Zij die mij na staan

Opkrabbelen

De eerste 78 jaar van haar leven ging zij als een speer en toen begon het getob. Het begon met een zware rugoperatie en eigenlijk, eigenlijk ging het daarna best goed. Maar ja, toen kwam er een rollator van rechts en brak zij haar bovenbeen. Opereerde een chirurg haar in plaats van haar over te dragen aan de orthopeed. Brak na een jaar de pin die haar been in het gareel hield en deed haar been vrolijk mee. Mislukte de hersteloperatie en na drie maanden met een losliggend been geleefd te hebben lukte de tweede hersteloperatie uiteindelijk wel. Maar ja. Dat oude lijfje en die broze botten hadden wel heel wat te verduren gehad. En die tweede hersteloperatie was dan wel gelukt maar de kans dat ze ooit nog zou kunnen lopen was nihil. Heb ik wel eens verteld dat mijn Mams best wel eigenwijs is? Bij deze. Het duurde even, het was een zwaar traject maar uiteindelijk liep Mams weer. Niet al te best, en nooit meer zonder rollator, maar toch. Ze deed haar eigen boodschappen, rommelde wat in huis, ging kienen en kaarten.

En toen had ze ineens een zuurstofgehalte van minder dan 80%. Dat was eind 2015. Ze mocht zich melden bij de longarts en binnen twee dagen hing zij 16 uur per dag aan een zwaar stampende zuurstof apparaat wat in de huiskamer staat. Waar het zuurstofgebrek vandaan kwam was niet helemaal duidelijk zei de longarts. Misschien dat de cardioloog een idee had. 83 was ze ondertussen en na een bezoekje aan de cardioloog volgde een spoedoproep om zich ter observatie in het ziekenhuis te melden. Vier dagen later ging zij met een pacemaker naar huis. Ze schoot in een delier, stopte met eten en drinken, had een vervelende doorligplek en uiteindelijk werd zij opgenomen op de afdeling geriatrie. Daar werd zij een beetje opgelapt en doorverwezen naar een revalidatiecentrum. Drie weken later mocht zij al weer naar huis. Lopen ging niet meer zo best. Haar eigen boodschappen doen ook niet meer. Mams kon steeds minder. Eind november ging zij ter controle naar de longarts. Mams zag wat pips. Er kwam niets meer uit haar handen. Was altijd moe. Kon niks meer. Zelfs TV kijken was te zwaar. Bloedonderzoek was het advies. Mams zou het zelf regelen met de huisarts. Die kwam pas drie weken later langs want de beste man heeft het druk maar hem bellen om te vragen of hij eerder kon komen dat doet Mams niet. Haar HB bleek zo laag dat zij met een ambulance naar het ziekenhuis moest voor een bloedtransfusie. Net voor de kerst was zij weer thuis. Met nieuw bloed en bijvoeding. En wat niemand verwacht had gebeurde wel…

Mams krabbelde weer op. Dankzij de bijvoeding is zij al dik 7 kilo aangekomen. De doorligplek is nog niet dicht maar de pijn is aan het minderen. Lopen (wel alleen binnenshuis) gaat steeds beter. En zij kan zich weer concentreren. Kreeg weer zin om te lezen. Of ik misschien makkelijk leesbare boeken voor haar had? Die had ik en zo verhuisde een paar weken geleden de volledige serie van Dorothy Gilman over Mrs Pollifax naar Eindhoven. ‘Het gaat niet meer zo snel als vroeger’, zei Mams laatst, ‘Ik heb nu wel twee dagen per boek nodig, maar ik kan weer lezen’.  Het moge duidelijk zijn: Mams was altijd een kilometervreter en moet nog wennen aan een lager tempo.

Vandaag gaan we samen naar de cardioloog. Over 5 dagen wordt zij 84. In (afkloppen) redelijke gezondheid. Ze is zowaar weer aan het opkrabbelen. Krijgt weer lol in het leven. Dat had ik afgelopen zomer niet durven hopen. Toen gaf ik geen stuiver meer voor haar. Het kan verkeren.

© Rianne

Zij die mij na staan

Oma blij!

Oma is niet best ter been en veel van wat er in huis moet gebeuren kan zij zelf echt niet meer en heeft zij dus noodgedwongen uit handen moeten geven.  Dagelijks komen er mensen om haar te helpen met het aan-en uittrekken van haar steunkousen, het verzorgen van de wond op haar bil. Ze krijgt hulp bij het douchen, er komt iemand poetsen. Schone Zus maakt elke twee weken de medicijnkist klaar en Schone Zus, Tante, Buurvrouw en ik zorgen voor de wekelijkse boodschappen.

Een van de dingen die zij nog wel zelf kan en ook doet is de was al kost het sorteren van de was haar veel tijd en energie omdat zij nauwelijks kan staan en zich moeizaam voortbeweegt. Mam is zuinig op haar machine  en op haar kleren dus de bonte was wordt keurig in waszakjes gestopt zodat er geen kleine onderdeeltjes in de pomp kunnen komen. Alleen de witte was gaat zo het machine in. Zo ook van de week.

Na het draaien van de witte was zag Mams twee latex handschoentjes verfrommeld in de deurrand liggen. Een van de verpleegkundige die haar wond verzorgt had die dingen weer in de verkeerde mand gegooid. Foutje, bedankt. Het droogprogramma werd opgestart en na een paar uurtjes was de was niet alleen schoon maar ook droog.

Zaterdag, een uurtje voordat wij kwamen, zette Mams een bont wasje aan. De machine startte, nam water, stopte en weigerde verder alle dienst. In de wetenschap dat ik onderweg was liet zij de boel de boel. Eenmaal binnen, en nog voor de koffie, lag Yep al op zijn knieën bij het machine. Die van Mams staat gelukkig op een verhoging dus het weg laten lopen van het water en het schoonmaken van het vreemde voorwerpen filter is daarmee een stuk makkelijker dan dat laag bij de grond fröbelen bij mij in de badkamer. Toen al het water uit de machine was en Yep het filter los draaide bleken er niet twee maar drie handschoentjes in de wasmachine beland te zijn. Nummer drie had zich helemaal rondom het filter gewikkeld en vastgeknoopt waardoor het niet meer kon draaien. Er moest een schaar aan te pas komen om het ding te verwijderen. Uiteindelijk appeltje/eitje. Maar niet iets wat Mams nog zelf kan.

Eind goed, al goed. Behalve voor de verpleegkundige die Mams de eerste weken komen helpen. Want die krijgen eerst allemaal te horen wat er gebeurt is, en daarna wordt hun handelen helemaal met argusogen bekeken.

En ik.. Ik ga volgende week dat vreemde voorwerpen filter maar eens schoonmaken. Iets met beter voorkomen dan genezen.

Hoe vaak maak jij het vreemde voorwerpen filter van je wasmachine schoon?

© Rianne

Zij die mij na staan

Zijn eerste echte baan ..

Nadat zijn proefplaatsing in oktober 2016 not a match made in heaven bleek te zijn werd het stil rondom de werkcapriolen van Yep. Niet dat hij thuis zijn duimen zat te draaien. Verre van zelf want hij hielp een vriend uit. Maar officieel, op papier, deed hij niks, noppes, nadah. ‘Eind van het jaar meld je je bij het uitzendbureau’, zei ik in november en Yep knikt. Vanwege ziekte van zijn vriend duurde het een maandje langer maar in februari was het zo ver. Yep ging officieel op zoek naar een baan.

2 februari zag hij iets wat hem wel leek (procesoperator met mogelijkheid tot volgen van een opleiding bij een groot bedrijf hier in de regio), schreef zich bij het betreffend uitzendbureau in en solliciteerde. De dag erop kreeg hij te horen dat zijn CV doorgezet was naar de dependance van het uitzendbureau wat bij het bedrijf in-house zit. Binnen twee werkdagen hoorde hij meer. Twee werkdagen is schijnbaar een rekbaar begrip en op de derde werkdag belde Yep zelf even naar de dependance. Na een kort gesprek werd hij uitgenodigd om op vrijdagmiddag even langs te komen voor een gesprek gevolgd door een rondleiding.

Op donderdag kreeg hij een telefoontje van de medewerker van de dependance. Er was in de zogenaamde cleanroom een gelijkluidende functie vrijgekomen en de afdelingsleiding was gecharmeerd van zijn CV. Kon hij wellicht vrijdagochtend al op gesprek komen. Dat kon Yep en op vrijdag tegen de klok van elf uur kreeg ik een appje van hem met de melding dat is aangenomen. Hij blij, ik blij.

Hij moest alleen nog wat dingen scannen en doormailen zodat volgende week vrijdag, wanneer hij gaat beginnen, zijn contract klaar zou liggen. Nu hebben wij geen scanner meer in huis maar dankzij een lieve collegadin van mij (die op de locatie vlak bij ons huis werkt) was dat rond half twee ook gepiept. (Thanks lieverd 😘)

Vrijdag gaat hij beginnen aan zijn eerste, echte, officiële baan. Kleine kinderen worden groot!

© Rianne

Zij die mij na staan

Een stap dichterbij..

Toen ik halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw mijn eerste eigen stulpje betrok was ik geen huishoudelijk wonderkind en mistte ik hier en daar nog wel wat Mien Dobbelsteen finesse maar ik wist wel het verschil tussen handwas, fijne was, licht- en donkerbont en kookwas. Iets met ‘onderdeel van de opvoeding’ zijn. En ja, ik natuurlijk heb ik in de loop van de jaren ook mijn was-missers gekend. De wollen trui die na een bezoek aan mijn wasmachine er uit zag als een poppentruitje van vilt. Het witte shirtje met een roze schijn. Maar de basiskennis, die was en is aanwezig.

Dat dat niet voor iedereen gold ontdekte ik eind jaren tachtig toen ik op bezoek ging bij een pas getrouwd stel. Nog voor de koffie werd ik door haar mee naar de zolder gesleept. Voor de spiksplinternieuwe wasmachine lag de complete inhoud van twee kledingkasten. ‘Ik denk dat ik weet hoe dat ding werkt’, zei zij, ‘Maar ik weet niet hoe ik de was moet sorteren’. ‘Dat staat toch op het etiket’, zei ik zuchtend en terwijl ik dacht ‘wat een gemis in je opvoeding’ pakte het eerste kledingstuk en begon met de was-sorteer-les.

Toen Yep nog een Japie was en zijn vader en ik uit elkaar gingen vond ik dat een mooi moment om Yep wat meer kennis te laten nemen van het huishoudelijke gebeuren. Tafel dekken en later weer afruimen waren de eerste karweitje en een paar jaar later kwam daar was sorteren bij. Ik schafte een karretje met 4 bakken aan, plakte stickers op elke bak en vertelde Yep wat waar in moest. Zeven was hij toen en hij bleek een was-sorteer-natuurtalent. Ik prijsde mijzelf de hemel in.

Toen sloeg de puberteit toe. Ineens verdwenen kledingstukken onder het bed, slingerde in de badkamer, lagen op hoopjes in de (oh de luxe) waskamer. Maar nooit in de wasmand. Nooit. Hij kreeg een eigen wasmand waar hij alles ongesorteerd in mocht gooien maar schijnbaar was het openen van de klep te lastig. Te moeilijk of zo.

Gelukkig ligt die tijd al weer even achter ons. Tegenwoordig lukt het hem niet alleen aardig om zijn was in de daarvoor bestemde mand te gooien maar hij toont ook interesse in de werking van het wasmachine en de diverse wasprogramma’s. Stopt zijn beddengoed netjes in het machine en zet deze aan.

Een beter teken dat zijn hersenen de puberteit haast ontgroeit zijn is er volgens mij niet.  En nee, hij staat echt nog niet op het punt van vertrekken, maar dat moment is al wel weer een stapje dichterbij gekomen. Ooit! Later! Als hij groot is. 😉

Hoe gaat dat bij jou thuis?

© Rianne

Zij die mij na staan

No match found

Lieve mensen, jullie mogen stoppen met duimen. Als de proefplaatsing een ding heeft duidelijke gemaakt dan is het wel dat Yep en deze baan geen match zijn. Gelukkig waren alle betrokkenen het  er over eens.

Voor Yep was het een mooi leermoment. Hij heeft ‘genetwerkt’. Hij weet nu een beetje waar zijn tekortkomingen liggen. Hij weet wat hij wel leuk vond aan deze baan, hij weet ook wat hij wel leuk vindt aan sleutelen en gaat vol goede moed op zoek naar baan nummero twee. Eentje die hopenlijk wat meer bij hem past.

Rest mij nog alle duimers hartelijk te bedanken! Dank jullie wel, mede namens Yep!

© Rianne

Zij die mij na staan

Voor nu een score van 100%

Eind juli was Yep bijna klaar met school. Er hoefde alleen nog maar een eindgesprek gepland te worden. Vanwege een klein foutje van zijn stagebegeleider lukte het allemaal niet meer voor de vakantie en hoewel het eindgesprek in principe slechts een formaliteit is was Yep officieel nog steeds niet geslaagd voor de opleiding Technisch Specialist Personenauto’s niveau 4.

Naar werk uitkijken kan natuurlijk altijd vond ik. Dus toen ik nog steeds eind juli op de Facebookpagina van de LammeUrghHoffotografin een vacture hier in de regio voorbij zag komen waarvan ik dacht, ‘Dat lijkt mij wel wat voor Yep’, liet ik hem dat weten. Na lang dubben besloot hij niet te schrijven. ‘Ze vragen om een diploma en een rijbewijs’, zei hij. ‘Beide heb ik nog niet’. Dat was waar.

Een week geleden kwam Yep thuis met de melding dat ‘die vacature’ weer online stond. Dit keer zou hij wel schrijven want ‘Ik ben ondertussen klaar met school en ik weet dat ik 8 december af mag rijden’. Woensdagavond mocht ik zijn eerste sollicitatiemail ever lezen en een beetje redigeren, donderdagochtend verstuurde hij de mail, vrijdag’s werd hij gebeld en zaterdagochtend om 09:00 uur had hij zijn eerste officiele sollicitatiegesprek. ‘Ik weet het niet’, zei hij na het gesprek tegen Collegadin en mij. ‘Bovendien, maandagavond komt er nog iemand op gesprek’. ‘Dan weet je het dinsdag’, zei Collegadin nuchter.

Ondertussen is het dinsdag geweest en heeft Yep bericht gehad dat hij vanaf woensdag 27 september een week mag komen proefdraaien. Kijken of het werk (veel meer administratief dan sleutelen) hem bevalt en of hij in het team past. Volgende week weet hij meer maar voor nu heeft hij een score van 100% op zijn eerste sollicitatiebrief ever: Antwoord gehad, op gesprek mogen komen, proef komen draaien.

Duimen jullie mee dat het van beide kanten wat wordt. Ik zie mijn kind graag van de straat.

© Rianne

Zij die mij na staan

Proefverlof

Hoe is het proefverlof van Mams afgelopen zaterdag verlopen? Tja, wat zal ik zeggen…?

Mams vindt dat het goed is verlopen, ik vond het bagger. Mams vertelde over hoe soepel ze de auto in en uitstapte (klopt, zo soepel heb ik haar in jaren niet gezien, de fysiotherapie werpt dus haar vruchten af), over het eten wat zij klaar heeft gemaakt, over het lopen in huis. Ze biechtte ook eerlijk op dat zij na het smeren van haar broodje wel heel erg moe was en dat naar het toilet gaan een ware uitputtingslag was.

Aangezien volgens mij voor de Zorginstelling het feit dat zij levend is teruggekomen telt als een geslaagd proefverlof werd Mams gevraagd hoeveel Thuiszorg zij vanaf donderdag (definitieve ontslagdatum) meende nodig te hebben. Mams vond tweemaal per dag voldoende. Ik niet. De aanvraag is nu voor driemaal daags hulp en wel: steunkousen aan en uittrekken, wondverzorging en medicatie innemen.

Verder vraag ik mij af of het haar zelf gaat lukken om de kleine zuurstofflessen, bedoelt om haar actieradius te vergroten, wel zelf kan vullen. Voor zowel het aan- als loskoppelen van de fles heb je twee handen nodig en voor het loskoppelen ook nog wat kracht. Die heeft zij niet zo veel. Daarnaast eet zij slecht (1,5 broodje van 10:00 uur tot 20:00 uur vind ik niet goed eten).

Daarom krijgt zij ook verwijzingen mee voor fysiotherapie, ergotherapie en een diëtiste. Maar of Mams daar iets mee gaat doen waag ik te betwijfelen. Toen ik zij dat de fysiotherapie haar goed heeft gedaan zei zij meteen ‘Als ik thuis ben stop ik daar mee. Ik zie het nut er niet van in dat ik tweemaal in de week met iemand over de galerij ga wandelen. Dat vind ik zonde van het geld. Bovendien heb ik wel wat anders te doen dan op een fysiotherapeut te wachten’.

Ik heb maar niet gevraagd wat zij allemaal te doen heeft want veel meer dan zichzelf een beetje wassen, gedeeltelijk aankleden en brood smeren kan zij eigenlijk niet. Zelfs het bedienen van de wasmachine lukt haar nog maar nauwelijks.

Zoals Grote Broer van de week zei: ‘Eigenwijs is ook Wijs’. Hebben hij en ik het toch niet van een vreemde 😉 hoewel hij en ik qua niveau niet aan dat van haar kunnen tippen. Zij is de Eigenwijste van ons allemaal.

© Rianne