Lamme Urgh

Boek van Urgh 119: Een nieuwe oude gewoonte

Na de aankondiging van Nana dat het de wens van de voorouders is dat K’wan en M’na zich voor een jaar verbinden wordt het stil rond het vuur. In navolging van Nana en de  de Vierde Voorvader laat Urgh zijn ogen van K’wan naar M’na en weer terug glijden. Beide zien er geschokt uit; staren wat voor zich uit in een poging de ogen van de aanwezige dorpgenoten maar vooral van de voorouders te ontwijken. Even voelt hij medelijde met beide mensen. Langzaam breekt er rondom hem een zacht geroezemoes los. Dan voelt hij de blik van de beide voorouders op hem rusten en weet hij dat hij zijn gezag moet laten gelden. 

Met de hulp van zijn krukken staat hij op. ‘K’wan, M’na, de voorouders hebben gesproken. Het is hun wens dat jullie samen, ten overstaan van de voorouders en jullie dorpsgenoten, over het vuur stappen om op deze wijze voor een jaar het vuurpartnerschap aan te gaan. Sta op, ga bij het vuur staan, pak elkaars handen vast en laat de voorouders jullie hart vorsen’. Langzaam staat M’na op, haar ogen nog steeds op de grond gericht. K’wan blijft zitten. ‘K’WAN, OPSTAAN! NU!’, buldert Urgh. Iets zachter vervolgt hij,  ‘Het geeft geen pas dat juist jij geen gehoor geeft aan een opoep van de voorouders’. Geschrokken van de kracht van de stem van zijn vriend staat K’wan op. ‘Ik kan het niet’, seinen zijn handen. ‘Ik ben M’na niet waardig. Ik heb haar niets te bieden nu ik geen dorpswijze meer ben. Geen jager, herder, boer of vakman ben’. ‘De voorouders vinden jullie waardig voor elkaar’, antwoord Urgh, ‘Ik ben het met de voorouders eens. Stap samen over het vuur en laat M’na over een jaar beslissen of je haar langer waardig bent of dat jullie verbintenis dan stopt’. ‘Ik heb geen persoonlijk cadeau’, gooit hij zijn laatste troef in de strijd. ‘M’na heeft ook niets voor jou’, antwoord Urgh. ‘Gelukkig eisen de voorouders bij een verbintenis op hun last niet dat er persoonlijke cadeaus uitgewisseld worden. Dat kan volgend jaar, wanneer jullie besluiten je nogmaals te verbinden’.

In de wetenschap dat hij dit gevecht niet gaat winnen van Urgh en de voorouders neemt K’wan naast M’na plaats. Voorzichtig pakken zij elkaar bij de handen. Snel tikt Urgh met zijn kruk op de grond. Het vuur laait hoog op. De een na de andere voorouder verschijnt in het vuur. Allen knikken de beide mensen voor hen vriendelijk toe. Dan verschijnt Nana, gevolgd door de Vierde Voorouder. Onder toeziend oog van alle dorpsgenoten buigen Nana en de Vierde Voorvader zich voorover om met as het teken van De verbinding van de Voorouders op hun voorhoofd te tekenen. Dan voelt Nana hoe iemand op haar schouder tikt. Verbaasd kijkt zij opzij en ziet de Eerste Voorvader van de Vroegere Stam staan. ‘K’wan is mijn nazaat’, zeggen de handen van de Eerste Voorvader. Zijn gezicht staat bars. ‘Ik zal hem het teken van vebinding geven’. Verbaasd kijkt K’wan de altijd zo strenge Eerste Voorvader aan. Vragen borrelen in hem op. Vragen die hij niet kan stellen zonder de handen van M’na los te laten. En het loslaten van de handen van je toekomstig vuurpartner ten overstaan van de voorouders… Dat brengt het hele dorp ongeluk. Dat kan hij niet.

Bevreesd en vol verwondering ontvangen beide mensen voor het vuur de zegen van de voorouders. Niet alleen van de voorouders van hun dorpsgenoten, maar ook van hun eigen voorouders. Het vuur laait hoog op. De voorouders dansen in de vlammen. Urgh tikt driemaal met zijn kruk op de grond. De voorouders in de vlammen maken plaats, het vuur zakt in en ondanks hun eerste aarzeling springen K’wan en M’na met glinsterende ogen en een lach op hun gezicht over het vuur. Achter hen laait het vuur weer op. Hun dorpsgenoten joelen dat het een lieve lust is. ‘Dan is het nu tijd om te feesten’, horen de dorpgenoten Nana zeggen. Langzaam gaan de voorouders in rook op.

‘Dan is het nu tijd om te gaan eten’, verklaart Urgh. Gaya, Pew en Meg verschijnen elk met twee komen eten in hun hand en geven de zes nieuwe vuurpartners hun eerste maaltijd. Tot verbazing van de overige aanwezigen haken K’wan en M’na hun rechterarm in elkaar waardoor beide hun eerste hap eten uit de kom van hun nieuwe vuurpartner neemt. Dan haken zij hun arm weer los. M’na geeft haar kom aan K’wan. ‘Zo doen wij dat bij de Vroegere Stammen’, zegt zij en neemt haar kom weer aan van K’wan. ‘Een mooie gewoonte’, zegt Urgh. ‘Ik stel voor…’. Maar nog voor hij is uitgesproken ziet hij hoe Pol en C’roo hun arm in elkaar haken, gevolgd door Kelp en Meuw. Een nieuwe oude gewoonte is geboren.

© Rianne

Wil je weten wat hier aan voor is gegaan? Klik hier!

Advertenties

1 thought on “Boek van Urgh 119: Een nieuwe oude gewoonte”

  1. Ga ik ook eens proberen, dat in elkaar haken. Zou het lukken? Wel een beetje akelig woord, dat in elkaar haken. Want ik krijg ineens beelden van mevrouw van Vleuten die zo daverend over de kop sloeg dat ze een soort levend schilderij van Klimmt werd. Verschrikkelijk. Toch maar gewoon een hapje met de linkerhand (Plato is in alle opzichten links) en de bochten voorzichtig nemen tot het hapje in de mond is. Met complimenten aan Urgh.

    Like

Reacties zijn gesloten.