Lamme Urgh

Boek van Urgh 108: Reddingsactie

cropped-urgh2

Wanneer al het aanwezige leer in repen is gesneden en in een lang koord is gevlochten schuift Azel het schot wat de werkplaats van de rest van de grot afscheidt weg. Voorzichtig, om niet door de wind gegrepen te worden, schuiven de mannen en Marg, vergezelt door Kleintje, langs de rotswand naar de ingang van de grot om daar het leren touw met de mand zo stevig mogelijk vast te maken en om te wachten op het oog van de storm.

Het gebulder van de storm wordt harder en harder en dan ineens… gaat de wind liggen en baad de wereld in het licht. Kleintje schiet de grot uit. Glijdend en schuivend over de modder op het pad bereikt hij het strandje en rent naar de kleine kom tussen de rotsen. Iets langzamer laten Zan en Tak zich via het pad naar beneden glijden. Het strand is beter begaanbaar dan verwacht.

Azel, Elm en Marg laten de mand naar beneden zakken. Dan verschijnt Flik in de opening van de volgende grot. ‘Wat zijn jullie aan het doen?’, vraagt hij verbaasd. Marg kijkt hem even aan. ‘Er zijn nog mensen op het strand’, anwtoord zij dan. ‘Wie zitten er nog meer bij jullie in de grot?’. ‘Tas, Pew…’. ‘Laat Pew hierheen komen’, zegt Marg. ‘En kom jij ook maar. We kunnen dadelijk wel wat hulp gebruiken!’. Flik aarzelt even. Dan ziet hij hoe de twee oude jagers een kleine gestalte uit de kleine kom op het strand trekken. ‘Is dat een van de kinderen?’, vraagt hij. ‘Wat doet een kind bui..’ Weer onderbreekt Marg hem. ‘Schiet op Flik, voordat het oog deze plek verlaat en de storm weer losbarst. Laat Pew hierheen komen, en kom zelf ook’.

Dit keer doet Flik wel wat van hem gevraagd wordt. Hij keert zich om en rent de grot in. ‘Pew, Pew, kom hier. Marg in de grot hiernaast heeft je nodig’. Hij krijgt een ingeving. ‘Pol, Frag, komen jullie ook. Maar wel snel’. Binnen een paar tellen maken niet alleen Pew en de genoemde jagers zich los uit de duisternis van de grot, maar ook de andere jonge mensen die er schuilen. ‘Wat is er aan de hand?’, vraagt Tas. ‘Er is nog iemand buiten’, antwoord Flik. ‘Een kind zo te zien. De jagers zijn samen met Kleintje naar buiten gegaan om het kind te redden. Het pad is onbegaanbaar, dus ze moeten via een mand omhoog getrokken worden’. Na dit gezegd te hebben draait hij zich om en loopt de grot voorzichtig uit. Pew, Pol en Frag volgen hem op de voet. Geconcentreerd, alleen op het pad lettend om niet in de modder uit te glijden, lopen de vier mensen naar de lager gelegen grotopening. Dan horen zij Tas roepen ‘Het is geen kind, het zijn K’wan en Urgh’.

Van schrik zet Flik zijn voet vol in de dikke glibberige modder en voelt hoe hij onderuit gaat. Hij probeert zich vast te grijpen aan de rotswand maar die is te glad en geeft geen houvast. Hij valt en op zijn knieen schuift hij het pad af. ‘Grijp het touw’, roept Azel hem toe wanneer hij bijna bij de lager gelegen grot is. ‘Blijf daar!’, roept hij er scherp richting Tas die aanstalte maakt ook naar beneden te komen.

Met een hand weet Flik zich vast te grijpen. Klauwend met zijn andere hand heeft hij het touw met twee handen te pakken en voelt hoe hij omhoog gesjort wordt.  Eerst langzaam, maar wanneer Pol en Frag, die de grot ook hebben bereikt, hun handen en rug in de strijd gooien, sneller. Pew en Marg trekken hem het laatste stuk naar binnen en wurmen het leren touw uit zijn handen.

Het is Tak, met K’wan op zijn rug, die als eerste de mand onder aan het pad bereikt. Hij schuift de kleine man de mand in. Keert dan om om Zan te helpen die vecht met het gewicht van de lange man. Wanneer beide oude jagers met Urgh bij de rotswand komen is de mand al weer beneden. Snel duwen zij Urgh in de mand en zien hoe deze met vereende krachten omhoog gehesen wordt. De mand komt weer naar beneden. ‘Jij eerst’, zegt Zan tegen Tak. ‘Nee, ga jij maar’, antwoord Tak. ‘Schiet op stelletje ouwe neuzelaars’, roept Elm van boven. ‘De storm komt er weer aan. Dadelijk zijn we te laat’. Zan kijkt over zijn schouder, ziet Kleintje, ziet de storm. Hij grijpt de wolf en gooit hem in de mand. ‘Grijp de mand vast Tak’, roept hij, ‘Dat doe ik ook’.

Vanwege het gewicht gaat de mand dit keer tergend langzaam omhoog. De mensen in de grotopening zetten zich schrap, lopen met het leren koord in hun handen achteruit de grot in. Elm ligt op zijn knieen in de opening van de grot. Wanneer de mand daar is springt Kleintje er uit en rent de grot in, naar het vuur, naar zijn vriend. Elm grijpt het tuniek van Tak vast en trekt de oude jager de grot in. Tak blijft hijgend liggen. Zan wordt, zich nog vastklemmend aan de mand, door de andere ver de grot in getrokken. Elm grijpt Tak bij zijn tuniek en trekt hem verder de grot in, naar de veilige werkplaats.

Ze zijn precies op tijd. Net wanneer hij het schijnsel van het vuur ziet wordt de wereld weer donker en begint de wind weer te bulderen.

© Rianne

Advertenties

2 thoughts on “Boek van Urgh 108: Reddingsactie”

Reacties zijn gesloten.