Lamme Urgh

Boek van Urgh 123: M’na’s vraag

Na de waarschuwing van de voorouders hult Urgh zich in een somber stilzwijgen. Gaya en de overige dorpelingen wijten zijn sombere stemming aan het feit dat hij door zijn verwondingen, overgehouden aan zijn onvrijwillige ontmoeting met de Holenleeuwin, zwaarder zijn dan in eerste instantie gedacht. Naast een aantal gekneusde ribben doen zijn armen dusdanig veel pijn dat hij het werken aan zijn nieuwe krukken volledig aan Azel over moet laten. Zonder krukken is Urgh volledige afhankelijk van zijn slee. Door de pijn in zijn armen is hij afhankelijk van de hulp van de dorpelingen en hulp vragen is nooit een van Urgh’s sterkste kanten geweest.

Drie dagen na zijn ontmoeting met de Holenleeuwin, aan de vooravond van de herfstzonnewendem zit Urgh halverwege een zonnige ochtend op zijn slee voor de ingang van de grot. Het dorp is zo goed als uitgestorven. Hij ziet alleen M’na en Ani. Beide zijn druk bezig bij het grote vuur. De heerlijke geuren die uit de stoofpotten van Ani opstijgen worden overstemd door de bitterscherpe geur van het medicijn wat M’na maakt. ”t Zal wel weer iets voor mij zijn’, denkt Urgh, ‘En het zal wel weer smerig smaken’. In tegenstelling tot Gaya en Pew is M’na, net als vroeger zijn grootmoeder en moeder, van menig dat medicijnen niet lekker behoren te zijn. ‘Als het lekker smaakt’, plachtte zijn grootmoeder altijd te zeggen, ‘Zet de patiënt niet alles in het werk om zo snel mogelijk te genezen’. Dan schieten zijn gedachten, zoals de laatste vijf dagen constant, terug naar de waarschuwende woorden van zijn voorouder, de lange blonde man. Hij, Urgh, wil nog helemaal niet nadenken over het opleiden van een opvolger. Hij, Urgh, is toch ook niet opgeleidt tot dorpswijze en hij doet het toch maar mooi beter dan Elm en K’wan die deze opleiding beide wel hebben gehad. Beide zijn geen dorpswijze meer. Beide zijn een groot deel van hun stam aan het noodlot kwijtgeraakt terwijl hij, Urgh… Zijn gedachten draaien in kringetjes terwijl de zon langzaam naar haar hoogtepunt klimt.

Uit zijn ooghoek ziet hij M’na met een kom in haar handen zijn kant op komen. ‘Ik wist het’, denkt hij somber, ‘Meer vies medicijn’. Bij de sombere man aangekomen zet M’na de kom met stroperige vloeistof voor hem op de slee. Zonder een woord te zeggen pakt zij het koord van zijn slee en begint te trekken. Hortend en stotend komt de slee op gang. Iets van de stroperige vloeistof klotst over de rand van de kom op zijn hand. Zonder na te denken likt Urgh de druppels van zijn hand. Zijn idee dat het smerig zou smaken klopt helemaal. Met een vies gezicht mompelt hij ‘Gadver wat smerig’. Hij overweegt de kom ‘per ongeluk’ van de slee te stotten maar dat is dorpswijze-onwaardig gedrag weet hij.

Bij de omgevallen boom over de geul aangekomen stopt M’na met lopen. De slee staat meteen stil. Zij laat het koord op de grond vallen, draait zich om en pakt de kom van de slee en zet deze naast de omgevallen boom. Dan vragen haar handen: ‘Zou jij K’wan willen roepen. Ik heb op zijn verzoek een mengsel van hersenen en looizuur gemaakt. Hij hoopt dat door jullie en onze methode van looien tegelijkertijd te gebruiken het looien sneller gaat en een mooier resultaat geeft’. De opluchting is van het gezicht van Urgh te lezen. Het smerige spul is gelukkig geen medicijn. ‘K’WAN!’, brult hij, ‘HET MENGSEL VAN M”NA IS KLAAR. KOM JE HET HALEN?’.

Zonder op een antwoord te wachten en met een grijns van oor tot oor vanwege het gezicht van Urgh pakt M’na het koord weer op en begint weer te trekken. Dit keer richting de rots aan de waterkant waar Urgh zo graag mag zitten om in de verte te staren. Daar aangekomen zet M’na de slee zo neer dat Urgh goed zicht heeft op de bergen in de verte en gaat op de rots naast de slee zitten. Even zijn de woorden van zijn voorouder verdwenen en geniet Urgh met volle teugen van het uitzicht. Ooit, ooit zal hij die bergen van dichtbij bekijken, zal hij tegen de helling op lopen. Wat weten de voorouders nu over de toekomst?

Zuchtend wendt hij zijn ogen af, voelt de hand van M’na op zijn knie. Zij glimlacht even naar hem. ‘Mag ik je wat vragen?’, seinen haar handen. Urgh knikt van ja. ‘Wat vind jij van de opdracht van de voorouders aan K’wan en mij om ons te verbinden voor een jaar?’. ‘ik vind het een wijze opdracht’, antwoord hij, zich verbaasd afvragend waarom M’na over de voorouders begint. ‘Waarom?’, vraagt M’na verder. ‘Het was mij duidelijk dat K’wan en jij iets voor elkaar voelen en ik wist dat K’wan zichzelf geen medicijnvrouw waardig achtte nu hij geen dorpswijze meer is’.  ‘En’, vragen de handen van M’na. ‘Ik wist dat volgens de tradities van de Vroegere Stam de vrouw de man niet mag vragen en moet afwachten’, vervolgt hij zijn uitleg. ‘Ik wist ook dat bij de afwezigheid van een mannelijk familielid K’wan, zelfs al is hij nu geen dorpswijze meer, als jouw vertegenwoordiger zou moeten onderhandelen en dat hij het nooit toe zou stemmen in een verbintenis van jou met een man die jou in zijn ogen niet waardig is. Ik had al besloten om jullie tijdens de volgende zomerzonnewende dezelfde opdracht te geven als die de voorouders nu gegeven hebben. Omdat ik wist dat het goed voor jullie en goed voor het dorp zou zijn’. M’na kijkt hem zwijgend aan. ‘En?’, vraagt hij, ‘Hebben ik en de voorouders gelijk?’. Met een blos op haar wangen en een glimlach rond haar mond antwoord M’na, ‘ja, jullie hebben gelijk’.

Even zijn de twee mensen aan de waterkant stil. Dan seinen de handen van M’na, ‘Waarom kan jij wel inzien dat de opdracht van de voorouders voor K’wan, mij en het dorp goed is, en waarom kan je de opdracht die de voorouders jou hebben gegeven niet omarmen? Voor jezelf en voor het dorp?’. Urgh’s gedachten tuimelen over elkaar heen. ‘Omdat….’, begint hij. ‘Wat weten zij …’.

Het dringt tot hem door dat de woorden die hij wil gaan zeggen een dorpswijze onwaardig zijn. Dat hij er beter aan doet goed na te denken alvorens M’na te antwoorden.

© Rianne

Val je zomaar binnen en wil je weten wat er aan deze aflevering van Lamme Urgh vooraf is gegaan, kijk dan hier. Op de onderliggende pagina’s staan alle afeveringen chronologisch achter elkaar.

Advertenties

1 thought on “Boek van Urgh 123: M’na’s vraag”

Reacties zijn gesloten.