaste plekken voor de sleutels. Maar dat houd een insluiper niet tegen helaas.

    Like

Reacties zijn gesloten.