Lamme Urgh

Boek van Urgh 115: Elm’s ontdekking

Boek van Urgh

 

De zon is al onder wanneer de groep mensen eindelijk op de plaats van bestemming is aangekomen. De jongste kinderen slapen in draagdoeken bij Urgh op schoot. De rest van de kinderen slepen zich half slapend vooruit. Alleen Storm, Luna en Mus proberen de schijn van niet moe zijn op te houden en doen of zij meehelpen de slee waar onder meer Urgh op zit duwen. Na het stopsein van Elm laten zij zich allen op de grond vallen en nog voor Tork het vuur in de kleine vuurplaats tegen de rotswand brandend heeft slapen zij al. Te moe om wakker te blijven voor wat warms in hun buik.

Ook de meeste volwassenen voelen de tocht in armen, benen en rug. Alleen de jagers, die van oudsher gewend zijn om lange tochten, voorzien van een zware last, te maken zijn nog fit. Het zijn Tak en Zan die beide grote kommen water naast het vuur zetten. Voor thee en om een groentenstoof te maken. De meeste volwassenen wachten niet op de laatste. De meeste eten de wortels en andere knollen zo rauw op. De laatste hapjes worden weggespoeld met lauwe, slappe thee. Moeders dekken hun kinderen toe en zoeken dan een eigen plekje om te slapen. Zelfs de schapen zijn allemaal al onder zeil. Dan zoeken de mannen, met uitzondering van Tork en Urgh die de eerste wacht nemen, hun vuurpartners en kinderen op. Weldra is het stil op de vlakte bij de rotswand. De stilte wordt af en toe verbroken door het gesnurk van een van de volwassenen.

De volgende morgen beginnen de oudere jagers met het creeren van een aantal schuilplaatsen voor als het gaat regenen. Azel, Elm en K’wan laten Urgh en de vrouwen die nog niet eerder in het tijdelijke kamp zijn geweest de omgeving zien. De slee waar Urgh op zit wordt door Azel en Elm over de groene weide richting de rivier getrokken. Urgh neemt alles in zich op. ‘Dat wordt smullen’, zegt hij en wijst met een brede grijns op zijn gezicht naar de grote bramen- en frambozenstruiken die een deel van de rotswand aan het zicht onttrekken. Azel grinninkt eens maar zegt verder niets. Dan ziet Urgh de rivier. Hij oogt wilder dan op het stuk waar het vorige dorp gesitueerd was maar delen aan de rand van de oever zien er rustig uit. En goed begaanbaar. ‘Misschien niet geschikt om te zwemmen’, zegt hij, ‘Maar perfect voor een bad’. Elm knikt. ‘Ook een goede plek om je armen en been krachtiger te maken zodat je weer op krukken kunt gaan lopen’.

De vrouwen en kinderen houden het uitzicht al snel voor gezien en lopen naar de bramen- en frambozenstruik het dichts bij het water om te zien of er al eetbare vruchtjes aan zitten. Kleintje rent op en neer tussen Urgh en de vrouwen en kinderen. De bramen zijn nog klein, groen en hard, maar her en daar hangen al dikke rode frambozen. Klee ziet een dik exemplaar en reik voorzichtig tussen de doornige takken en bladeren door om de framboos  te plukken. Genietend stopt zij de framboos in haar mond en kijkt speurend rond op zoek naar meer lekkers. ‘Daar hangen er nog een paar’ hoort zij haar vader zeggen. ‘Zij draait zich om, laat zich door haar knieën zakken en volgt met haar ogen de vinger van Urgh. ‘De doorns steken’, zegt zij. Urgh pakt een kruk en duwt met zijn kruk de grootste takken weg. Elm pakt de tweede kruk en duwt ook wat takken aan de kant zodat Klee en de andere kinderen makkelijk bij de rijpe frambozen kunnen. K’wan duwt de slee dichterbij. De kruk van Urgh raakt de rotswand achter de struiken. Kleintje springt eerst tegen Urgh, dan tegen Elm aan. Elm verliest zijn evenwicht en valt voorover in de struiken en plet diverse takken onder zijn lijf. K’wan kijkt met samengeknepen ogen het uitgedunde struikgewas in, pakt dan de kruk uit Urgh’s hand en duwt nog wat takken naar beneden. Er wordt een  opening in de rotswand  zichtbaar.

Elm krabbelt voorzichtig overeind. Zijn gezicht en handen zitten vol schrammen maar zijn ogen schitteren. ‘Een grot, zelfs een ondiepe grot is een mooie plek om een hut voor te bouwen’. Urgh kijkt hem vragend aan. ‘Je weet toch…’. Elm stopt zijn zin. ‘Nee, jij weet niet dat jouw hut, die half ingegraven was, de storm deels overleefd heeft. Jij bent alleen gisteren even boven geweest, hebt geen tijd gehad om rond te kijken, om de schade goed in je op te nemen. Zag alleen alleen dat wat wij nog verder afgebroken hebben. Deze strook land is vanwegen de hoge rotswand die deels rond loopt beter beschut dan de weide en voorlopig zal er wel geen draaistorm meer komen, maar ik zeg, veiligheid voor alles’. Urgh knikt. ‘Ik snap het. Maar een grot met hut is niet voldoende voor ons allemaal. We zullen meer hutten en dus meer grotten nodig hebben’. Elm grijnst even, en plukt dan een doorn uit zijn gezicht. ‘Ik weet nu hoe ik grotten achter de struiken kan vinden’, roept hij enhousiast en gooit de doorn op de grond. ‘Ik heb een lange, stevige tak nodig. Dan kan ik om de paar passen kijken of ik de rotswand voel of een inham. Telkens wanneer ik een inham voel kan ik die markeren. Dan weten we waar we de hutten kunnen bouwen. Tegen deze rotswand, tussen de bramen- en frambozenstruiken’. Hij wrijft over zijn gezicht en plukt een doorn uit zijn wang. ‘Ga zitten’, gebiedt Gaya hem. ‘Dan kan ik de doornen uit je gezicht en handen trekken’.

Gedwee gaat Elm naast Urgh op de slee zitten. Gaya plukt een paar bramenbladeren en buigt zich over hem; begint de doornen uit zijn gezicht te trekken en wrijft elke wondje even in met een gekneusd bramenblad. ‘Ik vind het een goed idee van Elm’, zegt zij, terwijl zij met haar nagels een diepzittende doorn probeert los te peuteren. ‘Zonder de grotten, zelfs die ene ondiepe op het strand, hadden we het niet overleefd’.

‘Gaan we hier tussen de frambozen en bramen wonen?’, vraagt Klee aan haar vader. ‘Lekker!’. Weer wurmt zij haar kleine lijfje tussen de takken door om een vruchtje te plukken. Even kijkt Urgh om zich heen, draait zich half om op de slee om de afstand naar de rivier te bepalen. Kijkt dan de andere kant op, naar de bocht in de rotswand. ‘Jij gaat kijken of er meer inhammen zijn Elm. Zodra we dat weten gaan we bepalen waar de hutten gebouwd worden’. Elm moet nog even wachten totdat Gaya klaar is met doornen-plukken alvorens aan zijn speurtocht te beginnen. Hij staat op en wil weglopen met Urgh’s kruk nog in zijn hand. ‘Euh, Elm, hier die kruk, met maar een kruk kan ik niet lopen’. Gaya’s adem stokt even. Dit is de eerste keer sinds de avond dat Urgh besloten heeft niet naar de voorouders te gaan dat hij het over lopen heeft. Dan staat Klee met een rijpe framboos in haar hand voor haar vader. ‘Hier Urgh, proef maar eens hoe lekker’. Met een brede grijns op zijn gezicht pakt hij de framboos van zijn dochter aan, eet het zoete vruchtje genietend op. Het idee om tussen de bramen en frambozen te gaan wonen trekt hem steeds meer aan. Hij pakt zijn beide krukken stevig vast, zet zijn voet op de grond en steunend op zijn krukken gaat hij staan, zet zijn eerste pas.  Samen met zijn vuurpartner en dochter, en Kleintje die rond hun benen springt, op de voet gevolgd door K’wan die de slee meetrekt, loopt hij terug naar de bocht in de rotswand. Klaar om zijn nieuwe thus te gaan verkennen.

© Rianne

Wil je weten wat hier aan voor is gegaan? Klik hier!

Advertenties

2 thoughts on “Boek van Urgh 115: Elm’s ontdekking”

Reacties zijn gesloten.