Lamme Urgh

Boek van Urgh 118: De wens van de voorouders

‘Het is bijna tijd om te gaan eten’, horen de dorpsbewoners Urgh zeggen. ‘Maar eerst wil ik de dorpsgenoten die de wens hebben uitgesproken samen een verbintenis aan te gaan, vragen om naar voren te komen’. De dorpsbewoners beginnen te joelen. Een verbintenis net na aankomst op een nieuwe woonplek, dat is een goed voorteken. Maar wie  gaan er naar voren stappen? Nieuwsgierig kijken de dorpsbewoners elkaar aan.

Dan staan een aantal mensen op en komen dichterbij. Het vuur voor Urgh laait weer op want de voorouders keren terug. Tot zijn verbazing ziet de dorpswijze hoe Pol en C’roo het vuur naderen, gevolgd door Kelp en Meuw. Even schiet zijn blik richting K’wan maar die ziet hem niet, kijkt recht voor zich uit in het vuur.

‘Ik zie dat een aantal van jullie in dit dorp nog geen verbintenis ceremonie hebben meegemaakt’, begint Urgh. ‘Azel en Zan zullen een lag, smal vuur maken. Zodra ik je naam noem, ga je zo dicht mogelijk bij het vuur staan, en houd elkaars beide handen vast. Ik tik driemaal met mijn kruk op de grond. De voorouders in het vuur zullen dan jullie bedoelingen vorsen. Zodra zij daar mee klaar zijn weet ik dat en tik nogmaals driemaal met mijn kruk op de grond. Dat is voor jullie het teken om over het vuur heen te stappen, of te springen. Zodra je over het vuur bent is er gelegenheid tot het uitwisselen van de persoonlijke geschenken en is de verbinding een feit. Begrepen?’. De vier jonge mensen voor hem knikken. Azel en Zan hebben al wat takken neergelegd. Azel houdt er een fakkel bij en al snel brandt er een smal maar lang vuur. Wanneer de vlammen diep oranje worden verschijnen daar de gestalte van de voorouders.

Pol en C’roo zijn de eerste twee die Urgh naar voren roept. Zij slaan hun handen in elkaar en kijken verwachtingsvol naar Urgh. Gezeten op zijn slee tikt Urgh driemaal met een kruk op de grond. ‘Voorouders. Voor jullie staan Pol en C’roo. Zij hebben de wens uitgesproken om zich te verbinden, om samen de toekomst in te gaan. Ik vraag jullie, kijk in hun hart en en ziel en zie of hun keuze de juiste is’. Het zijn Onna’s ogen die de ogen van C’roo vangen. De Vierde Voorvader van de Vroegere Stam richt zijn blik op Pol. Onbevreesd beantwoord de jonge jager de vorsende blik.  Dan tikt Urgh wederom driemaal met zijn kruk op de grond. ‘Het is tijd om over het vuur te springen’,  schalt zijn stem over de vlakte. De beide jonge mensen kijken elkaar aan. Pol geeft een klein knikje en samen springen zij over het vuur. ‘Dan is het nu tijd om de persoonlijke geschenken uit te wisselen’, zegt Urgh vriendelijk. ‘Pol, jij begint’. De jonge man maakt zijn buidel open en haalt er een ketting uit. Aan de ketting hangen drie kralen, twee grote, een kleintje. ‘Jij, ik en K’nd’, zegt hij zachtjes. C’roo’s ogen stralen wanneer haar vuurpartner de ketting om haar nek hangt. Dan wenkt zij Meg naderbij. In haar handen heeft Meg een prachtige leren riem, met daaraan een buidel. ‘Dit is mijn geschenk voor jou’, zeggen C’roo’s handen. ‘In het vlechtwerk zitten haren van K’nd en mij verweven. Zolang jij die riem draagt zullen wij altijd bij jou zijn’. Pol knoopt zijn riem los. C’roo pakt de riem uit de handen van Meg, slaat die om het middel van de man voor haar en maakt de riem, onder luid gejoel en gestamp van de dorpsbewoners, met een schuifknoop vast.

Wachtend tot het gejoel wat is verstomd laat Urgh zijn blik nogmaals op de voormalig dorpswijze van de Vroegere Stam rusten maar K’wan is in gedachten verzonken. ‘Kelp en Meuw, willen jullie dichterbij komen’, vraagt Urgh. Beide jonge mensen doen wat hen gevraagd wordt.  Slaan hun handen ineen. Urgh tikt met zijn kruk op de grond. ‘Voorouders, ook deze jonge man en vrouw hebben de wens uitgesproken zich te mogen verbinden om samen de toekomst in te gaan. Kijk in hun hart en ziel en zie of hun keuze de juiste is. De lange blonde man laat zijn blik op Kelp rusten en kijkt hem langdurig vorsend aan. Zo lang, dat Kelp er onrustig van wordt. Onna heeft haar onderzoek van het hart en de ziel van Meuw al lang afgerond en zegt lachend ‘Maak het de jongeman niet zo moeilijk Oude. Ook al liggen zijn wortels in een andere stam, ook al is hij niet gewend aan de manier waarop onze stam hun vuurpartners kiezen, aan de manier waarop de mensen van deze stam in het leven staan, hij heeft met hart en ziel voor Meuw gekozen. Of dat voldoende zal zijn voor een lang leven samen kan alleen de toekomst uitwijzen’. Glimlachend glijden de ogen van de lange blonde man van het gespannen gezicht van Kelp af en knikt. Urgh tikt driemaal met zijn kruk op de grond. ‘Het is tijd om over het vuur te springen’. Even aarzelt Kelp maar dan ziet hij hoe Meuw hem vol vertrouwen aankijkt en samen springen zij over het vuur. ‘Dan mogen jullie nu de persoonlijke geschenken uitwisselen’. Weer staat Meg met een geschenk in haar handen naast een jong koppel. Dit keer is het Kelp die het geschenk, een prachtige werpspies, van haar aanneemt. ‘Meuw, ik heb moeten wennen aan het idee dat vrouwen net zo goed kunnen jagen als mannen. Nu moet ik gaan wennen aan het idee dat jij en ik niet altijd in dezelfde jachtgroep zullen zitten. Daarom heb ik deze werpspies voor je gemaakt. Er zit een stukje van mijn ziel in zodat ik altijd bij je ben, en je kan helpen mocht dat nodig zijn’. Blozend neemt Meuw de werpspies in ontvangst, bekijkt het snijwerk en de harde, zwartgeblakende punt. Voorzichtig legt zij de speer naast haar voeten neer en pakt dan haar geschenk voor de jongeman uit haar buidel. Het is een slinger. ‘Ik weet dat jij nog niet echt gewend bent aan jagen met een slinger’, zegt zij zachtjes, ‘Dat jij geen eigen slinger hebt. Nu wel. Telkens wanneer jij hem gebruikt, zal het stukje van mijn ziel wat in de slinger huist jouw hand leiden’. Zij drukt de slinger in de uitgestrekte handen van Kelp. Onder luidt gejoel en gestamp van de dorpsbewoners raapt zij haar werpspies op en hand in hand lopen zij bij het vuur vandaan en nemen naast Urgh plaats.

Dan laait het kleine, smalle vuur hoog op. In het vuur staan Nana en de vierde voorouder. Beide kijken boos om zich heen. De Vierde Voorvader maakt een handgebaar richting Nana. De oude vrouw knikt eenmaal en dan schaalt haar stem door het dorp. ‘Het is de wens van de voorouders dat voormalig dorpswijze K’wan en medicijnvrouw M’na een verbintenis voor de duur van een jaar aangaan. Volgend jaar, aan het eind van de zomerzonnewende, mogen zij er zelf voor kiezen de verbintenis voort te zetten of uit elkaar te gaan. Dit jaar hebben zij geen keuze. K’wan, M’na, sta op. Het is tijd om samen over het vuur te springen’.

© Rianne

Wil je weten wat hier aan voor is gegaan? Klik hier!

Advertenties